Armenië II

I savor my fresh salad as a gift from Nature, but I’m battling confused feelings. We, as consumers, have been so effective in creating choices for ourselves. Yet what options have we allowed the other inhabitants of our planet? I bleakly wonder what choice my friends at the zoo really have. To accept food, or not to accept food. To live, or to die. Come to think of it, they do have another choice: to remain compliant, or to bit the hand that feeds them. But would Marah ever turn against her human jailors or brutal canned hunters? I don’t believe so. She would rather turn the other cheek. And thinking about that now, it occurred to me how few zookeepers and circus handlers actually harmed by the animals they keep captive. With all the damage and cruelty that humans continually perpetrate on Mother Earth and her creatures, how much retaliation have we humans witnessed? The answer, of course, is virtually none. So why, I wonder, is Nature so patient with us?

  More than ever, I’m struggling with these issues…

                                                                                                                                                      Saving the White Lions, Linda Tucker

DSC_0721 (640x425)

Met veel plezier en verwondering loop ik door de oude stad van Gyumri. Ik laat me leiden door bordjes geplaatst door USAID, die ervoor heeft gezorgd dat de stad behouden blijft en gerestaureerd wordt. Ze hebben er alleen niet voor gezorgd dat de drie witte leeuwen een beter leven krijgen. Wat is het nut van een gerestaureerde stad als er drie intens verdrietige leeuwen in een container leven? Zo’n container als waar Afrikanen een winkeltje van gemaakt hebben.

Het boek ‘Saving the White Lions’ staat al lang op mijn verlanglijst en ben ik nu gaan lezen, het trekt mijn aandacht telkens wanneer ik maar even de ruimte heb om te lezen, maar soms moet ik het sluiten omdat ik er te neerslactig van word. Deze dag precies zo, ik stop met lezen omdat ik voel dat het mijn humeur gaat beinvloeden, ik trek de stad in, dwaal de straatjes door en word als vanzelf geleid, als een kind op ontdekkingstocht. Langs markten beland ik in een cafeetje met dierenvellen aan de wand, jachttroffeeën uit een niet zo lang geleden verleden. De thee wordt me gratis vertrekt, daarna dwaal ik weer verder, langs vergane glorie en statige filmdecors. Ik sta er al een tijdje bij in de buurt maar heb niks door tot ik ineens twee enorme lijven zie bewegen, bleke lichamen. Mensen staan toe te kijken. Ik ga erop af. Mijn staat van zijn nieuwsgierig, mijn gevoel positief en optimistisch. Dan zie ik drie bleke leeuwen. Precies zulke als uit het boek! Meteen verval ik in een intens verdrietige put. Tranen wellen op en ik kijk toe. De container is in twee compartimenten opgedeeld, een luik gaat open en het mannetje gaat naar de twee jongere leeuwen toe. De vloer van de container wordt nat gespetterd en de leeuw beweegt zijn klauwen alsof hij aan het graven is. Hij glijdt uit. De ijzeren vloer van een container is niet zijn oorspronkelijke grond. Ik moet weg hier! De dieren grommen. Hun ruimte nauwelijks groot genoeg om languit te liggen. Ik blijf hun gegrom horen, mensen blijven toekijken en ik vraag me af of zij hier van genieten of net als ik, ervan gruwelen. Ik kan de man die de dieren behandeld niets aanrekenen. Hij doet zijn werk.

DSC_0843 (640x426)DSC_0833 (640x425)Reward of colors

Ik kom nog eenmaal terug, ik wil de witte leeuw in zijn ogen aankijken. Lang lukt dit me niet, ik word er zo verdrietig van dat ik bijna moet huilen. Weer ga ik weg en nu rechtstreeks naar huis. Ik heb geen zin meer, ik voel geen plezier meer om de stad te bekijken nu ik weet dat drie wonderlijk krachtige dieren, drie goddelijke creaties, bruut gevangen gehouden worden. In een zee container. En voor wat?

Om naar te kijken. Is het een les in bewustzijn voor de bevolking die hier naar komt kijken? Ineens is de restauratie van een oude kerk zo nutteloos. Is heel het leven waardeloos. Moeten wij ons allemaal inzetten om iedereen op de wereld een bestaan te gunnen zoals het der natuur bedoeld is. Ja! Het liefste zou ik meteen naar Linda Tucker gaan om haar te helpen. Want de intens verdrietige blikken en schreeuwen van die dieren zijn erger dan alle ingestorte kerktorens van heel Armenië. USAID?

Net terug uit Afrika, tref ik hier drie leeuwen. Later ontdek ik dat zij tot een dierentuin behoorde die wegens brand of een aardbeving verwoest is, en dat de leeuwen de enige overlevenden waren. Een mannetje, vrouwtje en later hun kinderen. Volgens de rijke familie die deze dieren bezit is de container groot genoeg, helaas geen geld genoeg om opnieuw een dierentuin op te zetten. De leeuwen voor eeuwig gevangen.

Vriendelijk boertje transformeert naar vies mannetje

Vanuit Gyumri ga ik weer richting het noorden. Ik kies voor de witte lijn op de map omdat ik van de hoofdweg af wil. De afstand naar Georgië is hier niet lang meer, misschien één volle dag. Varduhi, de vrouw die ‘Donara Kazaryan bed & breakfast’ runt, geeft me een potje gestoofde aubergine mee. Ik heb kaas, brood, een bekertje room en gewelde perzikken bij me, samen met een thermosfles thee. Klaar.

Gyumri binnenkomen is wijds, graanvelden overtreffen het boerenlandschap, de zon baadt eroverheen als een laatste kijk door de fluwelen gordijnen van een toneelstuk. Maar Gyumri verlaten voelt als een oorlogsveld. Rauw en confronterend. Ik heb gehoord van de aardbeving die hier plaats vond, 24 jaar geleden waar 25.000 doden vielen en waar 500.000 mensen dakloos raakte. Alles is hier nog steeds kapot. Verlaten. Met hier en daar een bewoond deel, midden tussen de afgebrokkelde gebouwen. Mensen van Armenië zijn arm, hebben wellicht nooit meer iets op kunnen bouwen en wonen nu in een verwoeste omgeving. Ik ben nu heel dichtbij de grens met Turkijke, een gesloten grens en rupsvoertuigen doen oefeningen. Militairen jeeps stuiven over de zanderige paden naar hun basis, waar zwaar artillerie weerklinkt en weerkaatst tegen de wanden van de bergen. Het teerpad waar ik op rijd veranderd in een grindweg en ik snap plots waarom de taxibestuurder een gebaar naar me maakte dat ik verkeerd zat. Maar dit is wat ik wil.

On the gravelHiding behind the Wheat

Ik kom in onvervalst Armeens platteland terecht, langs herders en eenzame dorpjes op een berg geplaatst. Ik ga in de langzaamste versnelling maar ook in de mooiste. Hooibergen zijn opgestapeld als piramides en velden ontdaan van hun winterse voorraad. Daar ergens ga ik zitten om te eten, en dan fiets ik weer verder. Mannen in auto’s houden me aan en vragen wat ik hier doe en waar ik naar toe ga, ze zijn allemaal zo verbaasd. Eén man in zwart glimmend trainingspak en hele donkere trekken, een soort man die we in Amsterdam zouden ontlopen, stapt uit zijn auto en bekijkt de landkaart op mijn stuurtas. Hij is zo onder de indruk van me, maar waarschuwt me wel dat de route die ik wil nemen erg zwaar is. Het gaat over een hoge pas en de route is zoals waar ik nu op sta. Grind. Maar hij wenst me succes en rijdt weer verder, we zwaaien elkaar uit. De tweede man stopt zijn langwerpige, stijlvolle, lokaal geproduceerde auto en stapt uit. Hij gaat tegen zijn portier aan staan en waarschuwt me opnieuw. Hoewel we elkaars taal niet spreken kom ik ver met de woordjes die ik heb geleerd en handgebaren.

DSC_0732 (425x640)DSC_0712 (425x640)

Handgebaren zijn voor de derde man die me stopt niet nodig. Na de eerste vriendelijkheidsvormen stelt hij de bekende standaard vragen waar ik niks achter hoef te zoeken. ‘Ben je maar alleen?’ en ‘Waar ga je vanavond slapen?’ Ik zeg met overtuiging dat ik een tent bij me heb en overal kan slapen. Op de eerste vraag antwoord ik regelmatig dat ik met mijn man ben die ver voor me uit is. Meestal zeggen de mannen dan dat ze geen andere fietser hebben gezien en dan antwoord ik dat mijn man vast heel vroeg in de ochtend voorbij is gekomen. Nu echter lieg ik niet en dat werpt zijn vruchten af. ‘Waarom ga je niet in Amasia slapen, daar hebben ze hotels.’ Ik heb veel meer zin om in het Trembling Poplar Grove te slapen, want dat is waarom ik op deze weggetjes zit. Ik antwoord dat ik veel verder ga fietsen eer ik ergens ga overnachten, het is nog vroeg en ik heb nog volop energie. Energie die dit mannetje liever in zijn voordeel uitgepakt ziet worden. Hij blijft maar aandringen dat ik beter in een hotel kan gaan slapen en ik ben te naief om in te zien dat deze man mij graag zou bestijgen, zijn hielen in mijn zijde zet en me eens flink gaat berijden. Nee, ik heb dat niet door. Waarom zou ik ook? Ik ben een jonge hinde en hij is een oude boer. In werkelijkheid schelen we misschien maar 10 jaar. Daarbij, ik zie er echt niet verheerlijkend uit in mijn oude verschoten, een allegaartje aan bij elkaar gevonden kleding, een zwetend hoofd en fietsend (ik bedoel: hoe erotisch is fietsen eigenlijk?). De man komt dichterbij, iets wat veel Armeniërs doen, en daar hoef ik niets van te verdenken, dan zie ik het aankomen, langzaam… zijn vinger gaat naar mijn richting en dan naar de zijne, telkens opnieuw, een aantal keer. Hij wilt seks met me, in het hotel in Amasia. Getverdemme! Hoé kan hij zoiets voorstellen, denk ik. En potverdorie! Hij was zo aardig, maar doelde al die tijd gewoon op ordinaire en vast ook onbetaalde seks! Ik wijs naar mijn voorhoofd, met datzelfde vingertje als hij gebruikte, mijn blik zegt: ‘Wat denk je zelf man?! Je bent GEK!!’ en ik rijd meteen door. Hij haalt me later lachend in, aan de rechterkant van me, helemaal verkeerd.

Hoe ziet zo’n man dat dan voor zich? Dat ik naar het hotel fiets en me daar alzovast uitkleed? Ik ben gepikeerd! Vooral ook omdat hij zo oud en vervormd is. Ziet zo’n man niet dat ik ver boven zijn klasse zit? Een soort gelijk gevoel had ik ook wanneer in Afrika hele jonge jongens seks met me wilde. Ik voelde me nooit serieus genomen als persoon, bezien als een object om vooruit te komen naar betere omstandigheden.

De charme van het platteland

Niet veel verder op de route word ik weer aangehouden, nu door twee politiemannen in een Lada. Ze stappen uit en vragen waar ik naar toe ga. Niet naar een hotel in Amasia, wel via deze stad verder naar de grens met Georgië. Ze onderhandelen met elkaar, en ik kan me nog net bedwingen om te vragen een foto van ze te mogen maken, één van de agenten heeft namelijk een solide rij gouden tanden. Ik hoor ze aan en ik denk dat ze me voor gaan rijden om me de weg naar dit stadje te wijzen, iets waar ik niet fout had kunnen fietsen, toch zeker niet met een goede landkaart én GPS op de smartphone, maar ik weet dat afwijzen geen nut heeft. Dus keert de oude Lada om, de politiemannen die er bijna in wegzinken rijden me voor en wachten me midden in het dorp op om me de juiste afslag te wijzen.

DSC_0723 (640x425)Tough ClimbReward of colors

Ik buig af om bij de hoofdweg uit te komen, nog 10 kilometer verderop. Dorpjes liggen altijd in een dal, misschien vanwege beschermde factoren, dus ik heb eerst weer een flinke klim voor de boeg. Eenmaal op  de zanderige hoofdroute leidend naar de nationale weg stuit ik op een lang stuk natuur waarop ik mezelf bejubel. Dit is zoals ik het wilde, zonder te weten dat hier te vinden. Ik ben verheugd en meteen zie ik in dat ik al weer heel snel dit land uit zal zijn. Ik hoop in Turkije langs de grens van Armenië hetzelfde natuurschoon te vinden. Dan krijg ik nog een flink zware klim te verwerken alvorens ik met de weinige trucks en paar auto’s naar beneden suis, langs herders met mobiele telefoontjes en honderden schapen die gaandeweg gras plukken van de weelderige vlaktes. Het is een perfecte sluiting van de rit, en ik besluit bij de eerste boerderij die wat van de rest van het dorpje afligt te gaan slapen.

Twee mannen zijn aan een machine aan het prutsen. Ze staan op hun veld en ik besluit er naar toe te gaan om te vragen of ik mijn tent op mag zetten. Ze waarschuwen me niet te dicht bij de messen van de machine te komen, waarna de ene boer, gehuld in een wit linnen pak, me aan de arm meeneemt. Hij is zo amicaal dat ik het meteen wantrouw en ik wrik me los uit zijn innige armomhelzing. Ik probeer de beste man duidelijk te maken dat ik mijn tent op wil zetten en waarschijnlijk snapt hij wat ik bedoel maar toch neemt hij me mee naar zijn huis. Even vrees ik dat ik bij een huis aangeklopt heb waar twee mannen wonen. Opluchting is waarschijnlijk te lezen in mijn ogen, die nu bekeken worden door de vrouw die de deur opent. De vrouw van de boer in het witte linnen pak. Haar twee zonen komen er bij en ze proberen me allemaal over te halen in hun huis te slapen. Ik probeer hen ervan te overtuigen dat ik écht in mijn tent wil slapen, gewoon op hun veld, dat ik meer dan genoeg voor me. Ik heb geen idee of ze me nu gebrijpen of niet, of misschien denken ze dat ik hen niet begrijp en voor de zekerheid nemen ze me mee naar boven. De zonen hebben hier een computer en internet en via Google Translate komen we meer precies te weten wat ieder van ons nu bedoeld. Zij schrijven hun zinnen in het Armeense alfabet, die ze eerst opschrijven in een ander programma en dan plakken in Google Translate. Zo duurt het ongeveer een half uur voor we zeker weten wat de ander bedoeld. Dan sluit ik de hele woordloze converstatie af want ik heb wel door dat deze jongens het maar al te leuk vinden dat ze iemand hebben  om mee te oefenen, en dat terwijl er bijna geen woord gezegd wordt.

DSC_0847 (640x425)DSC_0857 (640x425)

Ik mag de tent opzetten, hoewel ze natuurlijk liever hebben dat ik gewoon in hun huis slaap. Het huis is groot genoeg, maar ik zie er tegen op om heel de avond op de bank te zitten en een gesprek aan proberen te gaan zonder zij Engels spreken of ik Armeens. Zoiets vergt energie en ik heb alles gegeven aan het fietsen. Al dat ik wil is de tent opzetten en eten koken. Dat doe ik. Wel komen vader, moeder en zonen één voor één naar me toe om te vragen of ik een koffie wil drinken.

View from my tentMy Home

Zo geschied. In de avond stap ik hun woonst nogmaals binnen. Het huis is groot en kaal. Er staat een bank ver van de televisie af, een koelkast staat ernaast. Aan de muur hangt een kalender met een afbeelding van de stad Gyumri waarnaast de ingang van de keuken is. Een donker, koud hok waar de lades half uit de kastjes bungelen, en waar geen waterkraan is. Al het water wordt overgeheveld vanuit de badkamer. Wanneer ik de volgende ochtend mijn waterflessen wil vullen zegt de moeder dat het water niet goed is, en brengt me beter water. Waar het water vandaan komt weet ik niet maar het komt in een 3 liter bierfles en mijn water smaakt dus naar bier. Ik krijg koffie en ook kruidenthee, van bloemen uit de bergweides die de moeder geplukt heeft.

Zittend op de bank wordt me al snel de zoon van de familie aangeboden. Het is behalve een erg jonge jongen ook een op en top fitte jongen. Hij is zo mager als een lat en het enige mooie aan hem zijn zijn weelderige lange zwarte wimpers. Dat blijft dus, ik word alsmaar ouder maar de jongens die me aangeboden worden blijven rond de twintig. Later vragen ze me hoe oud ik ben en ik blijk maar een paar jaar jonger te zijn dan vader en moeder, zij staan versteld. En ik ook. Hun leven en omstandigheden maken ze verweerd en snel oud. De koude en harde wind zullen er ook geen goed aan doen. Hoewel de zon nu binnen schijnt en er een warm plekje van maakt, is de rest nogal armoedig. Tot ze mee naar de stal nemen…

DSC_0813

CSC_0896

De eerste stap die ik er binnen zet is omhuld door slapende kippen op houten balken net boven mijn hoofd. De volgende stappen leiden me door koeienstront naar de 13 koeien die gemolken worden door moeder én een melkmachine uit Turkije. Dan ontdek ik 9 kalfjes, nog een stel gelukkige varkens en een apart hok met 40 geiten. Kippen liggen overal op stok in de rondte en ik waan me waar ik van droom: op een échte boerderij! Het kamperen is weer heerlijk basic zonder douche, met een toilet als gat in de grond. Ik ben weer op mijn plaats, en het fijne aan deze mensen is dat zij mij niet te sjiek of beter achten dan deze levensstijl. Iets dat wel heel vaak gebeurde als ik aan het backpacken was. Fietsen is echt samen smelten.

DSC_0823 (640x425)DSC_0831 (640x425)

Zo ook de volgende dag, ik neem een koffie, vul mijn waterflessen en wordt uitgezwaaid. Verder langs de route wordt ik toegezwaaid door de wegwerkers, langs vele ooievaars op hun uitgebreidde nesten en mensen die wat verbaasd zijn om mij hier te zien. Voordat ik vertrek vanuit Brussel Airport vroeg ik mijn vader hoe deze landen zouden zijn. ‘Arm’, zei hij en het klopt, Armenië is arm. Iets dat je alleen op het platteland ziet. Toch, er is altijd electriciteit, water, koelkasten schotelantennes, computers en internet. Naar mijn gevoel heerst hier geen armoede. Het land voelt aan als ouderwets maar er hangt een tevreden sfeer. En in die mood trek ik over de grens…

I'm curious to your view, leave a reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s