The Gambia II

Ik ben in Tujering gaan logeren omdat ik hier een heel huisje gratis tot mijn beschikking heb. Dit huisje staat bijna een heel jaar leeg, is nieuw en prachtig scharlaken rood geverfd. Ik besluit als tegenprestatie les te gaan geven op de school die bij dit huisje hoort. En zo geschiedt…

Dag 1: Ze hebben hier een aparte manier van les geven, dat was me al verteld door Marloes en dat ondervind ik nu zelf. Lerares Sera zegt wel dat ze het een hele leuke baan vindt, maar dat straalt ze allerminst uit. Na de eerste pauze kakt ze helemaal in. Het is dan pas 11 uur, de volgende pauze is alweer een uur later en intussen wordt er niets gedaan. De kinderen rusten, zegt ze. Sera zeult met haar kind op haar rug de klas door. ‘She’s underaged,’ zegt ze, en het kind klampt erg aan mama. Wanneer Sera’s lesgeven vervolgd, stopt ze daar op een gegeven moment ook weer eventjes mee, laat haar dochter van 2.5 in slaap komen, troost een kindje met ontstoken oorlellen zodat ik besluit de klas over te nemen. En als Sera dat ziet pruilt ze dat ze erg moe is en dat ik het maar moet doen, ‘prima idee,’ moet ze denken en zegt: ‘I am so tired, you give lesson now.’ Ik geloof ook wel dat ze erg moe is want ze geeuwt aan één stuk door. Ondertussen, wanneer ik les probeer te geven maar dat nooit in mijn leven gedaan heb, houdt Sera zich vooral bezig met haar dochter, ze geeft haar de borst en speelt ermee.

Iedereen in deze school loopt in en uit, werkelijk iedereen. Een ouder kind uit een hogere klas komt aan het bord in ons klasje en tekent alles dat ik vraag, terwijl de klas waar ik voor sta toekijkt en vooral getrained is, en nog niet verder komt, dan het napraten, herhalen en zelfs precies nadoen van wat de juffrouw doet.

Elke week staat in het teken van een onderwerp. De week waarin ik voor de klas sta zijn het de kleuren ‘yellow, green, blue and red’. De week daarna zijn het de dagen van de week. Ik probeer de kinderen zelf te laten denken door voorwerpen of vormen na te tekenen die de kleuren van deze week vertegenwoordigen. Op het schoolbord verdeel ik met strepen de vier kleuren. En zo gebeurd het dat de kinderen die ik naar het bord vraag een appel, een banaan en een zon na te tekenen, dat doen zoals ik dat zojuist deed: allemaal lange strepen. Goed getraind zijn de kindjes wel. Of zou mijn lesstof, die à la minute geïmproviseerd is, te moeilijk zijn?

Op het schoolplein werken twee of drie dames aan de maaltijden voor de kleuters en leraren. In lange rijen staan aluminium schalen met bestek ernaast en wanneer de schoolbel gaat stormen de kinderen naar buiten en kunnen ze genieten van een gratis maaltijd. Wanneer ik om 9 uur naar de school loop, heb ik al gegeten maar ik lust nog wel een deel ontbijt en zit samen met de leraren op een bankje en we bukken ons naar de vloer om uit een schaal pap te eten, gekookte rijst met fijn gestampte pinda’s. Het is erg weinig voor de acht leraren, maar wel erg lekker. De leraren zijn blij dat ik met hen eet. Ze zijn zelfs enthousiast dat ik me één van hen voel want hun ervaring met toubabs is dat die zich altijd distantiëren van hen. En als ik later door het dorp loop en met de locals praat hoor ik dat opnieuw. Toubabs kijken hen vaak onvriendelijk en geïrriteerd aan, vinden ze. Ik vertel dat het misschien komt omdat toubabs zich onzeker voelen, misschien bang zijn of het veiliger vinden in het gezelschap met wie ze zijn. Ik vertel dat wij als westerlingen nooit zomaar aangesproken worden op straat zoals hier in Afrika zo heel normaal is, en dat de meeste mensen echt gewoon bang zijn. Niet bang om bestolen te worden, maar bang voor het onbekende.

In de pauze komt weer zo een onderwerp ter sprake. Sera en Yusupha vertellen van een jongen uit dit dorp die met een Europese vrouw samen woonde in Europa en hij werd door haar opgesloten! Ze vragen mij waarom zij dit deed? Ik zeg dat ik het niet weet. Dat dit doorgaans niet onze manier is hoe wij met mannen omgaan. Misschien was de vrouw ouder en de jongen jong, en was zij wellicht bang om hem te verliezen aan een jonge meid, zo verzin ik maar ter plekke een reden. En ik moet meteen denken aan toen ik in Pakistan was en mijn vriend Taj me een soort zelfde vraag stelde. De witte vrouw wordt gezien als een sterke, dwangmatige feeks die jonge jongetjes vernederd en mishandeld. Waarschijnlijk dan alleen toch door mannen die iets willen bereiken via een slinkse manier…

Na de pauze gebeurd er zoals gewoonlijk niet zo heel veel meer. Het zijn geen inspirerende lessen. Het is geen inspirerende lerares. Yusupha is wel een hele inspirerende leraar maar hij verlaat deze school omdat hij ergens anders meer verdiend. Ik vraag hoeveel ze verdienen en ze vinden het bijna allemaal te weinig. Het blijkt dat ze betaald krijgen van de Nederlandse man die deze school gebouwd heeft en dat is meer dan een salaris van de overheid.

De kleuterschool is gedaan om half 2 en ik ga meteen na de lunch een uurtje slapen om weer energie te krijgen. Eén ochtendles slokt mijn hele dag op terwijl ik niet het idee heb dat ik iets toevoeg aan het les geven. Want de kinderen de kleuren laten herhalen in woordelijke vorm noem ik geen les geven. Ik wil handwerklerares zijn. En ik besluit de volgende dag precies dat te zijn: handwerklerares zonder materiaal. Ooit was er wel materiaal maar daar zijn de leraren niet zuinig mee en potloden, stiften en vetkrijt liggen in één bak enorm veel stof en zand aan te trekken, iets dat ze heel goed afgaat.

Dag 2: deze ochtend is Sera nog vermoeiender! Ze was al om 5 uur wakker, haar dochtertje hoestte heel de nacht. Dochtertje is nu goed vast gebonden op de rug van haar moeder en nu kan Sera beter les geven. Wanneer ze met het openingslied de schooldag laat starten loopt ze rond de vrolijk geschilderde tafeltjes en slaat ze in het voorbij gaan alle muggen dood. Dat komt in eerste instantie heel ongeïnteresseerd over, maar is best nuttig. Eén kindje is al met malaria naar huis gebracht en Meneer Tamba zegt ook lichte malaria te hebben, hoewel ik denk dat hij hoofdpijn of griep verward met de alles omvattend malaria. Er is namelijk geen mug te bekennen. Ik slik nog altijd geen tabletten omdat ik geen muggen tegenkom op de meeste plaatsen waar ik slaap. Het Rode Huisje heeft een complete gaasomheining en daar zijn zeker geen muggen. Daarbij, de tabletten die ik bij me heb zorgen als bijwerking voor vaginale schimmelinfectie en zittend op een fietszadel is dat niet iets waar ik naar uitkijk.

Al gauw loopt Sera weer de klas uit en wanneer ze de tweede keer de klas verlaat denk ik: ‘Laat ik maar iets gaan doen,’ de kindertjes zijn allemaal heel braaf en altijd wanneer ik de klas binnen kom zitten ze rustig aan hun tafeltjes en lijkt het allemaal heel vredig en teder. Ik heb besloten streng te zijn als dat moet omdat ik geen van de kindertjes te vriend hoef te houden. Dat zijn ze toch wel. Ik ben immers de oudere, en ik heb in India wel geleerd dat je beter streng kunt zijn voordat ze met je aan de haal gaan! Dus als Sera ziet dat ik meteen in actie kom, doet zij dat ook. Ze pakt haar portefeuille en gaat naar de markt. Ik heb geen zin, om zoals Sera, eindeloos de kleuren te gaan herhalen in de lokale Mandinka taal en Engels. Vaak weten de kinderen niet eens wat ze zeggen omdat ze gewoon iets ratelen wat de juffrouw zegt. Deze kindjes zijn pas drie jaar en hoewel ik geen verstand van kinderen heb, weet ik wel wat leuk is. Ik pak de bouwsteentjes van plastic die je in elkaar kunt klikken en al gauw zit heel de klas, 25 kinderen van 3 jaar oud, te spelen. Dat is leuk! En ook heel vermoeiend!

De bouwsteentjes hebben het thema van deze week; rood, geel, groen en blauw en ik geef elk kind een berg bouwsteentjes in dezelfde kleurtjes. Omdat ik zie dat sommige kinderen niets doen, of omdat ze zo wedstrijd-georiënteerd zijn en al klaar met bouwen, of ze niet snappen wat ik nu precies wil, de kinderen spreken immers nog geen Engels, besluit ik het idee van Mariam op te pikken. Mariam is een meisje waarvan haar moeder stierf toen zij ter wereld kwam en ze praat bijna tegen niemand, toch zeker niet tegen mij. Haar tong zit meestal in haar wangholte en ze is volledig op zichzelf. Ik probeer met ietsje extra aandacht, maar zeker niet teveel, contact te maken en ze kijkt me aan met die ronde kinderoogjes. Ze kijkt me altijd aan en ze doet wat haar gevraagd wordt maar de kinderlijke interactie ontbreekt. Mariam maakt een lange sliert met de bouwblokjes en meteen ontstaat er een idee: we gaan allemaal samen één lange trein maken.

Door goed naar de mensen te luisteren en wat om me heen te kijken heb ik ontdekt dat de Gambiaan gericht is op zichzelf. Hier ligt misschien de oorzaak van de slechte economie van het land? De beste winkels en de supermarkten, hotels en restaurants worden allemaal gerund door toubabs, om het maar te noemen zoals ze hier zo graag doen. Het zijn Libanezen die hier geboren zijn en die begrijpen wat handel is. Het zijn Mauritaniërs die weten wat inslaan betekend en hoe je meer winst maakt met een volle winkel, gewend aan mega transporten door de woestijn. Het zijn de Indiërs die capaciteit hebben en nette winkels met een perfect assortiment leiden. Zij halen allemaal de kansen weg voor de lokale bevolking, maar blijkbaar lukt het de lokale bevolking zelf niet zo goed. Ik heb gehoord dat de Gambiaan het liefste alles voor zichzelf houdt en anders dan de Indiër niet denkt aan zijn familie. En dus besluit ik met de klas sámen te werken. Sámen gaan we iets opbouwen.

Sera

En het lukt. Zonder juffrouw Sera en zonder uitgerukte kroesvlechtjes. Ik moet de kinderen wel constant stimuleren en helpen en voordoen wat ik wil bereiken. Ik huppel van het ene lage tafeltje naar het andere lage tafeltje. Als het af is besef ik dat er helemaal geen trein bestaat in dit land en maak ik er een slang van. Op dat moment komt Sera terug van de markt en vertaalt ze naar de kinderen dat we nu een slang hebben gemaakt en ik zie de trots in haar ogen. De kinderen doen hun best om de slang kronkelend over de tafeltjes te laten glijden zonder hem te breken, we houden hem boven ons hoofd en alle armpjes gaan over in kleine handjes die de rode, gele, blauwe en groene blokjes voorzichtig vast houden. En ik? Ik glim van trots, samen met de juffrouw die nu misschien toch nog vertrouwen in me krijgt als collega-juffrouw.

In de pauze gaat Sera even slapen. Ze legt zichzelf op de geleurde tafeltjes van de leerlingen en languit ligt ze daar. Haar mooie gestalte, met een klein vooruitstekend buikje en een steile pruik die haar jaren ouder maakt. Wanneer de klas weer begint gaan de kindertjes om Sera heen zitten en friemelen aan haar. De kinderen friemelen ook graag aan mij, ze knijpen zachtjes in mijn huid, strelen mijn haar en voelen hoe warm of koud ik ben. Sommige kinderen willen veel aandacht en leunen tegen me aan omdat ze vast gehouden willen worden. De Gambiaan is heel lichamelijk ingesteld, en heel erg open. ‘Do you shave yourself down there?’ vraagt een lerares lachend aan mij. Ik vind het wel een heel open vraag en ook nogal ongeplaatst, maar bedenk dat ze waarschijnlijk gewoon nieuwsgierig is naar hoe toubabs zich onderhouden. Natuurlijk willen de leraressen weten of ik een vriend heb en we praten ook gewoon over seks zonder het woord uit te spreken. Het is eigenlijk niet anders dan in een Nederlandse bedrijf. We zijn gewoon allemaal open, maken pestende grapjes met de jonge leraar Yusupha die nog niet getrouwd is -maar dat dolgraag zou willen- en ook de praktiserende moslim juffrouw doet gewoon mee, terwijl zij haar baby aan de borst houdt.

….

DSC_0023 (425x640) DSC_0039 (425x640)

….

Ik heb mijn houding maar wat bijgeschaafd wat betreft het lesgeven want iedereen loopt toch maar weg van zijn klas. Dat is normaal. Ik denk dat alleen het eerste anderhalf uur serieus is, daarna verdwijnt de ambitie wat op de achtergrond. Nu echter niet. Sera, Momo en Yusupha zitten allemaal een Lego speelgoed in de leeftijdscategorie van 6 tot 12 jaar in elkaar te zetten, ieder in hun eigen klas. Sera doet er drie tegelijk, op de grond, voor het bord met haar rug naar de klas toe. In eerste instantie wilde we het de klas laten doen maar aangezien ze pas drie jaar zijn, en ik niet verantwoordelijk wil zijn voor verslikken, doen nu de leraren dit. Dit speelgoed komt uit Nederland, net zoals er ineens ook zes Nederlandse bezoekers voor de deur staan. Sterker nog, zij komen uit het dorp waar ik geboren ben en later die week word ik nog eens verrast met weer zes mensen uit Brabant, die nu naar mij vragen omdat ze gehoord hebben dat er een meisje is dat uit Nederland gefietst komt.

Ondertussen ontstaat er ruzie in de klas, kinderen lopen over de tafeltjes heen, verstoppen zich eronder en gaan met elkaar op de kinderlijke vuist. Eén klein mannetje wordt zijn pinda’s afgepakt, een ander heeft buikpijn en huilt en valt in slaap en wordt zwetend wakker om struikelend in mijn armen te belanden wanneer de bel gaat. Terwijl Sera de Lego in elkaar zet, geen makkelijk karwei, heb ik haar hulp toch af en toe nodig. Met haar harde stem krijgt zij de kinderen weer in het gelid en als ik vraag ‘what shall we do now?’ zegt ze: ‘Let them rest,‘ en dat lijkt me een prima idee. Ik ben óók moe na twee tekensessies waarvan één vrije opdracht, waarbij ik het meeste werk verrichtte: kleurpotloden uitdelen (na ze eerst geselecteerd te hebben uit een bak vol rotzooi) die na het lange wachten op papier (dat ik in stukken moest scheuren omdat het anders veel te groot was) de kinderen ondertussen laat drummen op de tafels met hun potloden zodat ik ze weer aan kan slijpen. Meteen waardeer ik stiften en vooral vetkrijt zoveel meer.

De les eindigt ermee dat de kinderen als opdracht krijgen te slapen zodat Sera ondertussen drie Lego bouwsels af kan maken. Gelukkig slaagt ze erin, ze is de leeftijd van 12 jaar dan ook al ver voorbij. Ook ik moet mij zelf de opdracht geven te gaan slapen omdat ik na elke les, hoe weining ik ook lijk te doen, totaal geradbraakt ben. Zo’n slaapje laat me wel tot nieuwe inzichten komen. Ik ga de volgende les anders aanpakken en hoewel ik geen pedagogische noch wat voor kinderen-gerelateerde inzichten heb, behalve mijn eigen kinderlijke geest, bedenk ik een goed idee. Dit zal de kinderen, heel langzaam, uit hun herhaal modus moeten halen om ze zelf te laten nadenken. Ik ga voorbereidend werk doen en wel kleine tekeningetjes maken van afbeeldingen die in de klas hangen: een cirkel, een appel, een vierkant, een cijfer of een simpel kledingstuk zoals een broek. De kinderen zijn over het algemeen niet zo goed in inkleuren dus ik maak hele simpele tekeningetjes. Ik zeg tegen de kinderen die buiten de lijntjes kleuren dat ze het heel goed doen en degene die hun papier kapot krassen zijn net zo creatief. Dan is het de bedoeling om na het inkleuren de kinderen zelf de tekening die ze hebben gemaakt terug te vinden in hun klaslokaal. Ook dit lukt en Sera lijkt het een heel origineel idee te vinden. Maar dat is het natuurlijk ook wel voor Gambiaanse begrippen. Zij legt aan de klas uit wat ik wil en weldra mag het eerste kindje zijn tekening terug vinden op de muren rondom hem. Met enige moeite en hulp van zijn medeleerlingen lukt het. Wanneer we bij het tweede kindje aankomen gaat het al wat moeizamer en de derde tenslotte wijst aan wat de juffrouw even daarvoor als voorbeeld aanwees. De vierde wijst eveneens ijverig aan wat haar voorgangster aanwees en de vijfde komen we niet meer aan toe want dan gaat de schoolbel. Het is pauze. En na de pauze kakt alles uiteraard weer in. Les over. Jammer, het ging net zo leuk…

En wanneer er dan een zeer verrassende verrassing op me wacht ben ik stiekem blij dat ik geen les meer kan geven. Waarom? Dat lees je in het volgende verslag!

12 responses to “The Gambia II

  1. Hallo Cin,
    Eerst en vooral, wat mag ik je wensen voor het nieuwe jaar? Elke dag opnieuw een nieuwe verwondering? Terwijl ik dit schrijf, ligt de atlas met de kaart van Afrika voor mijn neus zodat ik je traject een beetje kan volgen. Ongelooflijk hoe ver je al bent geraakt; je vertrek op 21 mei nu amper 7 maanden geleden! Hoeveel kilometer heb je ondertussen gedaan? Je beleeft wel heel wat, erg mooi om te lezen!
    Je blijft de kustlijn volgen? Is wel langer maar veiliger en mooier? Mali is momenteel toch beter te mijden, maar dit weet je waarschijnlijk wel.
    Dirk is sinds gisteren terug in Gabon. Dit is zeker nog 2000 km van waar jij nu bent als ik goed kan schatten?!
    En dan om te eindigen nog een spreuk uit het wonderboekje van het Lingala: ‘ a boat will always have its destination as long as the port is there’
    Liefs en tot gauw,
    Monique

    Like

    • Lieve Monique,

      Daar ben je weer. Ik vind het leuk om met je te spreken, te mailen. Had graag langer bij je gebleven ook, maar ja, ik stond aan het begin van mijn trip en was gewoon te eager om te fietsen! Nog wel hoor, ik ben nog niets van die lust verloren. Maar na weer 6 dagen in de heuvels van Guinee wil ik even bij komen.

      Ik probeer aan de weblog te werken maar daarvoor is de lijn te langzaam. Ik blijf de kustlijn volgen. Was even van plan om via Mali te gaan maar er zijn ontvoeringen en om er dan te gaan fietsen, is wel wat link. Kijk, ontvoerd worden is één ding, maar niet door islamitische rebellen die het op westerlingen gemunt hebben. No thanks!

      En aangezien ik ook wel benieuwd ben naar de landen aan de kust ga ik dus daar heen. Daar schijnt regenwoud te zijn, lijkt me heerlijk om daar door heen te fietsen! Of het langer i doet er niet zo toe hoor, alles is lang. Of niet juist. Het gaat me echt om het fietsen want ergens aankomen is het niet altijd. Net als nu, ik zit in een zwijnenstal!! Hahaha… er is hier niets, het is een stadje, dus ik kan in een hotel. Of nou, ja… hotel?!

      Moet toch even nadenken over je spreuk: as long as the port is there. Wat bedoelen ze? Of denk ik te ingewikkeld? Hm, vast wel : )

      Liefs Cin xxxxxx

      Like

  2. Hallo Cin,
    Ha, ja die spreuk, komt uit dat boekje. Ik denk dat ze hiermee, met ‘port’ een haven, een veilige aanlegplaats bedoelen, zolang er maar een haven is, zal de boot een bestemming hebben. Ik vond het ergens toepasselijk op jou, niet?
    Nog een gezegde en deze vind ik ook een mooie metafoor, ook uit het boekje want zelf kan ik zoiets niet bedenken. ‘a hundred slips will not prevent the turtle from getting to the water.’
    Het is bewonderenswaardig hoe je je plan trekt in het Frans!
    Tot snel!
    X

    Like

    • Hoi Monique,

      Dat bedoelde ik eigenlijk niet….dat het een haven is. Het kan namelijk ook een metafoor zijn. Voor een veilige haven als in ‘vrouw’ of ‘thuisbasis’. Die spreuken kunnen heel diep gaan.

      Het is sowieso toepasselijk. Hoe je het ook uitlegt. Ik denk daar wel eens over na inderdaad, over mijn tweede interpretatie dan. De haven is ergens maar ik weet nog niet precies waar.

      Liefs Cin

      Like

      • ja dit bedoelde ik ook met haven, als metafoor, niet letterlijk; een iets of iemand, iets fijn, je vult het zelf in. Het komt er op neer dat we enkel dingen doen waarvan we denken dat ze goed zullen aflopen; keuzes die we maken. Wat denk je? Ik zal er ook nog eens over nadenken!
        En die andere metafoor, wat vind je ervan?
        tot gauw, ik vertrek nu naar de yoga en daarna lees ik je volgende avonturen!

        Like

  3. Nu ga ik eerst een Gabon III van je lezen! En dan de kachel aanmaken, het is hier wel -1000 graden, zo koud! Dikke zoen!

    Like

      • Hallo Cin,
        nu denk ik juist in verband met die haven aan dat verhaal van de kleine prins, die ging ook op reis maar had ook steeds zijn veilige thuishaven, zijn planeet met die roos in gedachten, iets waar hij op terug kon vallen.

        Like

      • Lieve Monique,

        Hier ben ik eindelijk weer!!
        Hoe gaat het met je, lieve nicht van me ; )

        Ik ben in Liberia aangekomen, een fijne sfeer hier in Monrovia.

        Ik ken het boek van De Kleine Prins alleen van kaft, heb het eens aan mijn zus geschonken maar zij keek er niet naar om, weet niet waar het is nu?

        Zou het graag eens lezen trouwens : )

        Liefs Cin x

        Like

    • Hahaha, zo koud Monique?!?! Men, de wereld gaat eraan!! Hier branden ze ook alle lampen, daar komt dat gewoon door, ze zijn totaal niet milieu bewust. Dan is er eindelijk even stroom en laten ze alles maar aan. Ik ook.

      Gewoon voor het gemak.

      Pak je maar goed in, skipak aan en moonboots aan je voeten! Liefs Cin

      Like

      • ja zoals we vroeger deden, toen keken we er ook niet naar! maar zijn wij hier nu echt zo milieubewust geworden? Ik denk eerder dat het is omdat we aan onze geldbeugel denken! xxxxx

        Like

I'm curious to your view, leave a reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s