Sierra Leone II

Pretty in Tiwai

Vervolg Sierre Leone

There’s no love among the people,‘ zegt de vrouw van het kleine museum in Freetown dat ik niet bezoek. Dat is één van de redenen dat de oorlog uitgebroken is. Dat het land niet rijst, omdat men niet wilt delen. Werken wilt men ook niet. Afrika is het laatste kindje in de klas dat de zaal verlaat wanneer de examens plaats vinden. Waarom werken als de blanke geeft? Beter wat wachten tot de blanke over de brug komt. We horen het uit diverse richtingen, niet alleen van de Ierse ambassade man, ook van verpleegsters en van locals: het heeft geen nut. Men onderhoudt niet. Men is niet gemotiveerd. Men vraagt. En dus worden wij gevraagd geld te geven. Omdat iemand trek heeft en niet zelf zijn land wilt verbouwen, men verwacht dat je gewoon iets af staat. Waarom ook niet? Zij willen niet delen, maar de blanke wel. Verwachten dat onze fietstassen gevuld zijn met deelbare goederen, geld, veel geld.

Beautiful Bra

Mijn populariteit gaat niet meteen uit naar de mensen van dit land. Ik vind ze niet aangenaam. De meeste zijn allemaal geïnteresseerd in geld. Het woord ‘money’ is wat je constant hoort. Krijgen. Veel geld voor weinig. Liever nog; veel geld voor niets doen. Ze vinden het ook normaal, wisselgeld wordt gehouden, prijzen stijgen waar je bij staat, smoesjes en leugens vliegen je om de oren. De dame van het postkantoor houdt, zonder blikken of blozen, iets van 6 euro. Omdat ze geen wisselgeld heeft, terwijl ik de thermosfles en de immersionheater aan haar geef wegens overwicht van het enorm prijzige pakket (€140 voor 5 kilo). Hiermee voldoe ik aan de typische blanke gevers cultuur dat al deze hebzucht veroorzaakt. Uiteraard eis ik mijn wisselgeld op en schrapen Oliver en ik alles bij elkaar om het gepast te kunnen betalen.

De meeste mensen schooien hier niet zozeer omdat ze niet anders kunnen maar uit pure hebzucht, luiheid en gemak. Het overtreft alle andere West Afrikaanse landen. Alsof we allemaal NGO’s zijn, geven en uitdelen, zonder omhaal €30 vragen voor een plekje om in de natuur te kamperen. Het gaat met steeds meer tegen staan. Het is niet vriendelijk, niet gastvrij.

Gaandeweg ga ik me steeds meer vragen stellen: wat doet het World Food Program eigenlijk? Wat doet iedereen die hier is? Geven heeft weinig nut. Geven is het voeden van luiheid en afhankelijkheid. Door te geven sterft de motivatie, als die er al ooit was. Is het aan ons om de kinderen van Afrika te voeden? Vragen die ik me stel terwijl ik fiets, vragen die gemeen en onaardig zijn. Is het beter om zoals in China één kind politiek in te voeren? Ik weet het antwoord. Is het beter om mannen en vrouwen tegen een kleine vergoeding onvruchtbaar te maken? De condoom reclames langs de weg bereiken maar weinig mensen, vrees ik.

Intensity

Voor Sierre Leone lees ik me niet in. Ik kies er bewust voor me te laten leiden en oh… wat word ik verleid! Mijn gezelschap is niet alleen heel aangenaam en ik niet alleen heel aangenaam voor de Ierse broers, de stranden langs het 40 kilometer lange schiereiland rondom Freetown zijn van een grote schoonheid. Dat we er opnieuw de heuvels en de slechte weg voor op moeten, nemen we alledrie voor lief. Laat op de dag verlaten we Freetown, net als de man zonder benen in zijn rolstoel die zich vast heeft geklampt aan een vrachtwagen. We verliezen Brandon uit het oog, vinden hem vlak voor de weg ophoudt te bestaan en besluiten daar aan het strand te gaan kamperen. We zijn alle drie verheugd dat we zo dicht aan het water kunnen staan, ‘it isn’t going to be better than this,’ zegt Oliver. Helaas, dit gaat niet helemaal waar zijn. En het verbaasd me niet: drie blanken die zomaar ergens op een strand gaan staan, midden tussen een bijna krottenwijk en een luxueus wooncomplex in aanbouw. Zodra we onze fietsen en onszelf neerzetten aan het strand worden we bespoeld met nieuwsgierig publiek. Ik voel een lichte dreiging die Brandon ook voelt en hij bespeelt de mannen en jongens behoorlijk lang tot Oliver op zoek gaat naar de village chief. Die blijkt afwezig te zijn, we kunnen op het strand blijven maar krijgen wel een bewaker toegewezen. Hoe wij ook protesteren, we blijken opgezadeld met een man die heel de nacht dichtbij blijft. Ik besluit te gaan koken onder het toeziend oog van vele omstanders. Soms moet ik ze vragen even op te schuiven ‘can I enter’ zodat ik me kan bewegen, soms verzoek ik ze een meter naar achteren te gaan ‘can I have some space’. Soms moet ik me herinneren aan de oefening die ik hier krijg in verdraagzaamheid. Brandon blijft de groep entertainen terwijl Oliver en ik koken. En dan, als een donder bij heldere hemel verspreidt ons publiek zich zodra we gaan eten en zijn we eindelijk alleen. Alleen. Brandon gaat slapen, de kikkers in de poel achter ons bulderen zo hard dat het een stijgende helikopter lijkt, de zee rolt alsof zij ons wilt hypnotiseren. En ik denk dat ze daar in slaagt.

DSC_0886 (640x425)

Eindelijk, de tropische afslag

De volgende ochtend, zodra we opstaan, komt de hele scene weer tot leven, vermenigvuldigd door vrouwen. Nu komt ook de village chief Exodus -movement of the Jah- ons verblijden en met een tweetal bankbiljetten die hij moet zien te verdelen onder zijn mannen, lijkt hij heel tevreden. We bewegen ons door de blokkade aan mensen, een jongen duwt mijn fiets naar boven en dan betreden we al gauw de weelderige natuur van Sierra Leone. Het is geen makkelijke route maar wel een indrukwekkende, de rivier is zo schoon dat we ervan kunnen drinken en het strand aan River No 2 is oogstrelend onbegrensd, tropisch en verlaten. We betalen een euro inkom maar zijn dan wel verzekerd van privacy. We betalen teveel voor een ontbijt in dit halfslachtige complex, dat ik al gauw aan moet vullen met een goedkoop bord rijst, geplette casava bladeren en vis buiten het complex. Brandon vraagt ketchup voor zijn omelet en krijgt jam, iets dat je mag verwachten in een land waar ze gedoneerde rolstoelen en kinderwagens gebruiken als winkeltjes op wielen? We slapen verder aan dit strand, met ieder een uitgestrekte hond naast zich, zijn zachte voetzolen tegen mijn huid gedrukt, zijn warme lichaam dicht tegen me aan op het strand, afgeschermd van alles en iedereen. Het is stil en puur…

More Beach

De vlam van een Primus kookstel

Vanuit dit strand fietsen we verder naar de punt van het schiereiland en zetten ons kamp op in Sugar Beach. Hoewel Oliver benoemd is tot Diplomat omdat hij meestal heet gebakerd, licht ontvlambaar en moordende neigingen naar de lokale bevolking heeft, is hij ook in staat om in een haast mediterende staat van zijn tot zijn Afrikaanse medemens te spreken in tijden van nood. Nu echter is het zijn broer, die een soort van intermediair van beroep is, die ontsteekt van een waakvlam naar een spetterende Primus spuugvlam. Opnieuw worden we hartelijk verwelkomt, maar alleen uit een financieel oogpunt. De man die zegt het strand te beheren vraagt teveel geld en ondersteund zijn aanvraag met leugens. We weten hem snel af te schudden, onze privacy te beschermen en hem blij te houden met een kleine bijdrage.

Brandon kiest ervoor zijn tent pal aan de oceaan op te zetten terwijl Oliver en ik boven op de klif blijven slapen. Oliver zou het liefste zo snel mogelijk door dit land fietsen om alles en iedereen in dit land achter te laten, om hetzelfde tafereel te vinden in het volgende land en dan door te blijven fietsen tot hij erbij neer valt. Naar mijn mening fietst Oliver op therapeutische basis en ik voel me zijn tijdelijke helper. Ons kamp kan geen beter rustoord zijn, verborgen tussen omgevallen en sterk staande dennenbomen, de zee die haar zoute adem op ons richt en de sterren die twinkelend naar ons glimlachen. Ons kamp kijkt uit over witte stranden en azuurblauwe golven en in deze setting transformeren we vanzelf naar de drie primitieven. Het bos onze toilet, keuken en slaapplaats. De zee onze douche en de boomstam die hoog boven de kliffen hangt mijn troon. Ik voel me een kind van het oerwoud en voel geen willen anders dan wat er nu is. Het is een heerlijk gevoel waarvoor ik dankbaar ben.

DSC_0949 (425x640)

Het volgende strand is op verzoek van Brandon, niet ver van ons kamp af. Niet ver van Kent, in de punt van het schiereiland. We blijven urenlang op dit verlaten, tropische stuk Aarde. Zwarte rotsen sieren het witte satijnen zand, palmbomen zijn de sierlijke bias band ervan. We wassen onze kleding, drogen het op een rots en laten ons zakken in de heldere lichtheid van het water. Wadend door het zand brengt een geluid als verse sneeuw, het is wonderlijk stil en de zee draagt ons tot zolang we erin willen zijn. Onze fietsen staan achter ons, onze magen gevuld, onze lichamen schoon, onze harten bonzend…

Waarschijnlijk net zoals de zelf toegewezen uitbater van dit strand, die ons eten verzorgd terwijl Brendan naar een eilandje verderop zwemt, en in de vroege ochtend al hevig zweet uit poriën die likeur gewend zijn. Het strand is schoon maar als je goed kijkt zie je talloze kleine plastic zakjes alcohol 45% en die worden continu gedronken als aanvulling op de zwakke palmwijn. Misschien hebben de mensen van Sierra Leone dit nodig, net zoals wij elkaars gezelschap nodig hebben en plots duikelt het kind in me weer naar boven, spelend op het strand. Ik besluit Oliver in te gaan graven en laat ook mijzelf ingraven, een gevoel van drukkende zwaarte, koelte en aanstampende handen van verre komende zijn wat volgt. Een ongeloofwaardig heldere oceaan prikt in mijn ogen, palmbomen staan ongeordend in een goddelijk patroon. Het is goed zo…

DSC_0951 (640x425)Resting

Vol zand en zout verlaten we de stranden in de namiddag en fietsen naar Waterloo. Plaatsnamen in dit land zijn allemaal Engels en namen als Monkey Beach en Devil’s Hole zijn normaal. Gastvrijheid niet, daarom zijn we ook enorm onder de indruk van de Haïtiaanse vrouw en haar Sierra Leone echtgenoot die ons midden in de nacht zien kamperen op hun domein. De vrouw komt voor het eerst sinds de oorlog het land van haar man bezoeken en hun hotelcomplex in aanbouw inspecteren, rechtstreeks van de luchthaven afkomend, schrikkend van drie tentjes. Zij schrikt waarschijnlijk net zo van ons als wij van de privacy die we hebben mogen ontvangen van de twee Sierra Leone mannen die het hotel bewaken.

Where are you?

Het is een guest house dat kamers per uur verhuurd maar wij mogen onze tent opzetten, en de tuin gebruiken als toilet. De mannen komen met schoppen om de grond gelijk te maken en gaan dan verder met hun palmwijn drinkavondje. Verderop in de tuin hangt een 5-liter jerrycan aan de palmboom en verzamelt langzaam de wijn, klaar om te drinken. Oliver en ik genieten van de stille avond, het onbekend hoge gehalte aan alleen zijn, en elkaars muziek. Zijn iPod staat vol met jaren ’80 muziek en ik zink weg in Murray Head, Grace Jones en Nick Kershaw terwijl ik leunend tegen zijn campingklapstoel in slaap val. Om de volgende ochtend verwelkomt te worden met een heuse douche, en een emmer warm water. De vrouw uit Ohio is rond en vol en met een ‘water is free, you know, this is not New York’ neem ik het ervan, Brandon ook, Olivier niet.

.Wild Orchid.The Hand with the Apple.So Transparant.Rope into Bed

Willy J. is in town! Cum and see her!

We fietsen bijna 110 kilometer naar Mile 91, nemen onze intrek in een hotel en voor €7 vragen we ons af waarom we dit eigenlijk doen? Kamperen is zoveel aangenamer, het is simpel en makkelijk en natuurlijk. Nu zitten we in een donker stenen huis zonder electriciteit en zonder water, een generator buldert zich een weg door de nacht terwijl de hoteleigenaar een hel verlichtende Chinese lamp komt brengen terwijl ik half naakt op bed lig te rusten. Het licht net iets te lang schijnend op mijn vermoeide lichaam. Er is geen waaier en de toilet zit vol mieren, de kamer van Oliver bezaaid met ongebruikte aarbeien condooms en het water uit de put te weinig voor ons drieën.

Terwijl we vermoeid en hongerig aan een enorme schaal rijst, spaghetti en casava wortel met ei, ketchup, bonen en mayonaise zitten (alles is lekker wanneer je honger hebt), lezen we op een aanplakbiljet dat er een ster in de stad is. En al fietsend zien we een rij auto’s met knetterende muziek, het ritme opzwepend zoals de Venga Boys, Brendan’s nieuwsgierigheid is gewekt! Het gaat om Willy J. Willy J. geeft een optreden in deze stad en Brendan hoopte dat wij hem zouden vergezellen naar de disco maar ik ben te moe, na teveel nachten met te weinig slaap. Oliver is meteen na aankomst neergestort in bed en dus gaat Brendan alleen op stap. Willy J. is een lokale ster, een vrouw met een pruik en een grote tatoeage op haar arm, poserend op het dak van een auto wordt ze de stad door gereden, een vrouwelijk voetbalteam achter haar aan, mannen met paarse plastic mocassin schoentjes erachteraan. Wansmaak ten top.

Brendan 6

Haar optreden was ver beneden de maat, ze bleek ongeïnteresseerd en moe, zo verteld Brendan wanneer Oliver en ik fris de dag starten met een eerste ontbijt. We hebben onze keuken opgezet buiten onze kamer, koken koffie en de zoete geur van gebakken banaan vult het muffe, hete hotelletje. Ik voel me een zigeunertje en het voelt goed, deze simpelheid, samen koffie drinken met deze sterke, aantrekkelijke Ier. Eten, en daarmee de eerste levensbehoeften voorzien te hebben. De iPod gevuld met energie zodat ik me af kan sluiten van het geschreeuw langs de route.

De mensen die langs de route wonen schreeuwen zo hard dat het storend is, ze roepen ‘white, white‘. Ik stel me voor dat ik langs de weg woon en een zwarte voorbij zie fietsen en dan heel hard ga schreeuwen ‘zwarte, zwarte, zwarte’. Terwijl ik dit bedenk, wanneer ik fietsend langs de mensen zoef die me toeschreeuwen, moet ik lachen. Ik geef vast een verkeerde indruk en het roepen zal nimmer een halt bereiken.

More Intensity

Unnatural SnowyDon't Trap

Het langzame kindje in de klas heet ‘Afrika’

Mile 91 voert ons naar Bo. Het hart van de diamantenhandel. De stad laat ons wederom in een te heet hotelletje overnachten. Ik mis het kamperen, het is veel intiemer en natuurlijker. In een kamp doe ik alleen het noodzakelijke waar ik nu als een bezetene alles probeer bij te werken, iets dat niet lukt, zelfs niet al zou ik er een week verblijven. Oliver en Brendan gaan naar een voetbalwedstrijd kijken, ik gebruik Oliver’s kamer als keuken en maak een pan plantains en een thermosfles masala thee. De geur van de zoete bananen wekt de hoteljongen uit zijn slaap en vraagt me te stoppen met mijn risicovolle poging het hotel in vlammen op te laten gaan. Wanneer de mannen vroeger dan verwacht terug komen hebben ze een broodje bonen voor me bij. Ik ben vertederd met ze.

Aan rust kom ik weer niet toe, tot 2 uur in de nacht bespreken Oliver en ik Afrika. Het is een negatief gesprek waar ik ervan overtuigd blijf dat niet iedereen de slimste en de beste kan zijn. Laat Afrika het langzame kind in de klas zijn. Het geeft niet, dat men niet goed op kan tellen en moeite heeft met grote bestellingen (5 broodjes en 6 koffie is ook erg ingewikkeld). Het geeft niet dat er totaal geen service in de guest houses bestaat, dat men te lamlendig is om een nieuwe lamp in te draaien en daardoor de kamer wél kan verhuren. Het geeft niet dat men niet onze manieren overneemt en voordringt in de Indiase supermarkt. Het geeft niet dat er geen cultuur is en de mensen liever westerse kleding dragen, het Westen nadoen. Het geeft niet dat zij ook willen wat wij hebben, de handigheid van blikjes melk, de smaak van grote potten mayonaise en de gezonde koekjes uit India. Het geeft niet dat men onwetend giechelt op commentaar, het geeft ook niet dat ze graag in rotzooi leven. Het geeft niet dat ze zo vaak antwoorden ‘it is difficult’. Het geeft allemaal niets. Ik merk dat dit deel van Afrika zwaar valt voor de jongens, maar dat wij hier zelf gekomen zijn en hoewel er geen cultuur en geen spiritualiteit te bekennen valt, fietsend aan de oppervlakte van Afrika, geniet ik puur van het fietsen zelf. Maar blijf ik bewust en dankbaar voor mijn zeer prettige gezelschap. Dit deel van Afrika is gewoon niet zo interessant. Dus stopt Brendan zijn oordopjes in zijn oren en luistert naar Ekhart Tolle terwijl hij over de teerweg zoeft en bonkend over de tracks fietst.

Light

Ik denk dat wij net op tijd de nationale weg verlaten voor opnieuw een rode grindweg. Hoewel we geen van drieën dol zijn op dit soort wegen, willen we iets zien in dit land, moeten we de teerweg verlaten. We hebben besloten om naar een eiland in de rivier te gaan, en ik voel meteen dat dit een juiste beslissing is. Opeens veranderd alles: de mensen, de natuur, onze instelling, de reacties. Het voelt als een opluchting! De vele kilometerpaaltjes die achterstevoren de afstand naar Freetown aangeven, en niet naar een bestemming verderop, zijn verdwenen. Zodra we het dorp Blama bereiken en we alle drie uitwaaien op zoek naar eten en koffie, stuit ik op twee vrouwen die een bom aan cultuur zijn. Ik ben verheugd! Ik heb de ijdele hoop dat we dieper Afrika in gaan, maar als ik goed kijk en met ze in gesprek kom ontdek ik dat ze niet van hier zijn. Ze komen uit Niger. Plots voel ik de sterke behoefte om naar Niger te gaan, en de vrouwen van Sierra Leone, in hun kekke BH’tjes zonder iets eroverheen te dragen, in te ruilen. De mannen met hun vetvrije lichamen, gespierd en glanzend van het zweet zijn mooi om te zien, en hun lieve toewensen ‘may God be with you‘, en ‘God bless you‘ en ‘your husband is far in front of you‘ en ‘I love you‘ zijn hartverwarmend, en dat houdt me toch met een grote glimlach in dit land.

Watery SmoothVery Natural Too

De natuur veranderd eindelijk in tropische weelde. De heuvels zijn steil, bestaande uit los grind met rood zand dat onze huiden kleurt, onze fietsen stoffig maakt en de ketting uitdroogt. Sinds Brendan mijn banden heeft opgepompt tot 5 bar verlies ik mijn grip op deze grindwegen en vaak accelereer ik waardoor ik moet afstappen om de fiets weer op hardere ondergrond te zetten. Vaak rijdt ik zo hard van een afdaling dat de weg daar eigenlijk niet geschikt voor is, ik schuif weg en voel geen contact meer met de grond. Ik trap langs Italiaanse rubberplantages en 25 kilometer later fiets ik Oliver’s fiets voorbij. Hij zoekt de village chief om toestemming te vragen voor een kampeerplek. Helaas is Brendan ons voorbij gefietst zonder ons gezien te hebben en zijn we genoodzaakt hem te volgen. Elkaar gevonden te hebben nemen we doodmoe onze toevlucht in een bamboe bos met gebrande zwarte grond, pal in het zicht van iedereen die de weg gebruikt. Na een mislukte maar toch lekkere maaltijd van cassave en ui, slaap ik die nacht naakt onder een open getornde zijden lakenzak en bestempel die combinatie als pure luxe. Door mijn tent heen kan ik de sterren zien, de geluiden van dieren zwellen aan, en weer de simpelheid van een kamp te hebben val ik meer dan tevreden in een diepe slaap.

De ochtend start ik vuil, stinkend en zwart van roet. Ook dat geeft niet, iedereen stinkt hier.

Bushy TalesPaddo's

Ik ben me bewust van de gemakken van de twee broers, en daardoor de grotere vrijheid. Hoewel het ritme iets te hoog voor me is, en ik daardoor te weinig stop om te rusten of foto’s te maken, doet het niets af aan mijn tevredenheid en gevoel van geluk. Zelfs niet wanneer ik hard naar beneden rijdt, tegen een ophoging aan stuiter, en hard tegen de aarde geworpen wordt. Mijn hoofd raakt de grond zo hard dat er meteen een ei op groeit. Mijn elleboog heeft een diepe snee waar bloed uit sijpelt en mijn knie een schaafwond. Meteen komt een houthakker met een machete uit de bush, zijn gespierde lichaam druipt van het zweet, hij moet me hebben horen vallen. Ik reageer zoals ik doe wanneer ik in glad en besneeuwd Nederland val, ik sta meteen weer op en kijk om me heen, hopend dat niemand me gezien heeft. Helaas, met de komst van de houthakker komt er ook een brommer berijder bij, gehuld in een donsjas met capuchon strak om zijn hoofd gespannen. ‘It’s windy on the motorbike,‘ zegt hij als ik vraag of hij het koud heeft. Wanneer ik de voortassen weer op de fiets heb gemonteerd en mijzelf heb afgeveegd fiets ik verder, eet ik een onsmakelijke maaltijd in een klein plaatsje omgeven door nieuwsgierige vrouwen en kinderen waarmee ik een fotoshoot maak, en weldra komt Brendan me tegemoet gefietst. Ongerust over mijn lange oponthoud.

Bloody MessDSC_1055 (425x640)

Morning Camp

Zodra Oliver ziet dat ik ook bij de club van onstuimigen behoor, helpt hij me alsof hij een volleerde dokter is die zijn vrouw dreigt te verliezen in een bloederige bevalling. Per slot van rekening ben ik zijn fietsstijl aan gaan nemen en dat is met harde banden, opgepompt met de kracht van Brendan, over de piste en tracks razen. Hij neemt me mee naar de waterpomp, wast me en verbindt me, waarna hij me voedt met gebakken banaan. Dan nemen we een motorbootje naar Tiwai eiland, een highlight volgens de Lonely Planet. De beschrijving liegt er niet om: een ongerept 12 vierkante kilometer eiland midden in de Moa rivier. Veel dieren die zeldzaam te zien zijn in Sierra Leone komen hier nog wel voor. Zouden we nu eindelijk het dwergnijlpaardje, de rivier otters, primaten en de parelhoen met witte borst te zien krijgen? Als we het oerwoud in gaan, opgezadeld met een verplichte gids, laat Oliver duidelijk door schemeren dat hij nu eindelijk wel eens een aap wilt zien. Als hij geen aap ziet op deze twee uur durende wandel door het woud dan betaald hij helemaal niets voor dit hele Tiwai campement. Hoewel zijn houding natuurlijk wat stug en onwaarachtig is, heeft hij wel gelijk. We zijn nu al zolang in Afrika en hebben nog geen wild dier gezien. Ik verlang ondertussen hevig naar de woestheid van tijgers en olifanten.

Cute Set Up

Onze tent zetten we op tegen de rand van het oerwoud waar ik geniet van een luxe douche, dat is water uit een emmer. In de avond gaat het genieten voort aan de duister donkere rivier waar de stilte de rivier overstemt. Samen met Oliver, wiens woede beloond en bekoeld is met vele aapjes, zelfs de Diana aap, ook al was zij bijna niet te onderscheiden van de takken waarin ze heen en weer slingerde. De geluiden van het oerwoud, de flapperende vleugels van een neushoornvogel en de roep van de apen uit het bladerendek boven ons geven me voor even de nodige rust. De volgende dag gaan we weer verder, als compromis voor Oliver die het liefste elke dag fietst, fietst, fietst.

Many Rivers To Cross

Geef me nog maar een thee…

We fietsen over zandpaden verder naar Zimmi, de grensovergang met Liberia. We starten de dag vanuit een plekje langs de route, aan een rubberplantage, een wondermooie locatie die we na 20 kilometer fietsen bereiken vanuit Tiwai eiland. Omdat we laat zijn vertrokken en te laat zoeken naar een geschikt plek, besluiten we te kamperen pal aan de route. Dit tot grote schrik van de locals: drie witte die zo primitief de nacht door brengen. Drie blanken die in een hotel met airconditioning thuis horen, zeker niet in een rubberplantage! De mensen die ons toch moeten passeren doen dit zorgelijk en timide.

We vertrekken altijd met ons drieën tegelijk, Oliver snelt meestal binnen de minuut ver voor mij uit waar Brendan vaak rustig bij mij blijft dobberen. We bespreken delicate onderwerpen waar stijgingen en zandpaden dit bemoeilijken. Omdat Brendan een ultra lichte bepakking heeft en een enorme sterke sportman is, gebeurd het net zo vaak dat hij ook vooruit gaat. Ik ontmoet de broers vaak wanneer er een oponthoud is, een rivierovergang of de zoveelste lekke band. Zo bereik ik Zimmi waar de twee broers op me hebben gewacht en nu alleen Oliver nog achter is gebleven. Natuurlijk heb ik wéér trek en besluiten we te lunchen, de lekke band van Oliver te repareren, zijn sandalen te laten herstellen, te genieten van 6 thee na een foutieve bestelling van Nescafé gemixt met theekunsten, zoeken naar en gebruik maken van een lokaal toilet en een onnodige vertraging bij een pre immigratiekantoor ver voor de grens. Dit oponthoud loopt op tot bijna drie uur en ondertussen is Brendan dan al in Liberia, en uren later Oliver aan de grens. Ik minstens 10 kilometer achterop. Mensen op de route vertellen me dit, als ook dat ze mij toe roepen ‘husband and wife’ wanneer ze Oliver en mij zien fietsen, als een ultieme booster voor een getrouwd stel: samen fietsen door Afrika! Ook hoor ik mannen roepen ‘you good wife’ en nog steeds ‘I love you’, wat zijn de mensen heerlijk open en rechtstreeks, en ook waarnemend: ‘You fall!’

DSC_0111 (425x640)

De vraag ‘where do you go to?’ vind ik vaak overbodig of storend, maar kan ik ook casual en tegelijkertijd bijzonder vinden omdat ik nonchalant kan antwoorden ‘Liberia!’ Alsof ik zeg: ‘Ik ben even naar de Albert Heijn,’ maar de supermarkt waar ik het mee moet doen is een klein stalletje langs de route, wanneer ik besef dat ik geen eten ga vinden, geen restaurantje en geen Oliver die de rijst vervoert. Wanneer een jongen op een motorbike me verteld dat ‘mijn man’ op me wacht aan de grens en het ondertussen pikkedonker is, hoewel nog maar 4 kilometer ervandaan, ben ik ook een beetje verontwaardigd: heb ik immers niet urenlang op Oliver gewacht, zijn band helpen plakken, zijn gezelschap geweest. In zijn onstuimigheid is hij als een Russische raket vooruit gesneld maar ik ben kapot: mijn kont doet enorm zeer, ik ben moe van de constante stijgingen en dalingen met een totaal aan 800 meter. Zeventig kilometer aan zandpaden zijn ver boven mijn capaciteit! Fietsen in het donker is niet te doen, ik zie geen kuil aankomen en spoorvorming bestaat hier ook, ik spurt de bush in, hopend dat ik ‘mijn man’ de volgende dag in Liberia zal ontmoeten…

Almost at Border

14 responses to “Sierra Leone II

    • Mooi compliment Philippe, dank je.

      Laat ik eerst bijschrijven, loop ver achter, ben bedolven onder kleine papiertjes met notities.

      Duim voor me, morgen voor de vijfde keer naar de Nigeriaanse ambassade. Als ik nu nog geen visa krijg, ga ik naar Burkina Faso.

      Groetjes

      p.s. jij bent de eerste voor een gesigneerd exemplaar ; )

      Like

  1. Hoi Cinderella,
    Goed verslag met mooie foto’s.
    Ik snap zo dat jij ‘de vraag cultuur’ helemaal beu bent. Wanneer je alleen nog maar wordt gezien als een fietsende portemonnee is het niet leuk meer. Helaas zijn wij (de Westerse wereld) zoals jij ook aangeeft, hieraan zelf schuldig. Goed dat je af en toe ook mensen tegen komt die gewoon, zonder iets terug te verlangen, iets voor je willen doen.
    Hoe is het met je verdere plannen?
    Take care.
    Marijke

    Like

    • Hoi Marijke,

      Ik vraag me af of wij er geheel schuldig aan zijn, gedeeltelijk zeker maar niet helemaal. Er zijn altijd twee aan te wijzen schuldigen, net zoals in een huwelijk , zo vergeleek ik het laatst nog, vandaar, waar de man de vrouw slaat. De vrouw is hier in feite ook deelname aan. Ze kan het veranderen, als ze wilt.

      En zo is het hier ook. Of beter gezegd: het hoeft niet veranderd te worden. Laat de blanke zich terug trekken. Het is vooral eigenbelang, denk ik soms. Maar dan heb ik het natuurlijk over de grote bedrijven, op wereld niveau, zelfs de UN. Dat soort zaken.

      Even voorop: ik denk écht dat onderwijs de sleutel is. Dat weet ik heel heel zeker. Er is geen beter voorbeeld dan hier. En met een school, een bekwame leraar. Daar ontbreekt het hier héél erg aan!

      De instelling is hier oké, maar als je het naast de onze legt en als je het op onze manier wilt veranderen, dan krijg je dit gedoe: vragen vragen vragen. Dus ja, we hebben het zelf in de hand.

      Toch geloof ik ook, niet dat ik nu een expert ben, dat het in de aard en opvoeding van de Afrikaan ligt: ‘Als je iets wilt, vraag erom!’

      De meeste blanken die hier door dorpjes zoeven zijn natuurlijk ook gevers van één of andere organisatie en als ze ons dan zien denken ze dat wij ook zoiets doen. Toch, locals gesproken te hebben, zij vragen zich ook af wat al die organisaties doen? Ze rijden volop rondjes maar iets concreet doen? Het is allemaal heel vaag?!

      De mensen die ons iets gaven waren Amerikanen van Sierra Leonse en Haitiaanse afkomst. Zij wonen hun leven lang in USA! De arme mensen in Guinea waren dan weer wel erg hospitable, maar het is hier (Sierra Leone) verre van de islamtische wereld…

      Maar zoals ik al zei: ‘Dat geeft niets’ : )
      Ik ben hier niet om te krijgen in aanraakbare vorm.

      Liefs Cin

      p.s. morgen richting Nigeria! Spannend!!

      Like

  2. Hoi Cin,
    Weer zo’n verhaal! Wat is dat toch daar met dei mensen en hoe is het zo toch gekomen dat een blanke een fietsende portemonee is? Inderdaad hebben we daar als ‘volk’ ons aandeel in…. maar dan toch? ik zou wel eens met jullie om dat kampvuur hebben willen zitten bomen over deze vragen. Liefst onder een die mooie sterrenhemels met dierengeluiden…..
    Gerry

    Like

    • Hoi Gerry, wanneer we om het kampvuur zaten, bespraken we dit niet, dan waren we te moe, en staken onze energie alleen nog maar in koken, eten en dan languit plat vallen! We bespraken dit al fietsende, of op onze ‘vrije avond’, en iedereen die ik heb ontmoet denkt er eigenlijk net zo over.

      Ik denk persoonlijk dat het ligt aan de mentaliteit van de gemiddelde Afrikaan. Het is een gedrag dat hier gevoed wordt vanaf dat je geboren wordt. Als je kijkt naar bijvoorbeeld India is het gedrag totaal anders!

      Zweet dript nu van mijn buik af, ben gewikkeld in een omslagdoek en ga me zo aankleden om mijn lang verwachte visa van Nigeria op te halen!

      Spannend!

      Je hoort van me (hoop ik ; )
      Geniet je van het zonnetje en de kroning van Willem? Wat hebben we een mooie koningin hé! Om trots op te zijn! Wat moet dat een een droom zijn: koningin worden. Niet dat ik het zou willen hoor, maar toch… wel romantisch, hahaha : )

      Like

  3. Mijn eerste koffie sinds 6 weken onder de beschutting van een houten hutje, opkomende zon, het geluid van de ruisende zee, en natuurlijk…. de uitleg hoe een baarmoeder werkt!!

    Kokrobite in Ghana was echt een feestje, nu zo’n 5 weken geleden :). Wat een waanzinnige site Cinderalla, super leuk, intrigerende verhalen, prachtige foto’s, dacht dat ik wat mee had gemaakt?

    Vandaag is het natuurkunde examen en mijn baan als natuurkunde docent de afgelopen 5 weken is dan ook nu weer even klaar. Over een weekje begin ik mijn coschap gynaecologie in Blaricum, op een ander vlak weer heel spannend haha.

    Ik volg je verhalen graag en wie weet tot in Nederland een keer!
    Groetjes, Ronald

    Like

    • Hoi Ronald,

      Hoe gaat het met je?

      Ik had een heel antwoord voor je geschreven en bewaard in Yahoo. Jammer dat ik nu ik wifi heb, Yahoo weer niet in kom!

      Mijn antwoord komt je tegemoet zodra ik toegang tot Yahoo heb…

      Vandaag heb je lekker vrij, wat ga je doen? Want ik weet zeker dat je super actief bent. Ik ben weer in een soort resort beland, nu regent het enorm hard. Zit nog in mijn slaap tenue, maar heb een tentje opstaan dus wacht wel even met douchen en verkleden ; )

      Groetjes Cinderella

      Like

I'm curious to your view, leave a reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.