Togo & Benin I

Monkey and Oliver

‘Wat valt je hier op?’ vraag ik aan Oliver, we zitten tegenover 5 mannen bij het half openlucht immigratie kantoor. Hij kijkt om zich heen maar niets valt hem meteen op. ‘Snorren,’ zeg ik, ‘alle mannen hebben snorren.’

Wat mij ook opvalt is de prachtige kledingkeuze van de mensen, eindelijk luid en duidelijke kleuren, patronen en hoewel ogenschijnlijk dezelfde stijl, toch veel verschillende pasvormen. Sommige mannen dragen een shirt in dezelfde stof als zijn vrouw haar complete outfit en toppunt van liefde is natuurlijk wel wanneer beide geliefde helemaal zijn uitgedost uit één en dezelfde rol textiel. Het traditionele treft me, de sfeer in Lomé ook.

De grensovergang van Ghana naar Lomé is eindelijk weer een ruwe en chaotische, een smerige en een louche, maar wel één waar we onze visa aan de grens kunnen krijgen voor maar €16! Pardoes staan we in de hoofdstad van Togo, vele brommertjes passeren ons langs de kust van wéér een nieuw West Afrikaans land. Deze boulevard showt hippe meisjes die me van achter af hun vriendjes motorbike toe zwaaien. Chique gebouwen weten mijn indruk te grijpen. De grootsheid van een haven, honderden containers opgestapeld tot prachtige composities. Het voelt goed. We stevenen af op camping Alice, met de GPS coördinaten van de Ijslanders weten we het te vinden, maar niet zonder de hulp van de vriendelijke Togolezen. Handig hoor, GPS en smartphone…

DSC_0323 (640x425)

De essentie van de menselijkheid is begrip

Hoe langer je samen bent met een persoon, op een gegeven moment komen toch de verschillen naar boven, vooral wanneer die andere persoon lang niet zo bereisd is. Oliver en ik fietsen nu op zo een speciaal stuk natuur, de weg gesteund door links van ons de lagoon en rechts de oceaan. We buigen af naar een verlaten stuk strand. Denken we. Zodra Oliver om zich heen kijkt ziet hij een man op het strand poepen. Normaal, vind ik, gezien de omstandigheden toch. Sterker nog, ik klim op dat zelfde moment de rotsen over om ook een toilet te maken van het strand, maar wel zo dat niemand mij kan zien. Zodra ik klaar ben wordt er automatisch door gespoeld door een onstuimige golf, een aantal andere drollen drijven nu omhoog en mee komt Oliver kijken, waardoor ik verschrikt, en naar waarheid, uitroep ‘dat is niet de mijne hoor!’ Een enorme drol komt aan de oppervlakte waardoor Oliver nu dubbel onthutst is. Gelukkig gelooft hij mij als ik zeg dat ik alleen geplast heb, want de hele verdere week blijft hij terug denken aan poepen op het strand in een minachtende getroffen staat.

DSC_0493 (425x640)DSC_0462 (425x640)DSC_0419 (425x640)DSC_0411 (425x640)

Toch, het is Oliver die met deze prachtige spreuk, zomaar ergens midden op de route, mij weet te verbazen ‘The essence of humanity is understanding’. Dit naar aanleiding van onze bovenmatige grote verschillen: hij is snel, ik langzaam. Hij is sterk, raast alsmaar door, kent geen bedaardheid terwijl ik aan rust en balans hecht. Hoewel rust moeilijk te vinden is wanneer je in een fiets modus leeft. Fietsen ís het rustpunt. Onze kracht is niet in verhouding, zijn sterkte te overheersend voor mij. Oliver blijft gruwelen over poepen op het strand en blijft mij erop wijzen dat ik écht veel te veel en te vaak eet, dat ik ongelofelijk langzaam ben in de ochtenden en ik echt beter kan gaan schilderen in plaats van de wisselkoers uit zien te vogelen. Hij heeft gelijk -ik kan niet rekenen, ik ben langzaam en ik eet erg veel- maar omdat wij elkaar begrijpen en respecteren, werkt het.

DSC_0528 (640x425) DSC_0524 (640x425)

Dit zinnetje blijft nog even nawerken als leidraad voor oorlog, corrupte, discriminatie en armoede in Afrika, tot ik weer terug geroepen word. ‘Yahoo’ weerklinkt, dat ‘blanke’ betekend. Ik erger me eraan, om telkens herinnert te worden dat ik anders ben, dat ik blank ben, alsof ik dat zelf niet door heb? ‘Hey, two white people,’ roep ik niet heel veel later naar Oliver als ik twee paar erg blanke benen zie verschijnen…

Het is een issue dat mij blijft storen, om aangesproken te worden als ‘witte’, soms groet ik terug met ‘zwarte’, en zie ik de verwarring in hun ogen. Het moet een onbewuste reactie op de blanke zijn, want telkens wanneer ik de topic zwart/wit aanhaal blijf ik verwarde, raadselachtige blikken opvangen.

Motortaxi jongen: ‘Your giving is very low,’ (Wat jij me geeft is erg weinig)

Ik: ‘I give you a black price, not a white one,’ en ik laat hem mijn arm zien, die verre van wit is, maar juist een prachtige kastanjehoning kleurige toon heeft (Ik geef je een zwarte prijs, niet de witte). Motortaxi jongen lacht, zijn lach breder en glimmender wordend en kan alleen nog beamen: ‘Yes, you are right. Your giving is black. Thank you!

DSC_0357 (425x640)DSC_0423 (425x640)DSC_0443 (425x640)DSC_0336 (425x640)

Ik denk dat discriminatie hier anders opgevat wordt dan in het Westen waar het woord ‘zwarte’ heel fout is. Het zegt misschien iets over de gecompliceertheid in onze samenleving?

Regelmatig is er ook onbegrip op het vlak ‘begrijpelijk spreken’, telkens als ik naar de apotheek ga en om verband vraag zeggen de dames achter de toog: ‘no!’

‘Nee,’ denk ik dan, ‘een apotheek zonder verband?’ Dat is onmogelijk, zelfs in Afrika, en hoe ik ook probeer met mijn Franse woordenschat, vaak verlaat ik de apotheek zonder verband. Ik ontdek wat het probleem is: ik versterk mijn woorden vaak met een lege verpakking, en zo kan het zijn dat zij inderdaad juist die pakjes verband niet hebben.

DSC_0516 (425x640) DSC_0514 (425x640)

Togo, één dag fietsen

In het donker arriveren we op Camping Alice, met maar 75 kilometer op de teller, ons oponthoudt twee gebroken spaken en Oliver die zijn vergeten bidon terug is gaan zoeken, worden we verwelkomt in een heuse dierentuin. Het voelt alsof ik in een onwerkelijk Afrika ben gekomen: een grote baboon zit in een hok, diverse andere aapjes lopen los rond of zitten verveeld aan een ketting die ze makkelijk door kunnen bijten, er lopen honden en katten en het gezang van de vele vogels overstemt het geluid van de hoofdweg waaraan we nu kamperen compleet.

DSC_0510 (640x425)

Zoals altijd wanneer we op een camping of in een hotel aankomen is eerst de lading kleding wassen, daarna moet ik twee spaken vervangen en ook vragen we een visa voor Benin aan. Ik probeer een visa voor Nigeria te bemachtigen maar krijg te horen dat het land te gevaarlijk is terwijl een ander zegt dat ik het aan de grens kan verkrijgen. Twee leugens om mij af te wimpelen, zo ontdek ik later.

Ondertussen genieten Oliver en ik van de stad, die groots en volwassen aanvoelt maar heerlijk speels is gebleven. Eindelijk is er weer thee en koffie te vinden, soepkommen zo groot dat heel mijn gezicht erin weerspiegeld wordt. Er is weer stokbrood met omeletten en spaghetti met nog meer omeletten, er is een avocado salade, voor €0.80 nog verrukkelijker. In dit land zijn vele Guinean die hier hun cafetaria uitbuiten en wat geld proberen te verdienen. Terwijl zij dat met flair weten te doen, kijken wij naar de televisie waar een rapper in een lemen dorpje op een fiets rond trekt, terwijl hij allerlei onmogelijke rapper posities aanneemt telkens voor een interessante locatie zoals een steenfabriek of een lemen hut. Terwijl de big mama achter de muziek installatie luid en duidelijk haar favoriete keuze ten gehore brengt, en zo lijkt het alsof we op Cuba zitten, in een zondagse aflevering van een gospelkoor terwijl we koffie en spaghetti eten, waar ik de stukken blikworst tussen uit moet pulken. Ja, ik mag Togo wel…

DSC_0497 (425x640)DSC_0464 (425x640)DSC_0525 (425x640)DSC_0333 (425x640)

De mensen lijken plichtsgetrouw en komen op voor hun recht, te zien aan een enorme demonstratie die agressief verloopt door de hoofdstraten van Lomé. Telkens als Oliver en ik door het rode licht fietsen of tussen de auto’s door zigzaggen worden we boos aangesproken dat dit niet mag. Het is te begrijpen maar ook moeilijk wanneer je in een fijne fiets-flow zit, en zo gebeurd het dat ik door het rode licht knal. Oliver doet dit ook en wordt aangehouden. Hij wordt geacht te betalen en Oliver springt in de gerechtigheidpositie: ‘Wat is je naam?’ en ‘Laten we samen naar het politie bureau gaan,’ en al gauw mag Oliver weer verder fietsen. Corruptie is hier ook orde van de dag, zoals overal in Afrika… wanneer je de politie erop aanspreekt kom je voor verrassingen te staan.

DSC_0503 (425x640) DSC_0491 (425x640)

Time management

Is een term die ik broer Brendan eens hoorde uitspreken over zijn broer Oliver. Ik vond het toen wel schattig dat Oliver gewoon maar een pauze inlaste om zijn fiets uit elkaar te halen en te laten repareren om daarna de markt op te gaan voor een compleet nieuwe keukenset! Nu echter snap ik de inhoud van zijn opmerking beter. We fietsen al vier avonden in het donker, we vertrekken om 5 uur vanuit Lomé waar ik natuurlijk al gauw moet eten terwijl Oliver maar weer eens een lekke band plakt. Fietsend over de hoofdweg, in een land waar men niet gewend is aan fietsers, waar we geen licht hebben om de eventuele kuilen voor ons waar te nemen, haast ik me achter Oliver aan om hem in te kunnen halen en te kunnen zeggen want nu door hoofd zoemt: wat is het nut hiervan, nog geen 20 kilometer gefietst te hebben? Ik ben een beetje boos omdat we zo laat weg fietsen, zonder gegeten te hebben en dan maar 20 kilometer kunnen fietsen omdat het donker is. We hadden beter op de camping kunnen blijven om de volgende ochtend een nieuwe dag voor de boeg gehad te hebben. In mijn boosheid probeer ik aardig te blijven en gelukkig lukt dat. ‘Makes no sense,‘ bevestigd Oliver en we zoeken toevlucht in een hotel. Het eerste is een brothel met blacklight en wachtende dames, het tweede laat ons kamperen binnen zijn ommuurde en met jasmijn geurende tuin. En Oliver plakt zijn net gerepareerde band opnieuw…

Photos voyage fin 2012-2013 Senegal-Cameroun 1177

‘Het is niet makkelijk om een overlander te zijn’

Zijn, alweer, de woorden van Oliver. Maar ik kan niet anders dan ze beamen. Het ís zwaar, toch zeker als je het in een tempo doet zoals wij nu doen. Met vliegen die ons bijten en jeuk die zo aanhoudend is dat krabben tot mijn huid open is, even verlichtend werkt maar altijd op een ander plekje weer verder gaat. Het is typerend dat heel vaak een omgeving idyllisch is, maar er dan vaak een keerzijde bij hoort. Kamperen heeft stekende vliegjes en zwemmen in de oceaan lukt niet vanwege de golven en sterke stroming. Overal kruipt zand tussen en ik ben niet uitgerust omdat slapen bemoeilijkt wordt vanwege de gebroken rits van Oliver’s tent. Hoe ze ook een tent aanprijzen voor twee personen, het is verre van plezierig. Een tent met twee personen stinkt dubbel zo hard en is dubbel benauwd, vooral wanneer het 35 graden is.

DSC_0481 (425x640)DSC_0499 (426x640)

Toch, het sfeervolle van dit hippieleven welt op wanneer ik ontwaak en bekeken wordt door de baboon, en twee honden die bij de opening van de tent liggen, glurend naar aandacht. De palmbomen in een elkaar opvolgend patroon langs de helder blauwe oceaan geven een zeer tropisch plaatje. De dennennaalden van het bos aan Grand Popo prikken vol aandacht in mijn voetzolen. En het is hier dat we onze Franse vriend Yves ontmoeten, nog aan het bijkomen van zijn malaria, liggend op een mat, lezend in een boek, fietsen wij naar hem toe.

DSC_0431 (425x640)

Chocomousse en andere geneugten

Grand Popo is een bijna verlaten oord. Het is hier stil, prachtig en tropisch. Het hotel is voor mensen met geld, NGO’s en zakenlui. De plaats voor kamperen is leeg, en voor ons. We spreiden de mat van Yves verder open en leggen onze reizende lichamen erop neer, omgeven door cactussen, dennenbomen en gras, een zacht warme wind blaast. De geluiden van de zee overspoelen me, terwijl de oceaan lonkt. Ik ga verblijd op zoek naar takjes en twijgjes om een vuur te maken, iets dat bemoeilijkt wordt door de harde wind, om eindelijk weer thee te kunnen bereiden op een primitievere manier. Terwijl ik mijn vrouwelijke kant weerspiegeld zie in de mannen, zijn zij het die de markt optrekken om voor eten te zorgen: een heerlijke pizza zonder kaas, want die is helaas op.

DSC_0470 (425x640)

Samen met Oliver ga ik zwemmen, een woord dat helemaal niet klopt. De zee is zo wild en woest dat meer dan dippen er niet in zit. Dit dippen en trachten tot zwemmen is een prachtige mogelijkheid om je rug te breken en wanneer Oliver mij aan mijn hand vast houdt als een anker zijnde wordt het alleen maar erger, als een boei op stormachtige zee word ik alle kanten op gemept. We worden omver geslagen door terugtrekkende en tegelijkertijd opkomende golven. Er is dan ook niemand anders in de zee te ontdekken, of weggespoeld of verstandig genoeg…

We fietsen met ons drieën verder, over vlakke wegen, langs curieuze standbeelden die onze aandacht vast houden, iets dat ontblote lokale vrouwenborsten allang niet meer doen. Soms beeld ik me in dat ik hier pardoes geplaatst ben, en zie ik de schoonheid van een glanzende zwarte huid met twee bengelende borsten, sterk in contrast met de felgroene natuur waar zij langs wandelt. Ik ben verbaasd over Benin zijn landbouw, verblijdt dat zij hun leven vergemakkelijken door sproeikoppen te plaatsen op slangen waar de velden het water gretig opslokken. Er zijn zelfs complete sproei installaties die velden bewateren, de mensen die de velden bewerken zwaaien optimistisch.

Photos voyage fin 2012-2013 Senegal-Cameroun 1178

DSC_0465 (640x425)

We gaan naar Ouidah, samen met Possotome, de plaatsen als het om voodoo gaat. Benin is een land van voodoo, terug gekomen van de slaven ooit uitgezonden naar Haïti. En ik ga vol goede hoop dit land in, met dwarrelende gedachten en vervlogen verwachtingen van ontmoetingen met mannen en hun bijzondere gaven. India, Pakistan en Afghanistan waren landen met zulke mannen. Benin ook, ik ben omringt door bijzondere mannen en beide gaan ieder hun eigen weg. Oliver gaat terug naar Ierland en Yves fietst voor me uit door Nigeria.

DSC_0422 (425x640)DSC_0342 (425x640)DSC_0542 (425x640)DSC_0473 (425x640)

Lang voordat ik hier zou zijn, had ik een artikel in de Happinez gelezen en onthouden. En hier ben ik, op precies die twee plaatsen uit het artikel. Jammer alleen dat ik plaatjes lijk te idealiseren, ze uitknip in mijn gedachten en ze centraliseer, of zo omvorm dat ik mijn eigen werkelijkheid ervan maak. Het is verre van plaatjes uit dat artikel en daarbij spreek ik geen Frans en kom ik nog geen steek verder. Al dat ik zie is de markt, met een wervelende variatie op alles dat je kunt doden in de natuur: afgehakte hondenhoofden, vogeltjes in felle kleuren, ratten, eendenkopjes, apenschedels, staarten van allerlei, hertenvellen, gedroogde gekko’s, stekelvarkennaalden, gedroogde kikkers, bush dieren die ik niet meteen kan identificeren noch achterhalen vanwege mijn gebrek aan Frans. Het stinkt, al deze rottende dieren, gedroogde varianten en vers ontlijfde, want het zijn blijkbaar de hoofden die veel kracht geven. Ik kan er uren naar kijken, gefascineerd als ik altijd al was door dode dieren, dan de kans hebbend om hun pracht te bewonderen zonder dat ze wegrennen of in de verte verder fladderen. Hele rijen liggen opgesteld, de markten in Peru verbleken erbij. Het is zeer interessant en iets waar ik net zo van kan genieten als de croissants en verse yoghurt die Yves en ik later vinden, terwijl Oliver een Frans likeurtje in een hutje nuttigt. Het zicht veranderd in mannen met prachtige setjes in felle kleuren en duidelijke dessins, een Europese man zou een clown worden in deze outfits, de Afrikaanse man met zijn krachtig gespierde lichaam blijft er mannelijk in.

DSC_0441 (425x640) DSC_0437 (425x640)

We nemen nogmaals afscheid van Yves, om hem in de hoofdstad weer te ontmoeten.

Eenmaal in Possotome voel ik pas een voodoo sfeer, licht maar aanwezig, onduidelijk maar voelbaar. Oliver gaat met een kind mee en laat zich leiden naar een soort geestenuitdrijving, terwijl ik de kans zie om thee te zetten en in alle rust de HUMO te lezen, gekregen in Accra van Duitse Tim. Is het niet ongelofelijk: ben ik eindelijk in dat plaatje van de Happinez, ga ik een Belgische magazine lezen?

DSC_0427 (425x640)DSC_0389 (425x640)DSC_0398 (425x640)DSC_0428 (425x640)

De volgende ochtend voel ik de voodoo sfeer beter wanneer we een meer oversteken met weer een pirogue, een uitgeholde boomstam. Bepaalde delen van het water zijn afgezet met takjes en verstopt in de bush langs de waterkant rijzen kleine tempeltjes op. Het is stil en bijna onheilspellend, al kan dat ook komen door de constante strijdt die we moeten leveren om een prijs voor dit soort vervoer overeen te komen. Via een alternatieve route, over een piste fietsen we verder naar Cotonou. Maar niet nadat ik een dubbel ontbijt op heb.

DSC_0434 (425x640)

Ik heb eerst 7 kilometer over heuvels te gaan vooraleer ik op een ontbijt stuit. Nu is 7 kilometer te overzien, was het niet dat dit het eerste eten is na de dag ervoor alleen een ontbijt te hebben gehad! Ik neem twee omeletten en twee borden vol oud brood, twee thee met gesuikerde melk en dit alles terwijl een man aanhoudend blijft schooien om geld. Vriendelijk knik ik hem toe dat ik niets geven wil en als hij met een onechte blik van medelijden blijft toekijken hoe ik eet, keer ik hem de rug toe. India welt plots op. De mannen rondom me worden boos op de schooier en gebieden hem weg te gaan. Ik heb even helemaal geen zin in gedoe. En gedoe hebben we: welke route gaan we nemen? Nemen we de route die we al twee keer hebben gefietst of een nieuwe, die over het meer gaat. Welke pirogue gaan we nemen, want er wordt een belachelijk hoge prijs gevraagd die we weigeren te betalen. Welke track gaan we nemen als we niet de teerweg willen pakken? Oliver weet het ook niet. We vragen rondom ons en iedereen wijst maar wat. Plots ben ik de locals zo beu, alles is zo onprofessioneel en we worden zo vreselijk afgezet, alles gaat zo langzaam. ‘Yes, just like you,‘ zegt Oliver en ik ben terug op mijn plaats. ‘I am sorry, just follow me, trust where the locals point us to,’ en zo volg ik Oliver over de rode piste. Het wordt een prachtige, hete rit waar ik nu eindelijk de locals goed leer kennen. Ik vind ze leuk, ze zwaaien uitbundig en er heerst geen ‘donnez moi‘-cultuur. Maar ik heb Lucky Dube op gezet dus eigenlijk kan ik helemaal niet zeggen of er geen ‘donnez moi‘-cultuur is.

DSC_0416 (640x425) DSC_0405 (640x425)

Ik fiets in een erg fijn en snel tempo en wel zo rap dat ik Oliver, die ongezien aan een spaghetti zit, voorbij fiets. De eigenaar waar Oliver zit te eten, springt op zijn motorbike en haalt me in om me terug te brengen. Zo ook gebeurde toen Oliver zijn lekke band plakte en ik hem vooruit was gegaan…

De route naar Cotonou laat me veel stoppen om te eten, zo vaak dat Oliver die op me wacht aan het begin van de stad zich af begint te vragen of ik hem wellicht al voorbij ben? Ik heb energie nodig; een hele ananas, 6 bananen en 2 baobab drankjes, na het bord spaghetti en 3 thee met gesuikerde melk. Dan begeven we ons in het verkeer van de hoofdstad en automatisch vervallen we weer in een wedstrijd, hij gewend zijnde te fietsen in New York, en ik win altijd in de stad. Wat een heerlijk gevoel! De route leidde me langs vele omgevallen trucks die mij huiverig maakte dat er ook een mogelijkheid bestaat dat ze op mij vallen. De stad verlicht deze angst, maakt me blij met de overdaad aan prachtig textiel zittend op de vele motorbikes, vrouwen met de mooiste pruikjes, mannen met trotse blikken.

DSC_0403 (425x640) DSC_0384 (425x640)

Hier ontmoeten we Yves weer, en wel op een moment dat we al een uur zoeken naar het onderkomen waar we heen willen. We sluiten de dag af met een heerlijk verrassend Syrische maaltijd, al ben ik eigenlijk niet in de stemming om nóg meer te eten, ik eet een bord vol baba ganoush, pickels en brood. Het is leuk weer samen te zijn, lekker om eens wat anders te eten.

De laatste dagen samen met Oliver zijn rimpelloos plezierig, zijn alsof we onze eigen huis bewonen in een soort van studentenhuis. Het kostte ons moeite dit Gastenhaus te vinden, met de aanwijzingen van Yves dat het tegenover supermarkt Du Pont ligt, vinden we nogal laat uit dat dit een keten aan supermarkten zijn. We komen in één van de beste wijken uit, daar waar al de ambassades zich bevinden, een mega hypermarket van Armeense immigranten, kleinere supermarkten van Russische en Libanese inwoners en een uitmuntend Syrische restaurant. Weer ben ik beland in een rijke, voortreffelijke buurt in een overwegend arm land.

DSC_0550 (425x640)DSC_0455 (425x640)DSC_0535 (425x640)DSC_0410 (425x640)

De sfeer in het hotel is er een zoals thuis, er is geen zuur kijkende hoteleigenaar die elke dag om geld komt vragen, geen vermoeide blikken en geen prostitutie. Wel een selectie aan jonge vrijwilligerswerkers, vrouwen met een missie en reizigers zoals wij zelf. De vrijwilligerswerkers zijn meerdere malen beroofd en ontdaan van hun droom om in Afrika te werken, mij lieflijk waarschuwend hoe gevaarlijk Nigeria is. Er zijn twee grote boekenkasten vol boeken waar ik elke dag doorheen woel, alles in Duits tot de dag dat mijn handen een Indiase auteur omsluiten. Er is een grote keuken voorzien van alles wat een grote keuken nodig heeft, er is een patio met een mangoboom die haar vruchten weigert af te geven, een groot heus gasstel dat enthousiast vuur spuwt, een stroom aan wifi door heel het gebouw. Regen in het zich aankondigende regenseizoen laat de dik vochtige lucht even afkoelen en ik, ik voel me thuis zijn. Wanneer ik op het balkon van de eerste verdieping sta en Oliver en Yves terug zie wandelen van de patisserie, waaronder zij mij bekoorlijk toe zwaaien, voel ik me ook thuis. Wanneer er voetbalgeluiden uit het grote beeldscherm naast ons hotel schallen en Oliver verkiest om thee te drinken op onze patio. Wanneer we ons tegoed doen aan liters masala chai, gemalen koffie en pasta met luxe waar als kappertjes, olijven en ansjovis, voel ik me thuis. Ik ben ineens ontvoert uit Afrika, zijnde in een woning van rijk volk.

DSC_0361 (425x640)

Ik wentel me om in deze luxe. Ik ben moe. Ben ik moe? Niet lichamelijk. Niet geestelijk. Maar wat dan wel? Het zou bijna een Afrika moeheid kunnen zijn, een moeheid waarvan ik de aankomst verwachtte. Fietsend langs de Westkust van Afrika laat weinig aan cultuur los, veranderingen in natuur en mensen zijn zelden verbazingwekkend. Constante opmerkingen als ‘where are you going?‘ en ‘where did you come from?’ zijn voorspelbaar en het ontbreken van Franse kennis is een groot gemis in francofoon Benin. Het gevoel te vaak te worden bedrogen als het gaat om simpele aankopen blijft een strijd. Kinderen die schooien en gedachteloos vragen om cadeau en d’argent blijven storende elementen. Ik prijs me gelukkig met het gezelschap van Oliver, een ijzersterke man die het liefste elke dag fietst en geen rust inlast. We fietsen weken aan een stuk en kamperen bijna elke nacht in onze synthetische woonst. Ja, ik wentel me om in de weelde van een huis waarvan ik weet dat ik het nooit ga bezitten.

Ik ben moe, van het zand dat de laatste weken altijd en overal aanwezig is. Locaties die perfect lijken maar dat toch niet zijn omdat er plotseling stekende vliegjes rond dwalen, de constante jeuk ervan houdt me uit mijn slaap. De warmte beukt op me in. Ik heb te weinig rust hoewel ik met liefde een middenweg zoek tussen zijn en mijn ritme.

De Keerzijde

Een ritme dat zich vindt in Cotonou, het Gastenhaus en zijn onafrikaheid. We blijven hier een week en dit geeft Oliver tijd genoeg om alles te regelen voor zijn vertrek, iets dat hij klaar speelt de dag voor vertrek. Met nog meer liefde en grotere uitspattingen maak ik avondeten en ontbijt voor ons klaar, zittend op de patio onder een waaier, bekijk ik de helft van een baguette die hij in zijn vuist heeft gedrukt en in twee happen weg werkt. Zijn gezelschap is sprankelend, als een spattende geiser in een weelderige natuur. We zweven door de stad ieder achterop een motorbiketaxi, de mannen te herkennen aan hun oranjegele hesjes met een nummer erop geschilderd. Liever zitten we samen achterop, opeen gepakt met mijn lichaam als staart lachend naar het verkeer achter haar. Ik sluit mijn ogen en geniet, het mooie van reizen is de bijzondere mensen die ik ontmoet, de keerzijde ervan is dat ik afscheid moet nemen. Een scheiding van intimiteit, gezelschap en liefde. Zijn fiets in een doos te zien zinken, mijn fiets alleen vast geankerd aan het Gastenhaus zijn bewijzen dat de route die hij heeft gefietst verlaten worden in een vliegtuig.

De kamer is leeg en mist de aanwezigheid van Oliver. Ik ontloop de kamer, mis hem zoals de geisha haar witte kleiachtige kleur zou vergeten. Meteen ontmoet ik Casha, een vrouw die in het Frans vraagt of ik moeite met de taal heb. We raken lang in gesprek, ze nodigt me uit naar haar huis in het noorden van Benin te komen en adviseert me geplette neem op mijn ontsteking te leggen, de ontsteking die de zandvliegjes hebben veroorzaakt. Terwijl ik haar vraag ‘maar waar vind ik neem?’ kijk ik voor me uit en zie ik de neemboom.

En ineens mis ik Oliver niet meer. Op naar een nieuw avontuur!

Van 10 april tot 5 mei 2013

6 responses to “Togo & Benin I

I'm curious to your view, leave a reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s