Guinea II

Guinea Conakry

Van 2 januari tot en met 3 februari 2013

Thuis maak ik notities vanuit andere reisgidsen die ik in de Lonely Planet gids bijschrijf. Eén zo’n tekst luidt: Guinee is a paradise for cycling. Ik weet natuurlijk niet over welke route zij het hebben, maar ik vind het geen fietsparadijs! Hoewel ik maar twee keer heb gevloekt ‘Shit, nee hé!’ en één keer heb gezegd ‘ik ben het beu,’ ik vind het geen fietsparadijs! Of ik ben geen echte fietser of de bergen zijn gewoon niet voor mij. Wellicht is het de combinatie van te zwaar bepakt zijn op een onverharde route in de heuvels van Afrika.

Ik ben zo ongelofelijk vuil. Mijn neus is uitgedroogd en korstig aan de binnenkant. Het eelt op mijn voetzolen groeit maar door en zelfs mijn handpalmen krijgen eelt van het harde werken. Ik heb brandwondjes van schuivende pannen vol hete olie. Pannen die schoon gemaakt worden met vuile doekjes. Ik was mijzelf wanneer ik de kans krijg en dat is niet vaak. Ik heb last van constipatie wegens te weinig rust. Het snot uit mijn neus wordt met mijn fietshandschoentjes over heel mijn gezicht uitgesmeerd. Mijn nagels zijn vuil, mijn poriën zitten er vol mee. Alles is rood aangekoekt, zelfs mijn slaapzak is vettig. Mijn kleding is natuurlijk stijf van het vuil. Mijn voeten stinken. Mijn haar is touwachtig van het zand en neemt al gauw de vorm aan van een pruik. Hoewel mijn oksels een heerlijke wilde vrouwelijke geur hebben ontwikkeld stink ik eigenlijk wel een beetje. Ik heb vaak jeuk van insectenbeten en dus krab ik onophoudelijk. Ik gebruik mijn pedalen met antigripboutjes en klittenband om de jeuk te verlichten. Bloedt vloeit.

Ik vind het geen issue om zolang mijzelf niet te kunnen wassen. Vuil zijn vind ik geen probleem. De prioriteit komt nu te verliggen naar eten en een slaapplaats vinden en ondertussen de nodige kilometers kunnen wegtrappen. Het is een zeer intense rit in de Fouta Djalon. Er zijn maar weinig feitelijke fietsuren die ik maak. Ik zou zo graag mijzelf in de rivier willen laten zakken, zoals ik de bevolking ook zie doen. Maar dan zou ik nóg minder kilometers maken. Het is een ontbering, hier fietsen. Er zijn geen hotels, geen wasmogelijkheden, en eten moet ik echt bij elkaar zien te scharrelen want er is niet zoiets als een Superette. Ik moet een fatsoenlijk plek zien te vinden om te overnachten en dan heb ik de keus tussen een one-woman-show of de bedektheid van de bush waar ik kans loop aangebakken te worden door massale grond verbrandingen. De ontbossing van Afrika.

Maar er zijn van die momenten, zittend in de opening van de tent, de stralen van de ochtend zon op me, de natuur die me insluit. De stilte. Masala chai. De mist optrekkend in het dal voor me waardoor ik de dauwdruppels om me heen hoor afdwalen naar de grond onder hen. De geluiden van de wereld zijn hier gedempt en dit is het. Simpelweg in staat te zijn, te genieten, in me op te nemen…

Maar een paradijs om te fietsen? Nee, zeker niet.

De Sahara, dát was me een paradijs!

Leaving CitylifeAmerican Style DSC_0379 (425x640)DSC_0404 (425x640)  Great Earrings DSC_0456 (425x640)

Vanuit Labé fiets ik verder naar Kindia. Er zijn twee routes die beide ongeveer even lang van afstand zijn, alleen de ene is verhard en de andere is een zanderige, hobbelige track. Niet mijn eerste keus. Toch kies ik voor de track omdat deze waarschijnlijk veel mooier is en zeker authentieker moet zijn. Ik zal dwars door de Fouta Djalon regio gaan en wat me heel erg aanspreekt is de tekst die ik uit een andere weblog heb overgeschreven ‘from Donghol Touma 26 kilometer downhill, very scenic’. De route is 281 kilometer lang dus 26 kilometer naar beneden is niet zo heel veel. Wederom verkijk ik me op de gehele afstand en dit zorgt er weer voor dat mijn geest het zwaar te verduren krijgt. Sommige zeiden tegen me: ‘Conakry? Only downhill,’ maar dat zijn mensen die nooit fietsen of gewoon geen besef hebben, of ik heb ze verkeerd begrepen want mijn Frans is natuurlijk niet perfect. In de bergen is het nooit alleen maar naar beneden of omhoog en dus al gauw ga ik op en neer, en klim ik elke dag ongeveer 500 meter in totaal terwijl de afstanden gemiddeld maar 45 kilometer bedragen.

Dream ChildCoffee time : )

Vertrekkend vanuit Labé word ik aangesproken door de scheidsrechter van het nationale voetbalteam van Guinea. Hij is danig onder de indruk van me, toch een sportman zijnde die internationale wedstrijden fluit. Hij is perplex dat ik op de fiets ben, helemaal vanuit Dakar?! Ik zeg altijd dat ik in Dakar begonnen ben, dat mijn echtgenoot in het volgende land op me wacht en dat dat land meteen mijn eindbestemming is. Niet omdat ik graag lieg maar omdat ik niet meteen een indruk wil maken hoe enorm rijk en vreemd ik ben.

Dan beroer ik de trappers van mijn schoon gemaakte fiets en trap ik richting Pita over een gladde teerweg. De wind die met mijn T-shirt speelt, zacht op mijn huid terecht komt, is een ware heerlijkheid. De stilte die in mijn oren blaast, de vogeltjes die zingen, de rollende gouden heuvels om me heen, de perfecte weg. Ik voel me terug in de tijd naar toen ik in Zuid Frankrijk was. Dennenbomen sieren de route, takken vormen houten hekken die weides bij een houden en dan een afslag. Ik ga wederom de teerweg verlaten voor een hobbelige, rode grindweg. Ik ben er klaar voor maar voel al gauw de moeheid in mijn benen. Labé en zijn doorgezakte matras hebben me niet goed uit laten rusten, en het muisje op zoek naar eten is er ook oorzaak aan.

Na 60 kilometer besluit ik de bosjes in te duiken. Ik ben in voor kamperen in het wild en beluister de natuur om me heen om te kijken hoe mijn kansen zijn. Ongezien ben ik door het hoge riet gegaan en wacht ik onder een boom af tot het wat donkerder wordt. Ik hoor stemmen van kinderen bij de rivier en van mannen die hout aan het kappen zijn. Ik wacht met het opbouwen van mijn kampje tot het donkerder wordt, maar dan kijk ik plots in de ogen van de man die hout verzameld. Hij schrikt meer van mij dan ik van hem. Als hij bekomen is van een blanke vrouw die zich in de bosjes verstopt, nodigt hij me uit bij hem in huis te komen overnachten. Ik weet niet zo goed wat ik moet doen, maar vertrek wanneer de man uit beeld is. Ik sla een paadje in dat me hopelijk naar huisjes leidt, een man die zijn koeien aan het eind van deze dag verzameld wijst me de weg naar het dorp, door de velden, door het hoge riet. De zon bekogelt me ondertussen met een groots schouwspel waarvoor ik niet anders kan dan stoppen.

Dit dorp is een vreemd dorp omdat bijna alle huizen van steen zijn, een dorp met een akelig gevoel. Een gevoel van dood en ongelukkigheid. Het eerste huis wijst me dan ook af. Het tweede laat me binnen maar niet gauw. De vrouw spreekt alleen Pulaar en leidt me naar een plekje waar ik de tent op kan zetten, een plekje dat niet bij haar huis hoort. Ik word gewoon gedumpt bij de buren.

DSC_0455 (640x425)Beautifull, it starts....

Foto gemaakt door Franse Chantal en haar Senegalese echtgenoot

rencontre 01jpg (640x439)

11.00 uur; koffie met melk en gebakken brood op mijn geheel eigen binnenplaatsje

Hoe bijzonder is het? Ik heb me kunnen wassen, met zoveel water dat ik ook mijn fietsbroek heb kunnen wassen. Er staat een jerrycan water uit de put voor me klaar, als ook een mandje vol sinaasappelen. Ik heb me ingesmeerd met cacaoboter want mijn huid is erg droog. Ik heb een volledige, rustige compound tot mijn beschikking. Rondom me een veld tapioca wortel, met voor het huis de route die ik ga bereizen. In alle rust ben ik in staat van de zon te genieten en koffie te zetten. Uiteraard vertrek ik weer redelijk laat.

Maar hoe bijzonder is het? Stel je eens voor in ons land: iemand gaat het dorp in, zet zijn tent op voor de deur van een huis en dan komen die bewoners thuis. Zij zien een tent opgezet worden. Een wildvreemde, een ‘porto’. Ze nodigen je uit in hun huis te staan, of een kamer te nemen, of tenminste op de patio van een kleiner gebouw te gaan staan. Dat doe ik. En zij komen bij me zitten, ik maak pasta met tomaten en ui klaar, zij eten rijst met saus. De bewoners van dit huis zijn een jong stel met een dochtertje, ze werken beide en zijn ‘s ochtends vertrokken wanneer ik mijn ochtendritueel start. Ik drink koffie, bak oud brood in olie, zuiver water en dit alles onder een druk gezoem van de natuur die tot leven komt, de dieren die druk met elkaar communiceren en af en toe de buurman en zijn moeder die me vragen of alles goed is. Stel je dit eens voor in Nederland: dat een zwarte (ik weet dat je dit niet kan zeggen in Nederland, maar ik doe het toch, omdat ik witte wordt genoemd), haar tent op zet in jouw tuin en besluit daar te overnachten?!

Have a good look... and seeArt

Rode taaie bloemen sieren de route

De tweede avond stop ik in Dongol Touma, ik heb geen energie. De rit was zwaar en misschien vooral omdat ik het woord ‘afdaling’ teveel in mijn hoofd heb vastgeprikt, alsof het een groot geel memoblad op een zwart schoolbord is. Twee dagen lang blijf ik rond de 1100 meter hangen en van een afdaling is geen sprake. Van klimmen daarentegen wél.

Als ik hier aan kom fietsen en de enige man achter de omheining van het huis aanspreek en vraag of ik mag kamperen in hun tuin zegt hij dat er bandieten zijn en ik maar ergens anders heen moet gaan. Ik ken het bekende verhaal van de zogenaamde bandieten en zoek verder, maar hij roept me terug, heeft zich blijkbaar bedacht, plots zijn er geen bandieten meer. En zo kan ik de nacht doorbrengen achter een omheining met een familie. Eén van de vrouwen verwelkomt me met; ‘Nous arrive‘, een magere moeder met hele kleine platte borstjes. Ze binden hier de baby’s vast met het zwaartepunt op de borsten. En zo is het: ‘nous arrive‘, ik ben aangekomen. Afgemat. Met maar 38 kilometer op de teller. Ik vind het zwaar. Ik ben in een groot stenen huis, maar er is geen toilet. De douche is een in elkaar geflanst rond hutje zonder dak. Het werkt, maar het is nogal een contrast voor het huis dat gebouwd wordt. Het is koel, de luiken van het huis klapperen open en dicht. Ik slaap bijna 12 uur in een kamer van het leegstaande huis, er hangt een verdrietige sfeer die opgelapt wordt door de magere vrouw, de rest hangt er verwelkt bij en doet wat zij hoort te doen. De kinderen spelen met rotzooi op het erf dat bestaat uit soort lavasteen, het is een bende, een ijzeren timmermanslintmeter dient als speelgoed. Eén van de kinderen heeft een bloedende wond op haar enkel en ik druppel er wat jodium op. Ze bedanken me 100 maal. Ik voel me bevrijd wanneer ik de volgende ochtend verder fiets…

Tea in a nice lovely teastallThe Tea Stall

De route gaat enorm op en neer, ik heb meer dan voorheen moeten duwen en ik kom tot de conclusie dat ik teveel water met me meedraag. De waterzak gebruik ik pas ‘s avonds bij het koken en dus sjouw ik de hele dag teveel kilo’s met me mee. Een wat late conclusie wellicht, na België, Frankrijk, Spanje, Marokko, de Sahara, Mauritanië, Senegal, Gambia, Guinee Bissau en nu in Guinee Conakry.

My Best Moment! A shower : )Need a rest

Ondertussen ben ik gedaald tot 330 meter. De afdaling was heerlijk en constant in mijn remmen kunnen knijpen is een zalige afwisseling. Vlakke aarde komt me tegemoet en de stilte die om me heen zweeft lijkt de banden knisperend over holle aarde te laten rollen. Het is compleet stil. Ik aanschouw wonderlijke scheppingen van de natuur en diepe kleuren die alleen in Afrika bestaan. Soms zucht de bush een stem uit en hoor ik vanuit het niets een ‘ca va?’ of worden me sinaasappelen aangeboden door jonge mannen die lange afstanden van en naar school lopen. Ik voel me als een wonderkind wanneer ik bijen om een oranje bol der natuur bekijk, als een wondervrouw wanneer ik boomstronken om elkaar heen gewikkeld zie groeien. Als een wonder wanneer de school uit is en tientallen kinderen achter me aan rennen en ik de vele ‘bonjours’ en ‘ca va’ niet kan beantwoorden, te veel stemmen, te veel rennende voeten op rode aarde. Sommige kinderen,echter, zijn bang als ze me zien, en gaan huilen.

So AfricaFuck! Not a nice view at the end of the day

Neatly done, like it

WildlifeHard Work!

Fouta Djalon heeft een veel sterkere islamitische levensstijl en dit is duidelijk positief voor hele gebied. Er lijkt meer welvaart, er zijn meer stenen huizen te zien. In dit land lijken ouders liever te zijn voor hun kinderen, hoewel kleine meisjes gewoon mee werken in de huishouding . Ik moet denken aan mijn nichtje Jasmay wanneer ik meisjes van haar leeftijd emmers water op hun hoofd zie dragen en deze over lange afstanden naar huis balanceren. Leven hier is primitief en zeer tijdrovend, er lijkt weinig ruimte te zijn voor andere dingen dan koken, wassen en, gelukkig voor vele meisjes, naar school gaan. Maar niet iedereen heeft het geluk naar school te gaan, bedenk ik me wanneer ik de heuvel opgeduwd wordt door twee andere meisjes van zeven…

Along the roadSuggestively Nature

Reset reset reset

Ik blijf bedenken hoe zwaar het allemaal toch is en dat ik geen tweede keer over piste ga als die zich ook in de bergen bevind en dat ik de volgende rit in de bergen echt 10 kilo minder zal moeten hebben, eigenlijk zit ik ook te denken aan heel andere dingen dan het eigenlijke hier zijn. Ik ben er eigenlijk alleen wanneer ik stijg omdat ik dan al mijn aandacht richt op hoe zwaar het is. Je zou dus kunnen stellen dat ik niet in de juiste setting sta. Ik vind het allemaal heel mooi, zeer zeker. Ik stop ook regelmatig voor foto’s, voor praatjes, lach met een zwangere vrouw die hevig zweet al lopende over de heuvels, haar vriendin stelt voor dat ik de baby na levering neem. Ik lach ook met de ferryman die 3 keer zoveel wilt als ik hem geef, hij kijkt me heel serieus en intimiderend aan, iets dat niet past bij een Guinee. Ik denk teveel, bedenk ik me, en besluit daarmee te stoppen. Los grind, grote stenen en een constant gehobbel is zwaar voor de geest. Het is verre van zorgeloos fietsen, meer een zenuwslopend crossterrein voor mountainbikes zonder bagage.

Another Family CampAnother of meHair Wash DoneThis is the way to suck

Ik heb een goede dag en ben in staat 50 kilometer te fietsen, misschien komt het door de bijna 30 kilometer daling? Rond half 6 besluit ik een plekje voor de nacht te gaan zoeken maar omdat er weinig bush en weinig huisjes zijn moet ik afgaan op de details. Bij het zien van een aantal dwalende stel geiten weet ik dat ik een klein dorpje nader. Dan zie ik een huisje verscholen tussen de bush met een prachtig glad belopen paadje erheen. Ik fiets over het paadje en het wordt mooier en lieflijker naar mate ik dichterbij kom. Als ik dan voor de houten poort, met brommerketting als sluiting, kom, bedenk ik hoe graag ik hier zou willen overnachten. Dit is perfect! De ronde hutten zijn gemaakt met liefde, de muren van ongeveer 1.5 meter hoogte zijn glad gewreven en in natuurkleuren geschilderd. De puntdaken tot in detail afgewerkt, zelfs de grond is tot een harde laag bewerkt. De kinderen lief en spelend. De hele setting is gewoon idyllisch. De vrouw die alleen Pulaar spreekt snapt me wel maar wilt toestemming van een man die Frans spreekt. En zo komt Oumar in het perfecte spel, een joviale weduwenaar. Natúúrlijk mag ik bij zijn huisje kamperen, hij neemt mijn fiets ter hand en parkeert me tussen drie prachtige traditionele huttenhuisjes. Een groot deel van de omwonenden komen kijken hoe ik mijn synthetisch huis op zet, hoe ik mijn luchtmatras oppomp en wat ik allemaal uit die tassen haal. Geld? Oumar laat een kind een emmer water halen om me te wassen, maar ik bedenk dat ik liever met haar meeloop om haar te helpen. Zo loop ik door een hemels plaatje van wuivend gras, plateau’s, palmen in de verte, grote groene bomen, lopend over een smal goudgeel pad beland ik bij de rivier. Ik kan niet anders dan erin zinken, net zoals de grote gastvrijheid van Oumar, zijn papaya, sinaasappelen, gember, een mat klaargelegd voor mijn huisje, de uien en tomaten in een schaal. Een krukje voor mijn keukentje. Kip wordt me aangeboden, er speelt muziek vanuit een oude grote transistor radio. Oumar draagt zijn mobiel in een zakje om zijn nek, er is een oma in een tulle top, een vrouw komende van de rivier en gehesen in een handdoek komt dansend op me af, het is een heel spektakel, het lijkt wel een feest! Mijn fiets wordt in een huisje gezet en ik wordt voorzien van water, zeep en een emmer. Oumar wilt zelfs mijn fietsbroek en T-shirt wassen, hij zegt ‘als je het nu niet doet is het te laat om morgen droog te zijn.’ Oumar laat me zijn huisje zien en twee grote foto’s van zijn overleden vrouw staan prominent op de voorgrond waarachter een display van potten en pannen tentoon wordt gesteld. Ik vraag me af hoe dit moet voelen voor zijn jonge, stille, hoog zwangere nieuwe vrouw?

De volgende ochtend staat er wederom een publiek, gelukkig een klein gedeelte van de 150 inwoners, voor mijn tent en de show zwelt aan wanneer een oude vrouw haar gebroken pols opnieuw komt laten verbinden door Oumar. Oumar is geen dokter maar met een tak en oud, vies verband en allerlei soorten doekjes wordt de pols van de oma opnieuw verzorgd. Ik voel de hoop van mijn Ortlieb’s gevuld met medicamenten, spalken, spuiten en wonderlijke cremé’s. Ik een chirurg, dokter en zuster zijnde ineen.

Lines and colours I likeLines and colours I likeHeavenly Blue

Layers of natureUpside Down River

Geen water, geen sinaasappelen maar wel een pruik

Kasseri is zo’n plek waar ik mijn slaapplaats laat bepalen door het aantal kilometer dat ik heb gedaan. Wanneer de teller 50 zegt stop ik meteen en besluit ik maar weer bij een familie te gaan staan. Hoewel ik dan totaal geen rust heb, want ik word constant bekeken, elke handbeweging en elke stap die ik zet word geregistreerd. Maar het is makkelijk en met een beetje geluk heb ik weer een soort van douche en makkelijkere toegang tot water.

Deze familie bestaat vooral uit vrouwen. De enige man die ik op het erf zie is oud, en houdt zich op de achtergrond, immer gehuld in zijn mooie trenchcoat. Zijn vrouw is ongeveer even oud als zijn oudste dochter en borsten van de jonge echtgenoot hangen flapperend uit haar shirtje wanneer ik aan kom, de mannen om haar heen besteden er totaal geen aandacht aan. Het is gewoon geen issue. Blote borsten.

Ik word zo opgesteld dat ik op het meest centrale punt van alle omliggende huisjes sta, zodat iedereen me kan zien en bewonderen. Ik heb mijn tent op een plekje waar de vrouwen ‘s avonds samen komen en lekker luid gaan kletsen. Ik ben moe en ze praten over mij, ik vraag me af wat? Ik doe mijn oordopjes in en slaap meteen goed en diep in. Ik heb het idee dat wanneer er niets meer te zien valt en ik compleet terug getrokken in mijn tent lig, de vrouwen hun partijtje ook snel over is.

Nieuwe cmpingspot gevonden

Ik droom die nacht dat ik een sportfiets koop. Een fiets met hele dunne bandjes die heel snel gaat. Ik denk dat ik het beu ga worden, dat constante gebonk, gehop en op en neer geshake. Mijn borsten gaan er pijn van doen.

De ochtenden zijn vaak mijn enige rustmomenten, daar kan ik in mijn dagboek schrijven, reflecteren en thee drinken. Maar nu word ik gestoord door vrouwen die met hun mobieltjes foto’s van me maken. Ik vraag ze vriendelijk of ze dat na mijn ontbijt willen doen, dat doen ze en ondertussen nestelen ze zich om me heen. Het zal vast één of andere feestdag zijn omdat niemand iets doet. Iedereen is wéér vrij.

En iedereen loopt met me mee als ik de fiets naar de piste rijd, iedereen draagt een stuk bagage en wanneer een jongetje met een pruik de show steelt willen we allemaal even die pruik opzetten. Wie de pruik past, zet hem op, is het niet? En zo gebeurd het dat de ongemakkelijkheid van die ochtend van me afglijdt, als een waterdruppel op een bos synthetisch zwarte nephaar.

DSC_0601 (425x640) DSC_0604 (425x640) Oh!

De laatste nacht besluit ik voor de bush te gaan. Ik wil niet weer de onverdeelde aandacht hebben na wederom een dag hard trappen op de pedalen. Ik glip de bush in en niemand die me ziet. Het word geen ideale nacht maar wel één zonder gestaar. De ochtend is koel met zijn 12 graden en alles is nat. De avond brengt me een beetje van mijn standpunt omdat er in de verte velden worden gebrand, de ontbossing in volle vaart en als het vuur mijn kant uit komt kan ik mijn boeltje wel inpakken. Ik wacht tot ik zeker ben dat het vuur niet mijn kant uit komt en dan hoor ik alleen nog een diertje trippelen, tegen mijn tentdoek schuifelen. De rust is heerlijk, simpelweg zalig en delicaat. Ik hoor hondengeblaf en stemmen in de verte en ontdek met het verder rijden pas dat er een huisje pal naast mijn kamp stond. Ik vind het verwonderlijk dat ik de bush uitstap, fiets aan mijn hand en niemand die me hier ooit heeft zien ingaan en nu ziet vertrekken. Ik ben in staat de natuur als mijn woonst voor de nacht te maken en met een volle maag en uitgerust een nieuwe dag te beginnen.

What a road!

Ik en de pruikOnderweg water halenHet jongetje en de pruik Stilte...

De Fouta Djalon uitgaan voel je. Ik krijg pardoes een andere benaming, er is meer geroep door kinderen. De rust van het fietsen in de natuur is verdwenen en ik mis het meteen. De stad is in aanvoel. Ik ontdek meteen dat ik lange stukken natuur verkies boven de bewoonde wereld waar mensen die roepen een stoorzender zijn. Fietsend door dorpjes diep in de Fouta Djalon is zo een groot contrast voor de bevolking dat zij oprecht schrikken van een blanke die door hun stoffige, eentonig leven rijdt. Zij rennen over hun binnenplaats om een glimp van me op te vangen, bang en nieuwsgierig tegelijk. Soms een vreemd soort nieuwsgierigheid want wanneer ik langs de route zit te eten wordt ik toegekeken door groepen kinderen. Ik richt dan mijn camera op hen in de hoop dat ze schrikken en weg rennen, maar tot mijn verbazing groeperen ze zich net iets beter voor een mooie foto met mijn grote camera.

Gaandeweg leer ik wat woordjes in Pulaar. De mensen lijken erg blij en opgetogen dat ik hun taal spreek, hoe weinig dat ook is. Altijd wordt er meerdere keren gevraagd hoe het met je gaat. Soms wordt je daar wat kregelig van, dan denk ik: ‘Ik heb je toch net gezegd dat het goed gaat?!’ om dan een beetje sjeu aan het gesprek te geven kun je na de eerste ‘goed’ en tweede ‘ik ben oké’ in het gesprek gooien, maar dan wel in een andere vorm. En onthoudt ook dat je nooit zomaar begint met ‘ik wil’ of ‘ik zoek’ of ‘ik heb nodig’ maar altijd met ‘hoe gaat het?’

Jarama: Hallo, of dank je wel. Tanala?: Hoe gaat het? Tanaláton: Goed. Jamtung: Ik ben oké hoor. Belkéja: Goedenmorgen.

Mooie setting

Wanneer ik in Kindia aankom is het vrijdag en de straat afgezet met boomstammen om de biddende moskeegangers ongestoord hun ritueel uit te kunnen laten voeren. Ik ben echter moe en zeer toe aan een wasbeurt, dus ik til de boomstammen wat opzij en wrik me er tussen door. Niet netjes maar ik ben geen auto en heb geen zin om een uur te gaan wachten. Het eerste hotel waar ik aanklop blijkt niet in de running te zijn, het tweede is in een ver vervallen staat van ontbinding en heet ‘Phare de Guinnee’, dat ‘Zwijnenstal’ betekend. Ik ben ondertussen heel wat gewend maar nu schrik ik! Ik heb het lange tijd niet zo vuil gezien en haal meteen een bezem door de twee kamertjes, ik druk de gebruikte maandverbandjes door het muggenraster van het raam, veeg de condooms naar buiten, bedek het bed met mijn eigen soort lakens en prent me in dat stilte hier een illusie is. Maar ik ben schoon, heerlijk geschrobt met een wasborstel. En ik ben in Kindia: vanaf nu geen tracks, alleen teer!

Kindia verrast me met ananassen en vis, internet en relatieve ordelijkheid. Heerlijk eten zoals riz gras en Nescafé met gecondenseerde melk.

Een emmer water wordt voor me klaar gezet, aangezien er hier geen stromend water bestaat. Ik ben de enige vrouw in dit hotel, waarschijnlijk de enige zonder seksuele handelingen.

Eerste dag

Vrouw in de verteErf

De stad geeft me teveel aan dynamiek, ik word er lichthoofdig van, drink te weinig water, eet te onregelmatig en sla maaltijden over omdat ik teveel te doen heb. Alles moet worden gewassen, de fiets nagekeken en dit alles gebeurd te midden van een laagje gebruikte condooms en zijn roodwitte verpakkingen. Ik neem langzaam het ritme aan van de disco naast dit Zwijnenstalletje, waarvan de deuren meer als gordijn dienen dan als deur.

Zie de kleuren

Rivier overgang

Lunch time

Dan fiets ik via Coyah naar Conakry. Zet de iPod weer aan omdat ik het gegil van de kinderen langs de route storend vind, ze herinneren me constant eraan dat ik wit ben: ‘Foutehhhhhh’. Krijg een heerlijke afdaling van 10 kilometer voor mijn banden en snel daarop ook een politie die me de weg wilt wijzen naar een hotel. Ik vraag niet om zijn hulp maar krijg die gewoon en hij springt op een motortaxi en begeleidt me. Daar aangekomen blijkt er geen eten in de buurt te zijn en de politie biedt aan om dat voor mij in Coyah Centre op te gaan sporen. Per mobiel laat hij me weten dat er geen vis te verkrijgen is en ook geen omelet. Bonen staan ook niet op het menu dus het worden drie eieren met zoetig, luchtig brood. Wanneer de politie het me af komt leveren kan ik ook voor de motortaxi betalen! Hoewel ik natuurlijk geen verstand heb van motortaxi’s en hun benzine prijzen weet ik wel dat zijn prijs van vijf euro ver boven één liter benzine ligt en weiger ik te betalen. Uiteindelijk, wanneer de motortaxi jongen en de politie agent aandringen na ongeveer een uur wachten, geef ik één euro en daarmee lijkt de zaak gesloten.

Altijd stoffigJong en groen

Eindelijk weer eten

Dan bereik ik de hoofdstad, ongeveer 40 kilometer vanaf het centrum begint de gekte die me automatisch naar centre ville brengt, over een slecht wegdek en weer een constant op en neer. Vlakte bestaat allang niet meer en ik vind het prima. Ik krijg de rush die elke hoofdstad me bezorgd, doe mijn helmpje maar op en ga de spanning met een grote lach tegemoet. Ik ben op mijn sterkst in druk, chaotisch verkeer. Ik haal hier de meeste voldoening uit! En wat een stad is Conakry! Arme mensen slapen in de portieken, hele gezinnen. Meer mensen die tegen de stem in hun hoofd praten, tegen een ingebeeld publiek. Vaak boos, sommige gek geworden van het leven. Ik bedenk dat zoiets makkelijk gaat hier, net zoals dat makkelijk gaat in het westen. Grote trucks met zeecontainers ‘New Sealand’ en Safmarine’ rijden in het centrum van de stad. Werkende mensen zijn niet altijd zo liefelijk, kunnen gestrest zijn, begrijpelijk. Bestuurders van auto’s manoeuvrerend door deze stad zijn lichtelijk ontvlambaar, maar zo niet de dame van de Ivoorkust ambassade. Keurig in een mantelpakje gehesen, haar buikje piept onder haar omhoog kruipende colbertje uit. Een colbertje met niets daaronder. Ze legt me tergend langzaam de procedure uit hoe een visa te bamachtigen. Ze spreekt zacht en uiterst vrouwelijk. Ze is heel geinteresseerd in mijn onderneming, de route naar Bamako kan ik maar beter niet nemen ‘ces’t ne pas bon’ en dan verlegd ze haar aandacht naar mijn gezichtscremé, een cremé die zijn werk niet doet want ik zit onder de pukkels. Een cremé die ze maar wat graag wilt hebben en waarnaar ze uiteindelijk ook vraagt. Want ook hier geldt: ‘Als je iets wilt hebben vraag je ernaar!’

DSC_0830 (640x425)

De ambassade van Ivoorkust is mooi, schoon en beloofd hoe dat land moet zijn. Het meeste in Conakry is klunzig en slordig. Zo is er een klein stukje snelweg en daar loopt de schooljeugd overheen en fiets ik tegen het verkeer in. Een agent duidelijk makend dat hij niet zo moeilijk moet doen wanneer hij me gebaart te stoppen, met een overdosis autoriteit. Ik eet bij straatstalletjes waarmee ik de lokale bevolking nogal verras, kijk naar de mensen om me heen, naar de Chinezen, de Libanezen, de Mauritaniërs. Hier houd ik van, maar verder is deze stad niet de moeite, er is niets te zien anders dan hoe klunzig e stad is opgezet. Nee, fietsen in Afrika gaat om fietsen. Niet om cultuur.

De overgang van een natuurlijk fiets tempo naar een stadstempo maakt me altijd moe. De omschakeling is groot. Door de grote hoeveelheid aan energie in een stad slaap ik te weinig en de stad laat me maaltijden overslaan, maar ik ben actiever, dus ontregelt. Ik race van ambassade naar ambassade, probeer zoveel mogelijk te doen in de ochtend dat deze open zijn. In een stad waar geen budget hotels zijn, wel een katholieke missie die 18 euro voor een kamer vraagt, waar een Franse zender op de televisie verhaalt over homoseksuele stellen die een kind adopteren, zeer tegen het verkeerde been van de broeders en zusters rondom me.

KoffieDSC_0831 (425x640)Vreselijk vies!Stadsleven!

Ik word instant verliefd, de stad, hij bekoort me

Zijn zachtheid als een arm die de blonde haartjes op de mijne beroeren

Zoals theelepeltjes de cremige melk in Nescafé

Zittend in restaurantjes, dubbele maaltijden etend, ogen verslingerd

Stoepranden en verkeer en tijden negerend

Analyseren. Praten. Ik gaan de diepte in

Voel me dieper en dieper gaan, langer in Conakry ook

Tot slot...

14 responses to “Guinea II

  1. Lieve vriendin op afstand, wat een zalig reisverslag op de zondagochtend aan mijn keukentafel terwijl de lentezon echt zijn best doet vandaag.
    Wat ben je een dapper wijf! Ik ben echt trots je ontmoet te hebben.
    Liefs, Judith

    Like

    • Lieve Judith, je zegt dat prachtig, de zon die echt zijn best doet. Ik hoor en zie het je zeggen en zou je willen omhelzen daarvoor.

      Ik ben net zo blij dat ik jou ontmoet heb. Ook ik had dat nodig. Ik ben blij dat je dit hebt kunnen lezen op je zondagochtend. Ik vind dat leuk om te horen.

      Jij bent misschien nog wel dapperder, Judith. Ik weet het wel zeker!

      Liefs Cin x

      Like

    • Lieve Judith,

      Ik word helemaal warm van je lieve woorden. Ik voel me een beetje slecht dat ik je maar niet terug kan schrijven. Je moet weten dat jij vaak in mijn gedachten ben en ik regelmatig over je praat : )

      Jij bent nog meer dapper dan ik, Judith en je weet het.

      Ik ben TROTS op je en zoooo blij dat ik je ken!
      Liefs Cin x

      Like

    • Je zegt dat zo mooi: de lentezon die écht zijn best doet. Ik vind dat zo lief van je, dat je dit schrijft…. Je bent een TOP VROUW!

      Lieve lieve steore, sterke Judith. Wat ben ik trots op jou!
      Kus Cin

      Like

  2. Hoi Cinderella,

    Ik ben je blog tegen gekomen in mijn zoektocht naar antwoorden voor mijn trip voor het goede doel (Riders & Bewegen tegen kanker) van Den Haag naar Gambia.
    Ik ga op de motor, dus niet zo stoer als jij op de fiets…!

    Je verhalen zijn erg leuk, leerzaam en aangevuld met schitterende foto`s.
    Ik heb erg veel plezier in het lezen van je blog en het begint bij mij enorm te kriebelen….

    Heel veel plezier en hou je taai.

    p.s.
    Ik vertrek 9 juni a.s. na alle verhalen kan ik niet meer wachten.

    vrolijke groet,

    Marco

    Like

    • Hoi Marco, leuk dat je een reactie plaatst en fijn dat je er wat van oppikt. Als er vragen zijn ben ik altijd blij ze te beantwoorden.

      Geniet van de voorbereidingen en ik ga bijna op naar Togo!

      Groetjes Cinderella

      Like

  3. Hey Cinderella,
    je verslagen en foto’s zijn veel leuker om te lezen dan de saaie kranten die vol staan over corruptie, fraude, werkloosheid….. Ik ken je niet, maar ik denk dat je niet onknap bent na een schrob en ontkorst beurt. Je bent een dappere en grappige dame. Ik hoop dat we nog veel van je avonturen mogen delen.

    Groetjes,
    Philippe

    Like

    • Ha! Wat leuk! Zo’n compliment! Dank je Philippe. Er komt zeker meer aan, ik werk eraan.

      Ik lees geen kranten en en kijk geen TV want dat is niet zo werkelijk als er zijn. Televisie zendt eigenlijk nooit iets positiefs uit als het over landen gaat en kranten vinden negativiteit aantrekkelijker dan positiviteit. Dus ja… reizen is het echte televisie ; )

      Of draaf ik nu door?

      Groetjes Cinderella

      Like

      • Beste Cinderella,
        doordraven doe je zeker niet. Als ik je foto’s zie van die kindjes en die rood-bruine grond smelt mijn hart. Ik ben 2 jaar geleden voor het goede doel ( waterputten en groentetuinen ) van aan Ivoorkust door Burkina Faso gefietst tot Niger. Wij konden onze dagtochten, toch wel 100 km tot 120 km per dag ( zonder bagage ) individueel rijden. Overal bleef ik in de dorpjes onderweg hangen. Alle dagen moest ik mij haasten om voor donker binnen te zijn. Uitnodigingen om te blijven eten waren legio. Ik had ook een kleine fotoprinter bij zodat ik ter plaatse foto’s kon af printen. Hilarische taferelen soms. Ik heb alleen foto’s van lachende mensen. Daarom Cinderella kijk ik toch altijd een beetje uit naar je avonturen.
        Wat ik maar wil zeggen, dat als je de media moet geloven, blijf je daar maar beter weg. Niets daarvan, getuige je avonturen.

        Groetjes,
        Philippe

        Like

      • Hoi Phillipe, ben het met je eens. Ik laat me leiden door mijn gevoel en hoop dat dit me veilig door Nigeria laat fietsen. Ik hoor veel verhalen over dit land en het is op zijn slechtst op dit moment, maar ja… ik kan geen kant op, alleen Nigeria dus ga het maar proberen.

        Ik fiets meestal 100 kilometer per dag, van de week een dag van 140 km, we konden geen eten vinden op de alternatieve route, dus we moesten wel doorgaan. En toen konden we geen wild kampeer plekje vinden. Uiteindelijk maar bij een hotel gaan staan waar we mochten kamperen.

        Maar het is aanpoten met de bagage hoor, en op tijd opstaan en eten vinden en tent opzetten en slapen (kom slaap tekort). Maar de simpelheid van eten, slapen en fietsen en voort peddelen is groots : )

        Er is geen afleiding met deze manier van leven.

        Groetjes Cinderella

        Like

I'm curious to your view, leave a reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s