Van Essaouira naar Goulmime

Begin september 2012: Essaouira is een stad waar ik bijna twintig jaar geleden ook geweest ben, met een vriendinnetje op Interrail stonden we hier op een camping. Die camping is nu verdwenen en vele sjieke hotels zijn ervoor in de plaats gekomen. Busladingen vol toeristen en een medina waar de prijzen in euro’s en de kruiden in piramides gevormd, maar van karton zijn.

Essaouira! Ik ben er nog maar even en het is al geweldig. Een poes ligt op me en een man bespeelt de oud, urenlang, zo lijkt het wel. De zoute wind door haar lapjes vacht en mijn onstuimig geklitte touwhaar. De golven brekend, het wit van de muren, terracotta van de tegels en blauw van het hout. Een meeuw hier en daar laag over vliegend, of ik hoog zittend op dit dakterras, zwevend, stil. Blauw van de oceaan en de lucht, koelte in de schaduw. Een keuken tot mijn beschikking, de huisvrouw mag weer los en ongetemd haar gang gaan en dit keer op een geliefde. Of Steve nu wilt of niet, het gaat elke dag een tagine worden; een maaltijd bereid in deze stenen, conische pot die mij het eerste opvalt in deze keuken.

Zittend op het hoogste dakterras komt Steve me melk en zoetigheden van de bakker brengen, drie stuks, mijn ontbijt. En ik heb het verdiend. Ik heb de dag dat ik hierheen kwam veel gegeven, veel terug gekregen en dat zet deze dag dus door. Nu zittend op de bovenste verdieping van een oud Portugees huis, in de ommuurde medina, een goed verzorgd Marokkaans huis. Wat een verschil met het platteland. Dit is rijk leven! Deze stad is zó mooi, het is niet voor niets zo toeristisch. Ommuurd met een stevige, niet verkruimelende muur. Een dikke, sterke verdedigingsmuur, hoog en machtig. De huizen erin Portugees, alsof zij verkleumd hun hoofden over de kraag van hun jas steken, zijn het hun gevels die uitkijken over deze muur, over de oceaan.

Er is wereldmuziek en mint thee voor tweeëneenhalve euro per pot. ‘Wat? Zo duur?!’ roep ik verschrikt uit tegen de serveerster in synthetisch wollen jurkje met dikke wollen panty’s en een gouden kerstversiering om haar hals. Ik heb nog wel twee potten genomen ook, terwijl ik gebruik maakte van de wifi. Terwijl een bos munt maar tien cent kost. Een complete maaltijd kost in dit restaurant, waar ik de dure thee nietsvermoedend heb besteld, iets van twintig euro, terwijl de tagines die ik maak maar anderhalve euro kosten. Voor twee personen.

De poezen en katten van Essaouira strijden om aandacht. Ze zijn allemaal aanhankelijk en de locals kunnen het goed met ze vinden. Ze liggen voor ieders overgeprijsde winkeltje, waar 100 gram kardemom vier euro kost. Een pak havermout kost tweeëneenhalve euro. Paprika’s, tomaten en uien worden samen afgewogen en de prijs is meestal tien dirham (één euro), ongeacht de hoeveelheid.

Vanuit Essaouira, waar we 5 dagen zijn gebleven, vertrekken we naar Pointes Imessouane. We fietsen die dag 100 kilometer in 6.5 uur. De volgende dag 95 kilometer in bijna 7 uur en de dag daarop ook weer bijna 100 kilometer.

De route naar Pointes Imessouane is zo mooi als je je verbeelden kunt van de Marokkaanse kust, met neer stortende kliffen en verscholen dorpen, overstekende kamelen op de weg en geiten die in bomen klimmen. De route hier heeft weinig uien of pompoenen in de aanbieding, wel prijzige l’huile d’argan en vele, vele verkooppunten die allemaal behoren tot een ‘woman association’. Het blijft vervuild. De luxe hotels en woningen aan zee met net buiten hun deur hun bergen afval, de locals zitten zelfs op het strand graag dicht bij een overbulkende container of bij tonnen uitpuilend vuil.

De wind krijg ik hard vanuit het noordwesten wanneer de kustlijn ombuigt en ik een stuk oostwaarts fiets, de oceaan lijkt hier wel een enorme bolling te maken en ik moet mijn ogen samen knijpen om te zien of ik het wel juist zie. Tot de wind me bijna van de weg blaast en het drukke Agadir verkeer agressiever en iets onvriendelijker is dan de rustige kustroute. Mooie appartementen worden gebouwd, om over een paar jaar te vervallen, te verpauperen tot er nieuwere, betere, duurdere worden gebouwd. De route blijft vuil: pakken melk, kleine roze bekertjes yoghurt, pizzadozen, pakken melk, drinkyoghurtkartonnetjes van het merk ‘Young’, suikerdozen, stenen, stukken huis, netten in prikkelbosjes, enorme stank van rottende vis en natuurlijk de dode dieren. Dode ezels zijn orde van de dag, daarbij nu ook een opgezwollen wilde zwijn en honden die van de ingewanden van gestorven schapen smullen.

We weten dat er vanaf Essaouira tot aan Agadir geen hotels zijn en we dus ergens moeten gaan kamperen. Blijkbaar is het geluk aan onze zijde want wanneer de zon bezig is met ondergaan, verschijnt er een bordje ‘camping’ langs de weg. We verlaten de N1 en gaan een diepzinnige route tegemoet waar ik al meteen stop! Ik zie boom vol met geiten en de geitenhoeder staat iets verderop een heuvel met zijn kameel. De man draagt een wollen djellaba en nadat ik ongeveer 15 minuten blijf toekijken naar zijn geiten gebaart hij me dat ik beter voort kan maken omdat de zon al bijna achter de berg is gezakt. Hij heeft gelijk, en ik fiets verder. Het is een weergaloos mooie route…

De route gaat flink omhoog en omlaag, we klimmen in totaal 1031 meter terwijl het hoogste punt maar 400 meter is. Het einde van de rit is een sluitstuk, alsof ik ingeklemd word in een sprookje, de stem van de zee en Rokia Traoré uit Mali zingen me toe en ik ga hard. Ik ga zelfs zo hard dat de wind me van de weg lijk te waaien, mijn wielen plat lijken te zijn, ik wiebel weer en ik lijk in een groef terecht te zijn gekomen. De 65 kilometer per uur gehaald te hebben knijp ik de remmen geleidelijk in. Ik heb geen platte band, het was weer de wind die met de fiets speelde, een eng gevoel.

Lijkt het je niet romantisch om aan de wilde, woeste zee te kamperen, waar kliffen dramatische erin duikelen? Mij wel. Lijkt het niet fijn om op een camping te staan zonder al te veel gasten, zonder koelkasten, zonder synthetische grasmaten en zonder televisieschotels? Mij wel. De werkelijkheid is dat we net na zonsondergang aankomen en het is dit alles, behalve leuk. Het is alles, behalve aangenaam. De wind die we heel de dag al in onze rug hebben, zwelt nu aan, keert zich tegen ons, vormt een compleet blaasorkest en waait nu zo hard dat ik mijn tent met moeite weet op te zetten.

Nee, ik vraag Steve niet om hulp want Steve is humeurig. Zand waait in het rond. ‘Fairly normal,’zegt hij bits tegen me wanneer ik kinderlijk blij opmerk dat alles onder het zand zit. Meteen bij aankomst hebben we drie honden om ons heen zwermen en Steve vindt ze erg irritant, dus kaats ik terug ‘fairly normal, to have dogs in Morocco’. Het is niet dat ik het leuk vind om onaardig te zijn maar ik heb geen zin om de lieve vrede op te houden tegenover iemand die dat ook niet probeert.

Ik ga verder met de tent opzetten. Wanneer het me is gelukt de tentdoeken in het gareel te krijgen komt de moeilijkere taak: de haringen in de keiharde grond timmeren met een steen die telkens breekt. Wanneer dit me uiteindelijk ook is gelukt sluit ik gauw de rits van het tentdoek want er kruipt een schorpioen bij mijn spullen. Uiteindelijk ben ik zo moe dat ik geen zin heb om te koken, al had dat toch moeilijk geweest met die harde wind. En het is dan toch verwonderlijk dat, ondanks een nacht met harde wind en blaffende honden naast onze tenten én een opblaasbare slaapmat die nú al aan het kapot gaan is, ik volledig uitgerust ben! Steve maakt zwijgend een ontbijt voor ons samen, havermoutpap. Maar al gauw daarna wil weer eten. Omdat we de avond ervoor alleen wat brood gegeten hebben, heb ik een gebrek aan voeding, en dus hevige trek. En omdat Steve zo zucht en kreunt besluit ik een extra pot mint thee te nemen. Vandaag is hij wat ironisch, sarcastisch en vindt hij mij klaarblijkelijk vermoeiend, alsof ik zijn ongewilde kind ben dat op zijn deurmat is gelegd. Hij geeft mij vast ook de schuld van de twee blaffende honden die heel de nacht ons kamp bewaakt hebben. Ik heb de honden namelijk mee laten eten van ons brood en La vache Qui Rit kaasjes…

Vanuit de camping naar Agadir wordt een taai stuk. Ik was al ingelicht door Steve die dit soort dingen weet van zijn GPS: 300 meter stijgen op 4 kilometer! Ik heb de helft van de route moeten lopen en duwen, zelfs met het ontbreken van de tien kilo wegend dry-bag. Dan is het sprookje van de dag ervoor echt géén sprookje meer! Dan denk ik: ‘Waarom doe ik dit? Waarom blijf ik reizen? Dit is mijn laatste reis! Waarom ben ik niet gewoon thuis, waar dat dan ook is? Gewoon lekker comfi!’ Om de dag zó te starten, met zo’n klim is echt niet zalig!

Om de volgende flinke afdaling met kippenvel en 53 kilometer per uur de diepte in te gaan. De weg is als een loslopende slang, de remmen behoren constant beroerd te worden en een diep gevoel van grootsheid, een gevoel van wereldsheid, ja… vrijheid zelfs, geluk en besef overmeesteren me zodanig dat niets me nog zou deren. Geen vloedgolf, geen aardbeving, geen lot. Het is zo diep, dat gevoel, zo heerlijk. Als een high!

Over de weg zoeven blauwe grande taxi’s, allemaal en altijd een Mercedes 240 D die veranderen naar groen wanneer we dichter bij de woestijn komen. Ze zitten soms zo vol dat er een tweede persoon op de bestuurders stoel moet zitten. Ik blijf de kleine musjes met een klein kuifje langs de weg zien schieten wanneer ik langs kom. Vrachtwagens sjezen de weg naar beneden met paarden in hun laadbak, de ogen van de dieren vol angst en onwetendheid wat er te gebeuren staat. Hun nekken gespannen om zich in de onverwachte bochten te beschermen. En de bomen die Aruba zo speciaal maken, die krom gewaaide, starre boompjes, die zijn hier ook. Eronder vaak gemetselde of met stenen samen gestelde zitjes waar mensen onder wachten tot er een grande taxi, of une petite langs komt die wilt stoppen.

Hoewel ik best een dag in Agadir zou kunnen verblijven, laat ik Steve bepalen en fietsen we verder. We gaan naar de Carrefour supermarkt, waar de verpakkingen veelal opengerukt erbij liggen en sommige artikelen zijn voor het prijsgemak uit de verpakking gehaald. We nemen pindakaas voor de Sahara mee.

De ene dag rijden we langs glasheldere stranden rijden, geen plastic te zien vanaf de weg. Er is ook geen een toerist te zien hier, wel een jongetje dat iets aan me vraagt ‘please can you fuck me?’ Hij is met zoveel vriendjes dat wanneer ik een steen zou gooien, ik het risico loop zelf gestenigd te worden. Dus ik fiets verder zonder enige reactie. De andere dag rijden we over een saai stuk N1. Het idee van de Sahara begint: bussen met namen als ‘Sahel-Line’ en de hele originele ‘Sahara’ komen me tegemoet, trucks met voedsel zoals knollen en uien en wortelen rijden voor me uit. Een stuk of vijf motorrijders die misschien ook wel de helse rit door de Sahara gaan maken, geven me een gevoel van puur avontuur: wij óók, maar dan met het één na moeilijkste transport middel. De fiets! Ik moet lachen wanneer ik een lange oplegger aan een truck gekoppeld zie die vele kamelen vervoerd, en heel veel kopjes steken boven die gehavende laadbak uit, alsof het wormen zijn die hun hoofdjes uit de grond steken en in een nieuwe wereld terecht zijn gekomen. De natuur wordt iets kaler, de dorpen compacter en verder uit elkaar liggend, meer palmbomen, meer droge rivieren, droogte en hiermee ook sfeer.

Steve en ik maken geen planning omtrent onze rit naar het zuiden. Ik vind planningen maken niet werken omdat ik wil blijven waar ik me prettig voel. Maar ik merk nu heel sterk dat Steve daar anders over denkt. Dus als hij me vraagt wat de planning is en ik zeg dat ik wil blijven denkt hij daar anders over. Hij wilt dat ik me nu eens ga trainen voor de Sahara!

De volgende ochtend, terwijl ik een granaatappel eet, legt Steve uit waarom hij zo’n haast heeft. Hij wilt trainen omdat hij zich minder sterk voelt na zijn blessure in Spanje. Ik stel voor dat hij naar Tafraoute gaat en ik naar Mirleft. Hij kan in de bergen zoveel en zolang fietsen als hij wilt, en ik ga heerlijk alleen relaxen. Eén van Steve zijn sterke punten, flexibiliteit, komt nu sterk naar boven en dit is wat we doen.

En zo vertrek ik van dit plein, waar vrouwen meer en meer soort van sari’s omgeslagen over hun kleding wikkelen, waar meer en meer mannen gleufhoeden dragen en waar ik op de route naar Sidi Moussa-d’Aglou een kuikentje zie liggen. Een klein, geel, donzig, hulpeloos wezentje. Ze piept. En ze ligt daar met vleugeltjes te jong om haar te dragen, met breekbare tengere pootjes die misschien wel gebroken zijn door de val van de kippenvrachtwagen. Ik sta langs de weg met dit zachte, warme, levende wezentje in mijn hand gecupt en niemand die stopt. Ik geef het water en bedenk wat ik ermee aan moet? Ik kan ze hier niet laten, overgeleverd aan een langzame dood. Ik kan ze ook moeilijk meenemen naar Mirleft, dat zou ze niet overleven, dat zou ook een langzame dood zijn. Ik besluit ze in een lege bidon te stoppen, het af te dekken met een touwen gaastasje van organisch katoen uit India en ze achterop de bagage vast te klemmen met het elastische net dat daaroverheen spant. En zo geschiedt. We fietsen een half uur. Zie: ik ben weer al opgezadeld met een last. Ik ontdek de moraal van deze kleine gebeurtenis en ontdek ook een man in het eerste het beste dorpje dat ik passeer. Ik overhandig hem dit kuikentje en gebaar dat hij het mag laten groeien tot een grote kip. Hij bedankt me ‘shukran’ en brengt het kleine, gele, compleet geschokte wezentje ergens naar binnen in de garage waarvoor hij zojuist zat.

Dan beland ik in Mirleft. Hier is werkelijk niks te doen en dat is precies wat ik nu nodig heb.

En wanneer ik dan bijna drie heerlijke dagen alleen ben geweest verschijnt Steve weer. Ik vind het prettig om hem weer te zien. De eerste avond samen is aangenaam, samen met de Franse eigenaar van het hotel en zijn jonge Marokkaanse vrouw zitten wij tegenover hen aan een blauwe houten tafel terwijl poes Sikoutine tussen ons schippert en blijft hangen op een stenen afscheiding tussen ons in. Ik ren de deur uit om aan mijn plotselinge behoefte van chocolade en yoghurt te voldoen en het voelt alsof we een thuis hebben.

Dan vertrekken we samen verder naar Sidi Ifni, een heerlijke plek, voormalig Spaans, pas terug gegeven aan de Marokkanen in 1969. We eten in een verlopen oud, muffig restaurant dat waarschijnlijk na de Spaanse teruggave nooit meer echt schoongemaakt is. Maar het eten, een tagine poisson en cous cous legumes is vers klaar gemaakt en smaakt goed. Er speelt een aparte mix van muziek op de voorgrond. Art Nouveau gebouwen in hun zachte pastels omhuld door de koele zeewolken waardoor de herfst zijn intrede heeft gedaan. Er zijn heerlijke zoetigheden te verkrijgen en oude, antieke koffiemachines zijn nog altijd in gebruik. Het ontbijt in een cafeetje is perfect, een Sahawari volledig in blauw gekleed komt binnen, de ruisende geluiden van een levendig restaurantje, de Franstalige radiozender, mint thee en vers stokbrood. Het is helemaal de juiste setting. Mijn lichaam dat precies in orde is. Ik voel me heel shanti, stoned bijna. Aan het ontbijt, een mint thee uit een glas van ‘Café La Mousse Blanche’ en wat zal ik deze mint thee gaan missen. ‘Kiss my whistle baby’ klinkt door de luidsprekers van de radio, een geheel Franse uitzending en ik vraag Steve wat dat betekend: ‘kiss my whistle? Does it mean kiss my penis?’ Een beetje opstandig voor een Marokkaanse zender, denk ik. De oude hit ‘I will survive’ met Destiny’s Child ertussen door geremixed klinkt dan toch beter.

Het ligt aan Sidi Ifni en zijn atmosfeer: de oceaan, laag beneden de klif, met een kale camping eronder met wat campers en een zee die rustig golvend in en uit loopt, mannen alleen of samen en groepjes vrouwen en hier en daar een stel hangen aan de balustrade en kijken naar de zee. Wat gaat er door ze heen? En wat door Steve? Diep peinzend tegenover me.

De volgende dag aan we naar Guelmim gaan en de rit is behoorlijk zwaar voor mij, met een totale klim van 774 meter in 4 uur. We zijn nu over de laatste heuvels heen die de intocht van de Sahara aangeven. De natuur prachtig en zeer heuvelachtig, de zee verlaten, bezaaid met kaktusfruit en de dorpjes en huizen zowaar aantrekkelijk. Kamelen worden gedreven tussen de heuvels door, automobilisten steken hun duim naar ons op, Europese motorrijders ook, en de afdaling is lang en zalig. Ik zie een stel vrouwen water uit de put halen en ik denk hoe ik ook een simpel leven prefereer boven een druk bestaan. En terwijl ik zo nadenk besef ik dat ik een simpel leven leef.

A trip is never perfect’ zegt Steve tegen me wanneer ik hem vraag waarom hij met mij fietst. Ik ben veel en veel langzamer dan hij. En verder… zoals ik hem al heb geantwoord, ‘it’s all in the mind,’ wat betreft het wel of niet aankunnen van de Sahara. En ik weet dat ik het aankan! Daar gaan we…

9 responses to “Van Essaouira naar Goulmime

  1. Lekker lui in Gambia. Heerlijk toch na zo’n tocht…. en je hebt de tijd. Lekker even onderdompelen in de cultuur en het leven daar. Even een vast stekje en dan weer gaan. Naar het volgende project. Ben benieuwd want het nieuws over Congo is niet zo best. Mn aan de grens met Ruanda. Nu zien we hier natuurlijk alleen het nieuws en dat lijkt meestal slecht nieuws te moeten zijn.
    Internet is dus lastig daar. Ik wacht wel af wat volgt. lekker om het verhaal tot en met de Sahara compleet te hebben. Marokko trekt me wel na jouw verhalen en plaatjes…. Ik maak reizen in mijn dromen, ik droom ze voorlopig. Ook leuk…. voorlopig….. Het ziet er naar uit dat ik eind volgend jaar 2013 begin 2014 een maand of 3 weg kan. ZO Azie, Z Amerika dromen….
    Rust lekker uit in Gambia en kom op krachten voor het vervolg.

    Like

    • Lekker lui? Was het maar waar! Ik ben drukker dan ooit en wil dat eigenlijk niet! Maar zo komt het dus zo nemen we het en ik geniet wel hoor : )

      Ga er nu gauw vandoor maar mail je hopelijk morgen wel langer, liefs Cin

      Like

      • Af en toe mag je toch wel lui zijn, opladen….. om er weer tegen te kunnen. Ik lees in je vervolg verslag dat je die periode van rust al weer voorbij bent en dat het werk is begonnen, oog en oor zijn voor FonE en zelfs wat les geeft aan kinderen. Benieuwd wat je gezien hebt mbt de projectontwikkeling aldaar.
        En dan een medereizigster voor een volgend traject? Bezoek gekregen….
        Ik weet niet of mijn (kleine) donatie overgekomen is, ik hoop wel dat die op jou conto komt te staan zodat je je streven 5000 kun halen.

        Like

      • Hoi Gerry, ben zo druk, ongelofelijk! Ik kan niet wachten om weer op de fiets te stappen. Maar ergens wil ik ook alles bijgewerkt hebben want voor je het weet loop je een half jaar achter! En dat zit me ook weer niet lekker.

        Welke donatie bedoel je Gerry? Heb je een tweede gedaan? Ik geloof dat ik je eerste erbij gezet heb, zo niet dan is die verloren gegaan in de lijst omdat er iets fout is gegaan bij mij, via WordPress, maar dat kijk ik na en dan zet ik hem er weer bij!

        De tweede bezoeker die is gekomen en alweer weg is, was Gora. Een vriend uit Bangladesh. Ik ga dus alleen verder hoor, over een week ongeveer weer!

        Maar goed, van lui zijn is totaal geen sprake. Ik ben zo druk dat ik ‘s nachts ervan wakker wordt, maar dat kan ook zijn omdat mijn lichaam reageert op minder inspanning.

        Morgen naar het eigenlijke ‘project’ waarvoor ik gekomen ben: Suleyman! Je hoort het hier Gerry!
        En ik vind het SUPER leuk dat jij zo actief bent met deze weblog, echt gaaf!

        Hoe gaat het met jou? En de fiets? Ik heb de mijne eens goed onder handen genomen, een flinke blaar in mijn handpalm nu. Lastige plek is dat zeg!

        Ik ga weer, heeeel veel liefs en een mooie koude winter! Geniet ervan. Fiets je eigenlijk graag in de sneeuw?

        Liefs Cin

        Like

  2. Wow sis,looking good…sunkissed en langere wapperende lokken!!!
    Ik laat je foto aan kleine morrisman zien,zijn oogjes gaan stralen…sinnelella…
    Wat een gemis,geen knuffels van zijn tante 😦
    Mooi geschreven verhaal…wat een schatje,dat fluffy kuikentje,mooie fotoos weer,prachtig!!!

    Like

    • Hoi lieve zus, hier ben ik weer! Er is werkend internet… dat is wel eens fijn, vooral na drie weken niets kunnen doen. Ben je weer blij dat pa en ma er zijn? Ik vond het zo leuk met ze, we hebben echt een leuke tijd gehad! Nu is Gora er.

      Wat een schatje is dat zoontje van je, het is maar goed dat hij me nog herkend! Dan heb ik toch een indruk gemaakt op dat kleine menneke. Leuk!

      Lief hé, dat kuikentje… was zo zielig joh. Ik stond er echt mee en dacht ‘wat kan ik nu doen voor dat beestje?’

      Gered! Flying Doctor, me : )
      Love you, X Cin

      Like

I'm curious to your view, leave a reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s