Nigeria II

CSC_1269 (640x426)

Waarom fiets je?

‘Het is een sport’ en ‘het is een avontuur’ zijn de verkorte antwoorden als ik het met de Franse taal moet doen. ‘Ik ontvlucht de snelle Westerse samenleving’ is een kort antwoord in het Engels, maar omdat geen één Afrikaan dat snapt, stop ik met dat antwoord.

DSC_1301 (427x640)

Wat ik het mooie aan reizen per fiets vind, is de verrassing die je te wachten staat, na elke bocht, na elke blik over je schouder, mogelijk iedereen die je ontmoet, al dat je gepresenteerd wordt, en dat elke dag opnieuw. Op de fiets is je blikveld zo groot als je je hoofd optilt en te weten dat niemand je ervan weerhoudt te bekijken wat je wilt. De vrijheid om te stoppen en in te nemen wat zich voor je blikveld afspeelt. Elke dag opnieuw is een avontuur, een spoorzoekerspel, de wereld een speelplaats voor het kind in mij. Het is natuurlijk niet constant een hoogtepunt aan zachtheid, heerlijkheid, en meelevendheid maar de dag te beginnen in een omhelzing van de nietszeggende nieuwheid die zich dan transformeert naar een niet te bedenken schouwspel aan de wonderen van de natuur, is een gift. Een gift die echt voor het oprapen ligt. Je moet je er alleen wel voor open stellen. En bukken om die op te rapen. Eigenschappen zoals stugheid wordt hier uitgerekt tot een zijdezacht flanellen laken en niet flexibel genoeg zijn laat je al gauw tot een spagaat komen. Het is een wondermooi geheel.

Zoals je zo vaak hoort, de mens is van nature niet slecht en alleen reizen, je zelf helemaal overgeven en erin storten laat dat gauw een feit zijn. De mens is behept met een eigenschap die hem een wantrouwend wezen laat zijn, een natuurlijke eigenschap die ons wellicht laat overleven in de ruigheid van het bestaan, maar dit is alleen een laagje dat snel afgeboend wordt. Het is mij altijd weer een twinkelende gebeurtenis als ik aan het eind van de dag tevreden en voldaan slapen ga, al leek alles erop dat het nooit meer goed zou komen. Mensen zijn om elkaar te helpen, niet vanzelfsprekend, wel een waarheid.

DSC_1390 (425x640)

De landkaart een gezicht gevende

Fietsen op stukken zoals de Sahara zijn van een wonderlijke, niet voor te stellen, bron van schoonheid, diepte en reflectie. Zijn in oerwouden is jezelf ineengesloten voelen met de oorsprong. Te weten dat wat jij doet idioot is, is weten dat je niet ver af staat van de herders, de nomaden, de bevolking die misschien niet bewust koos voor wat hij deed, maar wel diezelfde diepgang gevoeld heeft. Wat ik mooi vind aan fietsen is dat je op eigen kracht vooruit komt, over wegen die je nooit voor had kunnen stellen. Veel mensen zijn verbaasd als ik zeg dat er één weg is, die van het noordelijke puntje in Marokko helemaal naar beneden leidt. En dat is ook verwonderlijk, een weg door de Sahara! Ik vind het bijzonder om te ontdekken op welke stukken op deze aarde wegen aangelegd zijn en hoe. Ik vind het heel erg verwonderlijk om een landkaart voor me te hebben en mijzelf daarop te zien voortbewegen. Het is verbazend hoe snel ik telkens de kaart om kan vouwen (en ik heb het dan over een kaart met een schaal van 1:4.000.000) en terug te gaan langs de lijnen op de kaart vertellen onnoemelijk veel momenten. Moeilijke, taaie en onplezierige momenten die ik geen tweede keer ga proberen, maar meer nog  niet te verwoorden mooie momenten…

DSC_1409 (425x640)DSC_1376 (426x640)DSC_1373 (426x640)DSC_1410 (425x640)

‘Whooooomhan, small small’

Ik heb altijd van reizen gehouden. Vroeger in de auto, op weg van Nederland naar Italië, met een kofferbak vol aardappelen, vond ik files de meest interessante stukken van de route. Later, in bussen en treinen, liet ik geen moment voorbij gaan om niet uit het raam te kijken. Check-posts, lekke banden en bidpauzes waren aan mij besteed. Soms veinsde ik plasjes…. enkel om te kunnen stoppen en uit te stappen. Te bewonderen waar je bent. Een ander aspect wat soms door de zintuigen op de achtergrond wordt gedrukt door de negatieve uitingen langs de weg -schooien, bedelen en opeisen- negativiteit overschaduwd positiviteit soms zo makkelijk, is het de energie die ik ontvang langs de route. Die vaak duidelijk geuit wordt, hoewel het natuurlijk een beetje raar is om te gaan fietsen in een land waar niemand fietst, toch zeker een rijke blanke niet, maar vele respecteren het zo enorm dat hun positieve energie een boost is voor mijn gekke bezigheid.

Reizen op deze manier, met de fiets, is verslavend verhelderend voor mij. De openheid van de wereld, de connectie met mensen waarvan je afhankelijk bent, mensen die je niet kent en nooit meer zult zien. Jezelf onderdompelen in Aarde, de grandioze diversiteit en grootsheid en complexiteit en tegelijkertijd simpelheid, hebben mij in haar greep. Fietsen op urenlange stukken zonder zichtbaar teken van leven mag geen spiegel meer genoemd worden. Het zet de ramen van je geest open.

DSC_1334 (425x640)

Ik zing tot je: ‘Blaas op mijn fluitje’

Ik ben in Nigeria en hoewel de eerste dag heel veel van mijn geduld vraagt, twintig check-posts te hebben volbracht en uiteindelijk in het donker aangekomen te zijn in de eerste stad op de route, Abeakuta, na 100 kilometer gereden te hebben in een hitte van veertig graden en bijna 550 meter geklommen te hebben met een maximum stijging van 11% én ongesteld te zijn, ben ik in een sekshotel aangekomen. Veilig en droog.

‘Do you have another light in this room? vraag ik de vriendelijke, ietwat dikke jonge meid die me de kamer geeft ‘dit licht is een heel romantisch hoor, maar ik ben maar alleen.’ Ze moet lachen maar er is geen ander licht dan dit kleine groene peertje. En zo zal ik voortaan in ieder sekshotel mijn hoofdlamp op moeten zetten, mijn potentie in dit soort hotels wordt er steeds iets beter op.

Toepasselijk is het wel dat het liedje dat ik diep beneden in zuid Marokko ook hoorde, toen was ik daar zo verbaasd over omdat het totaal niet paste in het geheel, ‘blow my whistle’. Nu hoor ik dat weer, in een sekshotel heel toepasselijk, maar met de schallende azan (oproep tot gebed) erachter toch wat vreemd. Ik eet, douche me en stop mijn oordopjes maar weer in…

DSC_1333 (640x425)

Eindelijk weer in een land waar ze Engels spreken zodat ik me verstaanbaar kan maken en waar ik gesprekjes aan kan gaan. Ik ben een enorme bezienswaardigheid, niemand fietst in Nigeria. De blanke die hier zijn, zijn hier niet zonder bewaking en niet zonder lokale begeleiding. Ik kom niet één blanke tegen, wel een stel Indiërs in een shopping mall, en onder begeleiding. Al de luxe SUV’s en jeeps op de highway zijn bemand door Nigerianen. De vele geëscorteerde geblindeerde auto’s zijn allemaal rijke, welbedeelde mensen, maar altijd Nigerianen. Er is geen blanke te zien, niemand die hier fietst. Laat staan een blanke vrouw op een fiets. Mede daardoor wordt het wellicht één van mijn favoriete landen: er is weer avontuur en authenticiteit! En hoewel het allemaal heel luxe is in Nigeria, bijna in heel Afrika, ik bedoel, er is altijd eten en altijd een fatsoenlijk onderkomen te vinden, zijn het de mensen en het besef van waar ik ben dat het tot een hele bijzondere ervaring maakt.

DSC_1313 (425x640) DSC_1307 (425x640)

Mensen die mij voorbij rijden in hun auto, draaien spontaan om. Alaiye is zo iemand, een imposante man met een zacht rond gezicht, gehuld in de nationale outfit van Nigeria. Ik mag hem meteen. Nigerianen zijn een aanrakerig volkje merk ik gauw, we hebben een hele fotosessie waar andere voorbijgangers ook stoppen en deelnemen aan het geheel waar ik de hoofdrol speel.

‘God bless Nigeria,’ lees ik achterop de nummerplaat van zijn auto en dat roep ik hem na als Alaiye in zijn auto stapt. Hij lijkt ontroerd dat ik dit zeg, en belt mij vanaf dan elke dag op. Tot hij me ten huwelijk vraagt en dit versterkt door te melden dat hij van prinselijke afkomst is. Ik vraag hem waarom hij mij ten huwelijk vraagt want hij kent me helemaal niet, maar het feit dat ik katholiek ben, is voldoende. En blank natuurlijk.

DSC_1398 (425x640)DSC_1266 (425x640)DSC_1246 (425x640)20130515_192103 (480x640)

Ik blijf aangesproken worden met ‘white’ en ik groet dan terug met ‘black’. Mensen vragen ook hier, gewoon, zomaar. Om sigaretten of om geld want het is vaak ‘wij lijden’. Ik denk dat dit een reactie is op wat zij op televisie zien en dat de welvaart die zij zien dan versterkt wordt door de blanke die zij tegenkomen, en dat zijn vaak geen doorsnee reizigers want die gaan niet naar Nigeria. Blanke die in hun verzinsels geloven en uit medelijden of schuldgevoel maar gauw wat geven. Er wordt dus gevraagd ‘do you have something for us?’ en als ik vraag wat ze willen, antwoord iemand ‘chocolade’, een volwassen man. Ik antwoord dat wanneer ik chocolade op zak zou hebben ik dat allang zelf opgegeten zou hebben voordat het gesmolten zou zijn in deze hitte van veertig graden en vochtigheid tegen de 100%. En wanneer iemand weer eens liegt dat hij zo lijdt, ga ik wat dichter naar hem toe, knijp ik zachtjes in zijn vetrand en zeg ik: ‘Echt waar? Is je niet aan te zien?!’ Soms buig ik mijn antwoord om naar een vraag en stel ik hem: ‘Zo te zien heb je twee werkende handen, is het niet? En ik vermoed dat je ook twee benen hebt die het doen, is het niet? Waarom ga je niet werken als je zo lijdt?’ Soms is het, waarschijnlijk eerlijke, en droevige antwoord dat er geen werk is. Dan vraag ik ze opnieuw: ‘Maar denk je echt dat ik iedereen geld ga uitdelen die geen werk heeft, denk je dat ik dat kan? Elke dag vraagt er tenminste één iemand om geld. Het is onmogelijk voor mij om iedereen te helpen. Ik heb genoeg aan mijzelf.’ Echter, ik heb niet elke dag zin in een toespraak zoals deze en soms zeg ik gewoon botweg ‘no’. Eigenlijk is het elke dag al een gevecht om de juiste prijs te krijgen.

Regelmatig ontdek ik de juiste prijs door een eerlijke uitbater. Wanneer iemand een fractie van een seconde twijfelt over het zeggen van de prijs, weet je dat die persoon liegt. Wanneer iemand alles apart heeft geprijsd en langzaam de getallen opnoemt en op een wel erg hoog bedrag uitkomt, weet je genoeg. Wanneer men je roept, weet je ook waarom. Wanneer ik hongerig langs een lange rij etenstentjes aan de snelweg fiets, besluit ik mijn kans te nemen. Maar waar? Iedereen vraagt dubbele prijzen, bij wie ik het ook probeer. Maaltijden zonder vlees zijn even duur als die met grote hompen vlees. En vis is nergens te vinden. En daar is een man, niet toevallig een moslim, ‘Sister, I do that for you,’ en hij scharrelt twee gedroogde vissen bij elkaar, en kookt een water sachet in een pan water zodat ik zelf mijn thee kan zetten. Ik eet twee borden vol eba, vis en melonsoup, voor de halve prijs van de afzetters aan de overkant!

DSC_1293 (425x640) DSC_1274 (425x640)

De route van Abeakuta naar Ibadan is prettig. Het is een hoofdweg maar rustig genoeg, al duurt het een uur eer ik de stad uit ben. Heel de dag regent het en ben ik doorweekt, alles behalve fijn met een dik pakket foam in je broek. Vanaf deze dag besluit ik geen fietsbroekjes meer te dragen. Net zoals ik ook geleerd heb mijn paspoort niet uit handen te geven. Wanneer een automobilist achter me stopt en om mijn paspoort vraagt, wantrouw ik hem en vraag ik eerst zijn identiteitsbewijs. Als hij me dit laat zien en bewijst dat hij politie is, voor zover dat gaat in Nigeria, laat ik hem mijn paspoort zien maar houd ik het zelf stevig vast. Dit zijn niet de enige verrassingen op de weg van Nigeria, de route is simpelweg prachtig, de weg hobbelt continu omhoog en weer omlaag. Het betreden van de stad Ibadan laat een motorfiets kilometers langs naast me brommen. Het is Friday. Hij houdt het verkeer ongenadig op maar eigenlijk kan hij er weinig aan doen: hij is nationaal racefietser en in mij ziet hij een teamlid. Hij wilt me mij gaan trainen! Terwijl automobilisten claxonneren en bussen en vrachtwagens achter ons zich ophopen, stoort Friday zich daar allerminst aan. Hij zet niet alleen het verkeer stil, ook mij: ‘Laten we ergens stoppen om normaal te kunnen praten.’ Ik moet er niet aan denken om mij weer te gaan spiegelen aan een sterke mannelijke fietser! Oliver de steigerbouwer zonder menselijke fietszwakte en zijn broer Brendan de thriatlonner waren genoeg om me nu maandenlang geen race gezelschap te wensen. Friday en ik stoppen bij een tankstation en hij laat me foto’s zien van zijn racefiets en ietwat slobberige racelegging, dan kust hij me plots en bromt verder.

DSC_1270 (640x425)

‘That’s Nigeria for you,’ behalve dat er thee is…

Eén van de check post militairen vraagt me wat ik van Nigeria vind, en hoewel het pas mijn eerste en niet eens volle dag is, weet ik al één ding zeker: de mensen zijn er heel erg anders dan alle voorgaande landen. Nigerianen zijn ontwapenend en lijken meer zelfvertrouwen te hebben. Het is een krachtig volk, spontaan en open. Deze trotsheid en kracht maakt hen een mooi volk. De Nigeriaan komt in opstand, hij lijkt te vechten tegen onrecht, of het te accepteren in onderworpenheid. Maar nooit met een zieligheid of geklaag. Mannen die ik ontmoet en uiterlijk niet knap zijn, worden prachtig door hun blik en houding.

Friday is niet de enige spontane Nigeriaan. Dit land zit er vol mee en weldra geeft een jongeman die zijn auto heeft vol gestapeld met brood, een soort bakker, mij een brood, terwijl ik thee heb weten te bemachtigen bij een houten hutje met golfplaten dak waar ze vooral bier en frisdrank verkopen. Thee is een onmogelijke opgave in Nigeria. Er heerst geen thee cultuur en wanneer ik vraag naar thee word ik opgezadeld met weliswaar echte Lipton zakjes, zelfs suiker en een tin melk, maar kokend water ontbreekt. Ik vraag wat zij zelf drinken in de ochtend, en dat is behalve bier, Ovaltine en maltachtige poeders die met heet water aangelengd worden, maar altijd thuis. ‘Je moet naar huis gaan en zelf je thee daar maken,’ krijg ik elke keer te horen. Maar zien ze niet dat ik op de fiets ben? Sommige vrouwen doen moeite voor mij en koken water: een zakje water wordt dan in een pan water gedompeld en tot koken gebracht. ‘Vijfhonderd Niara,’ zegt de vrouw zonder blikken of blozen, dat is twee euro en vijftig cent. Voor een kop thee? Weliswaar een enorme plastic toilet beker vol thee, dus ik kijk haar eens goed aan en vraag: ‘Waarom zeg je 500 als een tin melk maar 100 Niara kost?’ Ze geeft me een beteuterde blik, ze was overvriendelijk, wilde me een dekentje over mijn benen leggen tegen de vliegen die erop landde, maar ze zag in mij niet meer dan een fool, een sukkel!

Jan Paul, de jongen die voor Heineken in Nigeria werkte en die ik ontmoette op de camping in Kokrobite in Ghana, schreef me dit in een email: You are a fool if you let yourself be fooled and you are a bigger fool if you don’t take advantage of a fool! Vertaald: je bent een sukkel als je jezelf laat bedotten en je bent een nog grotere sukkel als je niet je voordeeltje haalt uit zo’n sukkel!

Dan hebben ze de verkeerde voor zich. Met mij valt alleen de eerste dag te sukkelen omdat ik dan de prijzen nog niet weet. Daarna niet meer. En zo gebeurd het dat er een overvriendelijk jongetje naast me komt zitten wanneer ik eet zodat hij de prijs wat op kan krikken omdat het jonge meisje dat eten verkoopt net zo’n sukkel is (lees: eerlijk). Taxi chauffeurs en riksjarijders zijn natuurlijk de grootste bedotters en wanneer iemand een fractie van een seconde twijfelt bij het zeggen van zijn prijs weet ik dat hij of zij liegt en vraag ik aan een omstander de echte prijs of loop ik een stal verder en vraag ik opnieuw hetzelfde. Prijzen vergelijken doe je hier zelf.

Het is een constante interactie tussen reacties, afwachten, wachten, afslaan, terug trekken en onderhandelen. Toch is dit ook het land waar ze teveel wisselgeld terug geven of niets willen ontvangen. Alaiya biedt me een hotelkamer aan en Samson, weer al een prins, stopt me midden op de route, een bijna verlaten stuk weg waar gras uit de gaten in de weg groeit. Samson is onder de indruk van me en biedt me een pak geld aan, opdat ik het misschien nodig zou hebben.

DSC_1263 (640x425) DSC_1261 (640x425)

Respect en een overvloed aan interesse komen me tegemoet. De Nigeriaan is een warm mens en ja, ze proberen me te belazeren maar evengoed geven ze me de juiste prijs wanneer ik aangeef wat de juiste prijs is. Ik word in jonge onstuimigheid op mijn wang gezoend, in een respectvolle omhelzing gewikkeld, in een speelse poging omarmd. Hele shops, rijen wachtende, mensen bij eetstalletjes, druk bezette mechaniek shops juichen, roepen, zwaaien en moedigen me aan! Sommige duwen me de heuvel op, rennen achter me aan. Sommige komen naast me rijden en hangen uit een raam. Een grote glanzende bus komt zelfs naast me rijden en de bijrijder gaat een gesprekje met me aan. Vele zijn enthousiast mij te zien, een vrouw op de fiets?! Iedereen is verbaasd! ‘You are a strong woman,’ hoor ik vaak. Nigerianen zijn een fijn volk, een goed opgevoed volk ook. Nette manieren. Politie stopt verkeer voor me, auto’s geven me soms warempel voorrang. Kinderen die me groeten doen dat vergezeld door een beetje door hun knieën te zakken, een soort buiging. Stemmen uit de bush komen me weer tegemoet: ‘Welcome, safe journey’ terwijl vele mannen op hun motorbike niet goed weten hoe op mij te reageren, altijd kijken ze minstens drie keer om. Om te controleren of ze het wel goed gezien hebben.

DSC_1339 (425x640)DSC_1352 (425x640)

Wat een welkom!

‘Cycling in Nigeria isn’t really enjoyable, but it’s defenitly an experience’ zo schreef Yves me via ons dagelijks sms verkeer. Ik geniet nochtans van het fietsen in Nigeria hoewel ik eigenlijk moet toegeven hoe gecharmeerd die rode aardeweggetjes waren en die mis ik nu. Samen met kamperen. Ik mis de simpelheid van slapen in de natuur en hoewel de natuur zich hier met overvloed en overdadigheid om mij heen wikkelt, alle wegen zijn verhard. Sommige check-post militairen verzekeren me dat ik best de natuur in kan om mijn tentje op te zetten terwijl andere dit met kracht ontmoedigen. En laten we wel zijn, waarom zijn er zoveel check-posts? Dat vraag ik één van de militairen dan ook. ‘Wij controleren criminelen?’ is het antwoord op mijn vraag op wat hij nu eigenlijk doet? ‘Hoe heb je dat zo snel gezien?’ vraag ik hem, want hij gluurt vluchtig in iedere auto die op zijn bevel de meestal geblindeerde ramen omlaag heeft laten zakken. ‘Een auto met een gezin erin vormt duidelijk geen gevaar, maar een auto met vier jongens erin wel. Dat zijn criminelen, zij plegen roofovervallen op deze route.’ ‘Wat?!’ Ineens bezie ik de veilige route die me naar Benin City brengt anders, er zijn weinig auto’s die me passeren en geen voetgangers langs de weg. Wel heel veel oerwoud. ‘Geen probleem voor jou. Jou doen ze niks,’ zegt de militair.

En dat geloof ik ook. Ik fiets weer tevreden verder. Hoewel, opnieuw zijn er twee spaken gebroken en ik ga naar de grote stad Benin City om nieuwe spaken te vinden. Ik heb mijn route ter plekke moeten veranderen omdat ik niet van plan was naar Benin City te gaan. Mijn twee reserve spaken zitten al in het achterwiel dus ik heb ene stel nieuwe nodig. Ik vind 6 spaken voor 0.15 cent…

Voor ik in Benin City aan kom, bezoek ik eerst Oshogbo. Deze plaats ligt iets noordelijker op de oost westelijke route die ik uitgestippeld heb. Zoals mij al lang van te voren gewaarschuwd was, moet ik het noorden en het zuiden ontwijken. Noord Nigeria heeft Boko Haram en Zuid Nigeria heeft mannen die graag blanken ontvoeren. Dat er in Benin City net een gouverneur ontvoerd is, luttele dagen voor ik er arriveer, schrikt me op. Maar alweer luidt: ‘Geen probleem voor jou, het was een rijke man, een zwarte.’ Niet alleen blanke worden dus regelmatig gekidnapt, iedereen die geld op brengt. Ik fiets langs het ‘anti kidnap squad’ en ook langs ‘anti bomb squad’. Ik moet opeens aan Jemen denken, en ik geniet van Nigeria, en zijn grappige Indiase Bajaj riksja’s.

DSC_1232 (423x640)

Oshogbo is een werelderfgoed en wordt één van mijn hoogtepunten in West Afrika. Eindelijk word ik blootgesteld aan een voor mij voedende combinatie van natuur, kunst en dieren gehuld in stilte en oorsprong. Ik ben helemaal op mijn plaats, nadat ik ongeveer een half uur gestreden heb voor een lagere inkomstprijs. En verloren. Vervolgens waad ik urenlang, eerst met een gids en daarna alleen, door een oorspronkelijk oerwoud vol met houtsnijwerk en kunstwerken gemaakt door een Oostenrijkse kunstenares. De stilte en verwondering wordt maar een paar keer onderbroken, door ‘heb je iets voor mij’ vragende mannen, een schoolreisje waarvoor ik gevraagd wordt te poseren en een vader, moeder en klaar om te huwen zoon. Met mij hopelijk, want driftig instrueert de moeder haar zoon allerlei informatie op te vragen, als ook al mijn contact gegevens. Ik geef alleen mijn email, en de moeder moet helderziende zijn want ze gebaart naar een bobbel in mijn tasje en zegt: ‘Is dat geen telefoon?’ ‘Nee, dat is geen telefoon,’ antwoord ik. Daarna neemt de moeder mijn beide handen in de hare en smeekt me voor haar te bidden. Ik zeg dat ik dat zal doen. Ze sluit haar ogen en neemt een tragische houding aan, alsof ze gekruisigd gaat worden. Haar handen liggen in de mijne. ‘Bidt dan,’ trilt haar stem tot me. Ik zou niet weten hoe, en ik zeg dat ik voor haar in stilte, en alleen, zal bidden bij de rivier. Dit stemt haar tevreden en met enige moeite zie ik los te komen van een moeder en een zoon die kansen ruiken, met een vader die op afstand alles gade slaat.

Nigeria is intens. Een stad in komen is zoiets als een Indiase bazaar betreden. Het is luid, het is chaotisch en van alle kanten wordt er naar mij geroepen. Terwijl ik mij echt moet concentreren op het verkeer, dat in dikke drommen om mij heen woekert, zijn er altijd mannen die me ten huwelijk vragen, die mijn naam willen weten, die me aanmoedigen, die aandacht willen, die vragen waar ik heen ga en uiteraard waar ik vandaan kom, die me vragen mee te nemen naar Nederland, die willen praten.

DSC_1227 (640x425)

De politie is je beste vriend!

‘Come with me to the Delta,’ zegt een man die uit zijn auto stapt daar waar ik, op speciaal verzoek weer, een thee weet te bemachtigen en een droog brood eet. ‘I am avoiding the Delta, they say it’s dangerous there,’ antwoord ik. Iedereen lacht, zoals iedereen altijd lacht wanneer ik stel dat men denkt dat hun land gevaarlijk is. ‘Nigeria is niet gevaarlijk,’ is altijd hetzelfde antwoord ‘er zijn enkel wat problemen in het noorden.’

De staten in Nigeria wisselen elkaar snel af en ineens passeer ik een bord dat ‘Delta State’ leest. Delta?! Probeer ik dat juist niet te vermijden?! Ach, nou ja… en ik neem een pauze, drink thee die ik zelf gezet heb en in mijn thermos mee neem. Zitten langs de weg betekend altijd iemand die stopt en komt polsen wat er met mij aan de hand is. Nu is dat een Toyota pick-up vol bewapende agenten. Ze zijn onthutst dat ik hier ben. Alleen. Op de fiets. Thee drinkend langs de snelweg.

De meest gestelde vragen die op mij afgeschoten worden zijn: ‘Wie betaald jou?’, ‘Waar slaap je?’, ‘Wat eet je?’ en ‘Wat sleep je allemaal met je mee?’ Meestal krijg ik een papiertje met het nummer van de desbetreffende agent, militair of immigratie man. Sommige vragen of ik ze wil dragen achterop mijn fiets, en ze meeneem naar Nederland. Om niet onaardig te zijn zeg ik dan dat hij te zwaar is om hem als extra bagage mee te nemen. ‘Ik zal gaan joggen, en gewicht verliezen, kan ik dan mee?’ Iets wat ik voorheen nooit deed, doe ik nu wel, ik stop vaak uit mijzelf bij een check-post, omdat het gewoon gezellig is. Nigerianen hebben duidelijk gevoel voor humor!

‘Managable, isn’t it?’ zegt de hoteljongen als hij een kamertje in zijn Central Hotel te Benin City laat zien. Alweer moet ik lachen, zoiets heb ik nog nooit gehoord, een jongen die op deze manier zijn hotel prijst. De kamer is inderdaad handelbaar, en daar is het mee gezegd. Voor 11 euro heb ik een kamer, een bodemprijsje. Nigeria is niet goedkoop.

DSC_1407 (425x640)

Het regenseizoen is van start gegaan en het regent vaak. Ik vind dat wel leuk hoewel het fietsen extra gevaarlijk wordt, de remmen slippen lang door, het zicht wordt me ontnomen en die van de medeweggebruikers ook! Zo kom ik drijfnat Benin City in, waar ik meteen ga douchen, dan op zoek naar eten. Zoals in meer west Afrikaanse landen is er op zondag niks te vinden en neem ik mijn toevlucht tot het restaurant van het hotel. Een soort plek waar Ierse Oliver zich thuis zou voelen, het is er aardedonker, blacklight verlicht het voetbal op televisie en het nationale drankje, bier. Enkel mannen, en zij verzetten zich zodra ik plaats neem in een van de gescheurde zitkamerbanken om beter zicht op mij te hebben. Dan valt de stroom uit…

Thermische tropen in Benin City

Ondertussen blijft Alaiya bellen, die zegt dat ik naar de politie moet gaan om me te registreren en die zegt dat ik niet in zulke restaurants moet zitten. Hij wilt in privacy met me praten, me vast weer ten huwelijk vragen. Ook Gora, mijn Bangladeshi vriend, houdt me op de hoogte wat betreft Nigeria en stuurt me elke dag weersomstandigheden en nieuwsberichten, nu een dringende e-mail waar hij zegt dat ik Benin City moet vermijden en dat Boko Haram een dreiging vormt voor heel het land: leave the country as soon as possible. Ik vraag hem mij niet meer te berichten, iets dat gebaseerd is op televisie is niet correct. En dat wordt verscherpt door de televisie beelden in mijn favoriete restaurantje ‘Caribean Cafe’, waar ze heel tropisch thermosflessen vol thee serveren bij een aangename buiten temperatuur van veertig graden. Voetbal staat op en ik vraag of ze de zender kunnen veranderen zodat het geschreeuw en overdreven gedoe de rust wat laat wederkeren. Al Jazeera komt er voor in de plaats. Weliswaar minder lawaai maar dat is het wel, de negativiteit slaat me om de oren. Jemen, Turkije, Pakistan, Bangladesh, Syrië en Indonesië: moord, aanslag, uitbuiting, geweld, verlies, ineenstorting, neerstorting. Toch allemaal, behalve die laatste, landen waar ik het erg plezierig, zo niet overweldigend fantastisch vond.

Iets anders fantastisch zijn de zes spaken die ik koop voor 15 eurocent te samen. ‘This must be Chinese crap quality,’ zeg ik met een brede lach tegen de verkoper, een man in een heel klein en volgestouwd donker hok binnen in een huisje opgedeeld in vele kleine hokjes. ‘Nee, dit is hele goede Chinese kwaliteit,’ zegt hij en ik begin wederom de klus met het vervangen van spaken. Noodspaken dit keer.

Wat heb ik aan mijn middel hangen?

In Benin City ga ik naar het museum, dat prachtig alle slavenhandel weet weg te toveren. Het waren de Afrikanen die slaven begonnen te gebruiken, maar wij, blanken, die de schuld ervan krijgen. Daarna ga ik naar de markt, op zoek naar gember en een zonnehoedje. Ik vind alleen het eerste, kleine kronkelige worteltjes die sterk geuren en smaken. Ik wissel dollars voor Niara’s, dit is altijd een louche lijkend avontuurtje, je wordt stiekem van de straat geplukt, hoewel ik me bewust laat oppikken door die mannen. Dan leiden ze me naar een klein kantoortje waar steevast twee mannen met calculators zitten. Je zou denken dat ze je goed af gaan zetten, dit is ook wat je hoort van andere reizigers, maar dit gebeurd nooit. Ik tel altijd mijn geld zelf na, calculeer altijd zelf de koers en vervang gebroken of nep uitziende briefjes. Dit wordt altijd met lieflijk gegniffel gedaan ‘not fake madam, it is real money’ en dat is ook zo.

De markt is een ervaring nog nooit zo intens geweest. Niet alleen schreeuwen mensen tegen me, ‘I am not deaf’, antwoord ik altijd en pardoes gaan ze een aantal octaven lager, ik word nu bedolven onder vrouwelijke aandacht. De vrouwen roepen, staan om me heen en al dat ik begrijp uit hun dialect is ‘Benin’, ik antwoord uiteindelijk dat ik zelf niet de stad Benin ben noch hier geboren ben. Dan komt een Engels sprekende vrouw op me af om te vertalen ‘Ben jij getrouwd met een Benin man?’ Na mijn ontkennende antwoord dwaal ik verder, ieder zijn kant op glijdend, de markt in, de tafels langs, de gebroken straattegels over. De sfeer is donker, rokerig, dik en warm. Het geurt naar ingewanden, worst, gedroogde vis, verse groenten, pantysokken, pruiken, bergen ik weet niet wat. De omgeving louter vrouwelijk. Ik ben de enige blanke, de enige compleet andere. Maar wordt verwelkomt en aangesproken als één van hen. Wanneer ik naar buiten kom word ik omsloten door twee kinderenarmen. Het opmerkelijk vuile, wat verwilderde kind klemt zich om me heen alsof ik haar boei op wilde wateren ben. Meteen duw ik haar van me af, maar ze trekt zich terug. Omstanders roepen het kind me met rust te laten, het kind omhelst me om mijn middel met een flinke hoeveelheid geveinsde liefde. Ik weet wel wat ze wilt, en meteen zodra ik haar los heb weten te wrikken voel ik aan mijn linkerborst waar mijn twee creditkaarten en geld zich bevindt. Mijn dure telefoon zit in mijn rechterbroekzak, achter een kinderveilige sluitspeld als beveiliging.

Mijn route door Nigeria is een voorproefje op het volgende land, waarvan ik verwacht eindelijk wilde dieren tegen te komen, grote wilde dieren. Ik zie hier al veel wilde dieren, prachtige exemplaren zoals grass cutters (vrij vertaald: gras snijders), antilopen, grote katachtige roofdieren, bush dogs (woud honden), allerlei soorten aapjes, slangen worden steeds wat groter en het meest fantastische is dat ze allemaal zo tam zijn dat ik heel dichtbij kan komen. Sterker nog: ik kan ze aaien!

Ja, want ze zijn allemaal dood. Alles wat maar voortkrabbelt, sluipt en beweegt wordt in een val gelokt, afgeschoten en verkocht. Hoewel ik het heel triest vind, grijp ik wel de kans om alles te aaien en te bewonderen, iets wat anders onmogelijk is. De man met de grote wilde kat langs de weg heeft me lang in zijn greep. Natuurlijk snapt zo’n man niet waarom je zo’n dier niet zou stropen ‘good meat, not stiff, because trap, no bullet’. En het beest is nog warm en beweegbaar, zijn enkel bloederig van dagenlang in een klem te hebben vast gezeten.

DSC_1234 (640x425)

De antilopen zijn ook allemaal in een strop gevangen, sommige hun beentjes zijn gebroken en kun je alle kanten op buigen. Vele nekken zijn half door gehakt en wanneer ik een aapje langs de kant van de weg verkocht zie worden, stop ik, vraag ik hoe ze dat beest gedood hebben, want ik zie geen door gehakte hals of bloed. De man en zijn zoon kijken me aan alsof ik de belichaming ben van de Apengod, in complete angst en onwetendheid lopen ze gauw door.

Ik zie een man met pistool, geen kalashnikov-achtige gevaren, dat is normaal, maar handformaat pistolen, ze lopen ermee alsof het heel gewoon is, verdwijnen ermee in de bush. ‘Nigeria is bad, it’s a big mess’ zegt Promise, een beer van een jongeman bij een tankstation vlakbij Abakaliki. Een plaats waar ik eindelijk van de express way af kan. Ik vul mijn Primus benzine flesje met kerosine, de hele stroom aan overvloedig veel personeel komt op me af, laat elke klant wachten. ‘Are you using gas?’ vragen wel meer mensen, ze zien de Rohloff aan voor een soort trapversterking. ‘One of your people was here last month,’ en ze laten me een foto op hun mobieltje zien van een blanke motorrijder, die hier ook kwam tanken. Ik ken hem niet, het is niet de Spaanse Pedro. Een ellenlange fotosessie volgt, waarbij ik uiteindelijk in Promise zijn sterke berenachtige armen wordt opgetild om even later door de beveiliging gevraagd te worden waarom wij hen zo haten, ‘what do your people have against us, black?’ Ik snap zijn vraag meteen maar hij beantwoord zelf: ‘Is it our approach?‘ ‘Ja’, zeg ik, ‘ik denk dat het jullie manier van aanpakken is,’ en met een zucht probeer ik dit zeer ingewikkelde onderwerp wat duidelijker te maken. Om er later in een king size bed een hele topic van te maken, die lees je door hier te klikken.

DSC_1387 (425x640)

What’s in a name?

Promise ken je al, maar wat van: Miracle, Good News, Endurance, Defender, Love, Reflex en Precious. Namen zijn enthousiast gekozen, haarstijlen zijn kunstig en ingewikkeld. Eten net zo, smaakvol, heerlijk en bewerkelijk. Ik word vaak naar fast-food ketens gestuurd wanneer ik om eten vraag, men is vol blijdschap verbaasd dat ik eba en fufu lekker vind.

Baby’tjes worden extra versierd, ontdek ik. Wanneer ik een wondje heb en ik een boom herken uit Sulayman’s kruidentuin, trek ik er een blad af om de druppels sap op het open wondje te leggen, omdat dit een helend effect heeft. Later komt de vrouw die me dit heeft zien doen met haar baby naar me toe, de navelbreuk van haar pasgeborene versierd met inkepingen, kleine symmetrische sneetjes als de zonnestralen van de zon. Echter, het kind heeft een brandwond en mij wordt gevraagd of ik het kan helen. Men denkt dat ik een cycling doctor ben. ‘What are you selling?’ hoor ik regelmatig, want waarom zou ik hier anders ook zijn? Inkepingen zie je ook bij de bevolking, in de wangen staan vaak een aantal kleine streepjes, kenmerken tot welke stam zij behoren, afkomstig uit de slaventijd, zo wordt me verteld.

Wordt vervolgd…

Van 5 mei tot 24 mei 2013

Meer over Afrika lees je hier: ‘Waarom Afrika?’

2 responses to “Nigeria II

  1. Wat een mooie en intersante mail cinderella, net of je er zelf weer bent ,Het was een mooie en fijne tijd toen we er waren, en erg intersant bij Sulayman en zijn mooie vrouw, lieve mensen
    We hebben genoten van de trip

    Like

    • Ja, dat was een leuk bezoekje, ik vond het allemaal leuk in Gambia, ook bij de man met gekregen tweeling waar pa en ik op gieren tocht gingen terwijl jij wachtte en prooi was voor de tijgers daar in levensgevaarlijk Gambia. Leuke strandwandeling met jonge knullen achter je aan, spannend hé ; )

      Like

I'm curious to your view, leave a reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s