Van Laon tot aan Amboise

‘Daar heb je nog zo’n stakker,’ hoor ik de man zeggen die me voorbij fietst. Hij heeft het tegen zijn vrouw die vlak achter hem fietst. Ik had in het voorbijgaande dorp al twee fietsen zien staan bij het enige café dat het dorp telde en dat nog open was ook. Ik kies voor de budget optie en lunch tegen een boom die me schaduw geeft, even op kracht komen voor ik de heuvel van Laon ga bestijgen. Deze man en vrouw blijken Geert en Janna te zijn en we worden buren op de camping in Laon.

Mijn fiets heeft een stickertje van de winkel waar ik hem heb gekocht en zo is hij herkenbaar voor de Braziliaanse André, die zijn fiets in precies dezelfde winkel heeft gekocht. Hij en zijn vrouw Karla zijn ook wereldreis en willen al fietsende een film maken van andere wereldfietsers om deze vorm van transport toegankelijker te maken in hun land. Ik ben de eerste die geïnterviewd wordt en helemaal niet zenuwachtig. Dankzij de vele filmopnamen van Edwin en Eva van Pasta Media Productions ben ik ervaren. Jammer alleen dat ik vergeet te vertellen dat ik geld probeer in te zamelen voor Focus on Education en dat Janna me dat moet vertellen. Dus neemt André twee interviews van me en volgen daarna Geert en Janna. We zijn de halve dag bezig en het is leuk om te doen, ons groepje fietsers: Braziliaanse André en Karla die ons filmt vanuit de bosjes, Geert en Janna die de zeventig gepasseerd zijn en hun dochter in Parijs bezoeken en ik die alles alleen vervoert, in tegenstelling tot Karla die maar 16 kilo heeft omdat haar man de rest doet.

Laon is een hemels stadje, het schijnt historisch rijk te zijn aan prachtige architectuur. De enige architectonische hoogstandjes die ik te zien krijg zijn de mega hypermarket Carrefour. Deze supermarkt neemt de vorm aan van Amerikaanse gekte en ik vind het maar niets dat ik zo lang in een supermarkt rond moet struinen terwijl mijn fiets zo lang uit het zicht is en helemaal alleen staat. Ik vind niet alles wat ik moet hebben (een aansteker) maar kom wel in een geanimeerd gesprek met Janna en Geert, net alsof we in ons dorp zijn, en ondertussen worden we omver gelopen door Franse madammen die haast hebben…

Mijn voornaamste bezigheid in Laon is rusten en eten. Of eigenlijk alleen eten want aan rust kom ik nauwelijks toe. Een simpel leven op de fiets kost enorm veel tijd. Tenminste, tot nu toe, misschien zit ik nog niet in een juist ritme? Ik kook lekkere en voedzame gerechten en drink veel thee, heel veel thee. Wanneer ik eten aan het bereiden bent valt het me op dat ik er totaal mee omringt ben en in een cirkel zit die gevormd wordt door pannen, messen en schaaltjes. Ik praat straks in Afrika zeker en vast wel anders, maar nu kom ik weer toe aan eieren en gedroogde vijgen, een zure ananas en druipende roomboter. Ik ga zelfs naar de Mc.Donald, maar alleen om te kunnen internetten. Het hebben van een eigen notebook is een luxe en een vloek tegelijk; nergens is wifi te vinden (sorry dat ik jullie e-mails maar niet kan beantwoorden, met 140 nieuwe berichten is er geen beginnen aan!)

Vanaf Laon start ik de rit naar Parijs. Ik heb er zin in, fietsen werkt verslavend, je komt op plaatsen waar de caravan ook heen getrokken wordt en dan te bedenken dat je dit helemaal zelf hebt gedaan, geeft een speciaal gevoel van voldoening. Zelfs wanneer het regent, ik ongesteld ben en geen camping kan vinden. De eerste overnachting lukt het me nog om een camping te vinden: een vijf-sterren camping waar ik twee en een halve keer het dagtarief voor een hond betaal (€ 5 omdat ik korting krijg met de ‘brief voor medewerking’ geschreven door Marijke en Jacques van Focus on Education). Op deze camping heersen Engelsen in hun naveltruitjes, torenhoge houten hakken en leggings, ‘Back to the Real Eighties’ lijkt het motto van dit festijn. Ik voel me een beetje misplaatst. Er zijn zelfs twee Indiase heren die hier kamperen, de ultieme integratie, ik kijk naar hen zoals zij naar mij gekeken zouden hebben zouden we in India zijn. Hier sla ik een hoeveelheid toiletpapier in waar ik een week mee toekom en start de zondag met twee croissants, boter en La Vache Qui Rit kaasjes, een chocolade croissant, 2 bananen en een liter thee.

De route die ik fiets is vanuit een gedetailleerd boekje ‘Van Lichtstad naar Lichtstad, Fietsen naar Parijs over autovrije wegen’,  ik fiets op sommige dagen 70 kilometer per dag en dat is veel voor deze heuvels, hoewel ik het liever bergen zou noemen. Maar het zijn echt pas heuvels, glooiende groene heuvels vol agrarische bedrijven en dorpen die compleet verstoken zijn van winkeltjes. Overgenomen door de enorme supermarche’s. ‘Ou est le boulanger?’ vraag ik aan een oud boertje in een prachtig dorp waar een vergaand kasteel verder verbrokkeld. Hij spreekt in rap Frans maar ik versta alles, ‘er is geen bakker, misschien in het volgende dorp, waarschijnlijk niet. In de volgende stad is pas een bakker.’ Dat wordt oud brood en wel meteen. Ik gooi geen eten weg, bewaar alles nadat ik een dag zonder eten zat.

Dagboekfragment 3 juni: ben ongesteld, het regent en het is zeer bewolkt. Tien graden kouder. Niet ideaal. Toch oké genoeg. Eten en kamperen is nu natuurlijk niet al te best. Maar swa… bijna in Parijs. Ben in Rally beland. Ver voor een camping en heb een rash ontwikkeld. Heel irritant en pijnlijk ook. En ik ben ongesteld. En geen douche. Ben moe. En weer zal het laat worden. Ik fiets maar 4.5 uur per dag maar ben er toch een hele dag mee op pad. Gelukkig sta ik nu droog. Ik kampeer in een oude boerderij die modern opgeknapt wordt. Mijn tent kan nu drogen. Ik heb geen Always (maandverband) bij want gebruik de cup (dit is een alternatief voor maandverband en tampons), maar zonder natuur en zonder toilet is dit toch wel lastig. Heb zo’n trek, het is al 21.12 uur en moet nog eten koken. Ik slaap nooit voor 22.00 uur. Anyway, dit is wel een echte test, een training, super primitief.

Omdat er geen camping is, ben ik bij een grote boerderij in hernieuwde stijl gaan vragen of ik op hun erf mocht staan, zodat ik tenminste beschermd en droog sta. Helaas nodigen ze me niet uit om hun toilet te mogen gebruiken. In de avond moet ik daarom naar bosjes langs de route en ’s nachts doe ik het op het erf…

 

En toch geniet ik ervan. Op momenten als deze doe ik alles in delen: poepen in de bosjes, eten langs de route, tanden poetsen in het bos en de cup verwisselen eveneens in het dicht begroeide bos. Hoe kan ik anders dan niet genieten? De route is fabelachtig, voert me door felgroene, dichte wouden waar ik geen spoor van angst opmerk, naaktslakken en die met een huisje sjokken traag over het natte wegdek. Ik ga nog eens verzitten op mijn zadel, de rash jeukt, de pukkels daar pijnlijk, mijn fiets soepel en mijn knieën onverstoorbaar. Het is koud in Frankrijk, ja… maar wat anders kan ik doen dan ervan genieten? I’ve got life! And this is part of it! Als een slak trek ik me omhoog over de heuvels rondom Pierrefonds, stukken pure chocolade smullend als energie vlak voor het middagmaal in de bossen. De hellingen zijn soms zo steil (7 procent met meer dan 40 kilo bagage!) dat ik af moet stappen om weer op adem te komen. Maar dan, wanneer ik weet dat het kasteel van Pierrefonds tevoorschijn gaat komen en ik denk ‘Het kan toch heus niet zo mooi zijn als beschreven wordt, ik heb nu al zoveel gezien, ook kastelen, dit is OOOHHHHHHH…’ en ik slaak een kreet! Het kasteel van dit stadje wervelt boven alles uit en ik me niet minder dan een fietsende elf.

De dag dat ik Parijs betreedt had ik me anders voorgesteld. Ik had bedacht dit te doen midden op een zonnige dag waar ik telkens even af zou stappen om de pracht en praal vast te leggen op mijn netvlies en camera. De realiteit is dat ik moe ben en de fietsgids raadt aan fris en uitgerust de stad te betreden want het is een ‘survival of the fittest’. Ik kom de voorstad van Parijs binnen net voor ik een lekke band heb hersteld (banden van € 50 per stuk?!) en met 70 kilometer op de teller die dag. Nog 20 te gaan. Ik ben fit noch fris.  Maar zodra ik de stad voel heeft ze me in de greep en krijg ik instant energie, ik prop de grote verse merengue vol vraatzucht in mijn mond (een gebrek aan suiker kan ik niet hebben na een lunch van appelflap en enorm grote zoete krakeling, en een bak van 500 gram kwark ) en voer verder langs de route tot aan Place de Bastille. Dan ben ik aangewezen op mijn kunde van kaartlezen…

Geen één keer rijdt ik verkeerd. Ik zwem als een zwaard door zachte boter te midden van deze wereldstad. Dat is opmerkelijk, zwaarden zwemmen niet en zeker niet door boter. Toch, zo voel ik me, als een zwaar zwaard betreedt ik deze stad en zonder arrogantie laat ik me mee voeren door het verkeer en stop telkens wanneer ik een enorme rotonde bereikt heb om me te heroriënteren. Snel en geruisloos ben ik van noord naar zuid gepeddeld en sta ik voor de deur van Dominique, in een doodlopend straatje zomaar ergens in Parijs. Een stad waar hele families leven onder bruggen, niet onder doen voor India. Ik zie mannen die een tafeltje bij een stadsbank hebben geschoven en spelen kaart, jeugd voetbalt op het fietspad en plots beland ik zo in een deel dat uit Damascus zou kunnen komen. Zwervers liggen her en der op ophogingen van de stad, een boze madam schopt haar hond nadat deze angstig reageert op een skateboarder. Wat me opvalt in Frankrijk is dat er vooral donkere Afrikanen in de wegenbouw werken, zo ook in Parijs waar volop werkzaamheden zijn. En de allergrootste opvallende factor is de verscheidenheid aan boulangers, de hele route lijkt wel afgelijnd met bakkers en een complete overvloed aan winkels. Ook gebruiken ze hier de centen terwijl ik alles automatisch af wil ronden. Toch een cultuurverschil. Ook stoppen de fietspaden er plotseling mee en beginnen ze ook zomaar ergens waar het mooi staat. De fietspaden in Parijs echter zijn perfect: op de busbaan.

Niet alleen een overvloed aan winkels, ook aan goede zorgen en verwennerij. Dominique, zoals een typische Fransman, houdt van goed eten. Ik ook, en veel. Ik eet abnormale hoeveelheden en pas na een dag of drie neemt het weer normalere vorm aan. Ik heb Dominique leren kennen in India terwijl een aap eerst mijn paratha van mijn bord griste en daarna de toast van Dominique zijn bord pikte. Nu genieten we van verse baguette vol honing, baguette Viennoise en speciaal voor mij een croissantje bij het ontbijt, voorafgaande aan een liter thee uit een Indiaas theepotje. We drinken aloä vera drank en eten geitenkaasjes van een jaar oud. Verse vijgen en frambozen, kwark en eigen bereidde groenten. Dit alles eten we aan een altaartje gecreëerd op een Ikea inklaptafeltje waarboven een goudkleurige lijst hangt waar de originele Mona Lisa in heeft gezeten. Noem dat cultuur.

Een gast en een vis blijven maar een paar dagen vers…

Dominique kent als geen ander de stad en hij neemt me mee. We beleven een spektakel wanneer we de Eifeltoren zien verschijnen vanonder een dik pak wolken en deze langzaam tevoorschijn komt naarmate de monsoonregens over de stad trekken. Dominique, als een echte heer, houdt de paraplu boven me en kletsnat geworden maak ik foto’s. Hij laat me de delen van de stad zien waar je alleen als inwoner weet van kunt hebben. We gaan op zoek naar brandstof voor de Primus brander van mijn keukentje, naar een bandeau voor mijn langer wordend haar, naar een onderbroek waarin ik een Always maandverband kan leggen bij gebrek aan toiletten of natuur, naar schoonheidsproducten en vinden Yves Rocher, en ik sta versteld van het aanpassingsgemak van Dominique, en mijzelf. Het is zowaar fijn om vier dagen constant met hem te zijn. Ook al doet de bovenstaande tekst, van Geert, anders vermoeden.

 

Vanuit Parijs vervolg ik de route, die Dominique heeft verlegt langs de Pyreneeën in plaats van eroverheen, iets dat ik nooit zou trekken in dit stadium van de reis. Ik volg de Michelin landkaart van mijn vader en soms heel even fietsend op een drukke N-route ontdek ik al gauw de kleinere D-routes en zelfs een prachtig fietspad langs de Loire. De volgende 5 dagen rijd ik in de regen langs steden als Orleans en Blois, grote gele vlakken op de landkaart. Ik volg de Santiago de Compostella route uit gekopieerde delen die ik heb gekregen van Gerry, een medecursist ‘Fietsreparatie’ die we samen hadden in Amsterdam.

Als ik op zoek naar een boulanger even van de route afdwaal zijn er altijd mensen die hun uiterste best doen om me te stoppen en me te wijzen op de prachtige route langs de rivier. Wanneer ik tevergeefs weer een bakkerijtje zoek en tenslotte bij een kerkje mijn maag vul met een bewaarde chocoladecroissant, de laatste gedroogde vijgen, een pomelo en wat vijgenkoekjes komt daar Raf aangelopen. Onmiskenbaar een Santiago pelgrim! Hij ziet er verweerd uit maar fris, zijn rugzak een zware 26 kilo en allebei even onder de indruk van elkaar. Allebei hebben we de tijd en nemen we die voor elkaar, het is heerlijk om gewoon te ontmoeten en te praten en te herkennen.

Hoewel ik moe ben en een dag rust zou willen zie ik het niet zitten om een dag op een camping te staan terwijl het regent. Een trein wil ik ook niet nemen want het is erg leuk om op de Michelinkaart te zien hoe je afzakt op eigen kracht. Ik wacht dus tot er beter weer aankomt en neem dan een rustdag. Ondertussen kampeerplekken zoekend met een afdak en ondanks de regen goed blijven koken, iets dat niet makkelijk is: koken onder de hemel. Ik ga soms naar bed zonder avondeten en dat wreekt zich meteen de volgende ochtend. Het ontbijt in Chouzy-Sur-Cisse is wilde rijst met gebakken rozijnen, chilipeper, gember en knoflook. Wanneer ik de aubergine bak in olie houd ik de rijst warm in mijn slaapzak. Een liter thee en een pakje koekjes na, et voila…

Ondertussen ben ik een klein experiment begonnen en dat is het scheren achterwege te laten, hiermee misschien een rash te hebben ontwikkelt, voel ik me niet zo op mijn gemak in de supermarkt: een broek vol smeer en vuil, schoenen vol modder en tegen de regen schoenhoezen eroverheen en dan tot overmaat ook nog eens jeuk in de schaamstreek hebbend. Wanneer ik in Amboise aankom besluit ik mijn experiment meteen te staken. Ik heb in Blois, een grote stad met boulangers en apotheken, een crème gekocht tegen deze irritatie en twee dagen rust en zon doet alles verzachten.

Tot nu toe gefietst: 989 kilometer

Gemiddeld fiets ik 15 kilometer per uur

Voor meer foto’s kijk bij de Engelse tekst

I'm curious to your view, leave a reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s